Laurent Waeytens
...

Laurent WaeytensToen ik vroeger plannen maakte voor na mijn pensioen, vergat ik het belang van een goede conditie. We staan er niet bij stil dat al onze voornemens kunnen mislukken als de gezondheid tegenvalt. Daarin investeren is belangrijker dan wat ook. Ik ben mij bewust van mijn leeftijd, zowel fysiek als psychisch, maar ik heb mijn verjaardag geen symbolische betekenis gegeven. Ik voel me niet beperkt door mijn leeftijd op zich, maar wel door bepaalde fysieke en psychische handicaps die ik 10 of 20 jaar geleden niet voor mogelijk hield. We denken makkelijk dat aftakeling iets voor later is. Ik heb nochtans geen zotte dingen gedaan, ik ben al op mijn 40ste gestopt met roken. Ik dacht dat ik de zaken in de hand had, dat ik mijn hele leven lang grote fietstochten zou maken. Niets is minder waar.Pas op, een zekere fysieke achteruitgang is normaal. Ik heb al jaren last van tremor, mijn handen beven. 'Opa waarom wiebel je zo', vroeg mijn kleindochter me ooit. Met die wiebelende handen valt te leven. En dat ik na een dribbel met mijn kleinzonen buiten adem ben, ook daar kan ik me bij neerleggen. Iedereen boet in aan soepelheid en snelheid. Maar mijn lichaam laat me ook op andere manieren in de steek. Ik heb evenwichtsproblemen. Daar had ik niet op gerekend. Mentaal kan ik nog heel goed mee, ik neem actief deel aan wat rondom mij gebeurt. Ik ga naar toneel, tentoonstellingen en film, lees mijn krant en kijk televisie. Mijn grote teleurstelling is dat ik steeds meer in het zand moet bijten tijdens het biljarten. Ik heb me jarenlang voorgenomen om na mijn pensioen de jonge kerels in hun hemd te zetten. Het was echter een illusie dat meer tijd voor het spelen van mij een betere biljarter zou maken. Soms droom ik dat ik iedereen aftroef, maar helaas, ik speel veel slechter dan vroeger. In het café besef ik het meest dat ik oud word. Men zegt dat oude mensen stugger worden. Ik weet niet of dat op mezelf van toepassing is. Natuurlijk zijn er dingen waar ik minder goed tegen kan. Snelheid en lawaai. Veel moderne verschijnselen vind ik stresserend. Mij zul je niet zien met een mobiele telefoon. Anderzijds kan ik makkelijker om met kleine voorvallen waarover veel mensen zich opwinden. Ik neem wat afstand, heb niet meer die impuls om iets te willen veranderen. Niet dat ik vroeger zo doortastend was, je mag me veeleer voorzichtig noemen. Ik heb nooit graag risico genomen. Luid roepen is niks voor mij. Ik kijk met een zekere verbazing naar de maatschappij. Wat mij tegen de borst stuit, is de onverdraagzaamheid van de mensen en hun ongebreidelde levensstijl. Eten, drank, drugs, seks, het moet allemaal in overdaad. Ik stoor me ook aan het egoïsme en het verlies van normbesef. Daarin zie ik een verband met veel kapotte huwelijken en ongelukkige kinderen. Die lopen op hun beurt nog sneller in hun ongeluk als ze zelf volwassen worden. Voor mezelf ben ik niet bang. Ik mag niet klagen. Ik ben gelukkig in dit huis, bij mijn vrouw en in dit landje. Ik heb mijn familie en mijn vrienden. Maar ik maak me wel zorgen over mijn kinderen en kleinkinderen. Zullen zij de huidige levensomstandigheden met alle stress blijvend aankunnen? Daar lig ik wel wakker van. Onze kinderen worden met andere opvoedingssituaties geconfronteerd dan wij. Vroeger was het toch simpeler. Ik zie ook goede dingen. In de natuurbescherming zie ik de laatste decennia verbetering. Daar groeit iets positiefs waarbij we allemaal baat zullen hebben. Terzelfder tijd verloederen de steden terwijl we erop staan te kijken: graffiti, hondenpoep, zwerfvuil. Ik weet niet of het goed zal aflopen met deze wereld. Maar ja, de jongeren zeggen dan: 'Ach ouwe, wat zie je het zwart in'. Kinderen en jongeren vandaag leven op kicks, er zit veel agressie in hun spel, in hun praatjes. Ze zijn nerveus, opgejaagd. Ik ging als kind het gevaar liever uit de weg. Zelfs in films voor de kleinsten wordt stevig gevochten. Mijn kleinzonen hebben van die videospelletjes waar ik eerlijk gezegd met mijn verstand niet bij kan. Veel te gewelddadig. Het verleden, daar blik ik nog wel eens op terug. Maar ik doe er niks mee. Het verleden ligt definitief vast, gedane zaken nemen geen keer. Ik heb nergens spijt van. Mijn jeugd was heerlijk, ondanks de oorlogsjaren. Ik denk met warmte aan mijn ouders. Ook in mijn huwelijk heb ik heel veel geluk. Zij is mijn grote liefde. Zonder haar zou ik het zo goed niet hebben. Ons motto is in alles aan hetzelfde zeel trekken. Ruzie over de kinderen hebben we altijd bewust vermeden. Ik maak geen plannen op lange termijn, maar we boeken wel reizen en we zorgen ervoor dat onze dagen goed gevuld zijn. We kijken zeker meer vooruit dan achteruit. Als het moeilijk wordt, zullen we het met ons tweeën wel oplossen. Over de dood denk ik niet na. En eigenlijk evenmin over hoe oud ik wil worden. Zolang mijn omstandigheden levenswaardig zijn zeker?"Marianne Meire