Voor automobilisten die in een auto meer zien dan louter een vervoermiddel ontwerpt Audi sinds jaar en dag modellen met een S of een RS in de naam. Die krijgen extra power mee, waarbij de S de atmosferische versies begeleidt, terwijl de RS op turbopower duidt.
...

Voor automobilisten die in een auto meer zien dan louter een vervoermiddel ontwerpt Audi sinds jaar en dag modellen met een S of een RS in de naam. Die krijgen extra power mee, waarbij de S de atmosferische versies begeleidt, terwijl de RS op turbopower duidt. Omdat het zomer is, gaan we een paar dagen met de S4 Avant op stap, een compacte break die onder de kap evenwel een V8-motor draagt, de krachtbron van de A8 die niet minder dan 344 pk levert. De verhouding gewicht/vermogen zorgt voor een realistischer portret en in het geval van de S4 bedraagt die precies vijf, dat wil zeggen dat voor elke vijf kilogram gewicht één pk voorhanden is, en dat is een respectabel cijfer. Een doordeweekse Audi A4 1.6 gaat door het leven met 13,2 kg/pk. Toch zegt ook dat cijfer ons niet alles over het potentieel van een auto : de vraag is ook hoe de trekkracht gespreid ligt en hoe die krachten op de weg worden overgezet. Want te veel is ook niet goed omdat de wielen dan gaan doorspinnen (tegenwoordig is er natuurlijk elektronica aanwezig om dat tegen te gaan). In het geval van de Audi worden de krachten via een quattro vierwielaandrijving met Torsen-differentieel (van torque sensitive of koppelgevoelig) netjes over beide assen verdeeld en dat is bepaald geen overbodige luxe, want het geweld dat zich bij het accelereren manifesteert is bepaald indrukwekkend, vooral hoog in de toeren. Op bochtige Ardense weggetjes hebben we voor het eerst sinds jaren het gevoel dat de auto met ons aan de haal gaat. Eigen fout, want de Audi, die een zesbak heeft meegekregen, laat zich op geen foutjes betrappen. Al vinden we dat een iets kleinere motor, gekoppeld aan een lager gewicht een modernere aanpak is dan zo'n potige achtcilinder die zelden onder de 13 liter/100 km komt. De S4 Avant kost 56.000 euro. Een paar dagen later stappen we in Ischgl over op de Porsche cabrio 4S en dat is, om het simpel te houden, een 911 cabrio met vierwielaandrijving en een atmosferische zescilinder, maar met de look van de turboversie. Die zet 320 pk op de vier wielen over, voor een gewicht van 1565 kg (of 4,9 pk/kg) en scoort daarmee een zuchtje beter dan de Audi S4. En toch gaapt er een wereld van verschil tussen beide auto's. De Porsche bouwt zijn krachten beschaafder op en daardoor ook beheersbaarder, om nog te zwijgen over de stevigheid van het geheel. Dat laatste getuigt van de Porsche-ernst, al kost de verstevigingskuur, inclusief de rolbeugels, zeventig kilogram extra gewicht, waardoor het optrekken iets trager gaat dan bij de coupé. Opmerkelijk is ook dat de kap met een druk op de knop geopend of gesloten wordt, en dat kan zelfs rijdend, zolang men niet sneller gaat dan 50 km/uur. Maar het allermerkwaardigst is nog het verbruik, dat bij zo'n machtig potentieel uiteindelijk rond de 11,5 liter/100 km schommelt. Een krachttoer. De Porsche cabrio 4S kost wel een kleine 104.000 euro, maar voor die prijs wordt een hardtop bijgeleverd. pierre darge