Hij is aan het tafeltje van Sonia Rykiel gaan zitten. De ober, in het zwart en met witte schort, noemt hem bij zijn voornaam. Olivier Theyskens is hier een habitué, hij kwam altijd al graag in Café de Flore.De geknipte plek om over zijn werk te praten. Vooral omdat hij zijn studio in het 3e Parijse arrondissement even wilde ontvluchten om hardop na te denken over 'zijn project' : het eigen merk dat hij opnieuw heeft gelanceerd en in september 2016 heeft voorgesteld. Die lente/zomercollectie 2017 is in zekere zin zijn comeback en telt 25 silhouetten.
...

Hij is aan het tafeltje van Sonia Rykiel gaan zitten. De ober, in het zwart en met witte schort, noemt hem bij zijn voornaam. Olivier Theyskens is hier een habitué, hij kwam altijd al graag in Café de Flore.De geknipte plek om over zijn werk te praten. Vooral omdat hij zijn studio in het 3e Parijse arrondissement even wilde ontvluchten om hardop na te denken over 'zijn project' : het eigen merk dat hij opnieuw heeft gelanceerd en in september 2016 heeft voorgesteld. Die lente/zomercollectie 2017 is in zekere zin zijn comeback en telt 25 silhouetten. 25, niet meer, niet minder. Hij stuurde ze in een intieme sfeer de catwalk op, met een zwart metalen frame dat aan het plafond was opgehangen als enige decor en als enige scenografie. Zodat de genodigden zich konden concentreren op de essentie : zijn creaties. Olivier Theyskens heeft al vier levens achter de rug : eentje onder eigen signatuur, eentje bij Rochas, eentje bij Nina Ricci en eentje bij Theory in New York. In het modevak heeft hij alles gezien, alles beleefd : een briljant debuut als jonge ontwerper (1997-2001), een couturehuis dat vooral aanzien genoot dankzij zijn parfums en dat hij uit zijn as moest laten herrijzen (Rochas, 2002-'06), een ander eerbiedwaardig modehuis dat een nieuwe richting wilde inslaan (Nina Ricci, 2006-'09) en een Amerikaans mid-market-merk dat zichzelf de insteek van een ontwerper cadeau wilde doen (Theory, 2010-'14). Nu is hij dus opnieuw een onafhankelijke Parijzenaar. Bijna twintig jaar na zijn eerste defilé in Parijs is hij veranderd. Het leven heeft hem geboetseerd en dat staat hem goed. Toen hij nog aan La Cambre Mode(s) studeerde, koos hij er al voor om de school vaarwel te zeggen. Hij ging en keerde niet terug : bijten in het echte leven lag hem beter dan doen alsof. Hij vertrok vol zelfvertrouwen, een beetje in een opwelling, maar toch was het ook een doordachte beslissing. Hij wachtte even af om dan in Parijs zijn project voor te stellen. Het volgende seizoen - de zomer van '99 - oefende hij geduld. Het enthousiasme van de inkopers moest worden ingetoomd, iedereen wilde Theyskens in zijn etalage. Hij moest zijn kleding nog produceren en vond dat hij de juiste producenten nog niet had gevonden. Hij waagt zich nu opnieuw in de arena, omdat voor hem het 'juiste moment' gekomen is. Hij begrijpt best dat velen een wenkbrauw optrekken. Net nu ? Net nu de modesector op zijn grondvesten davert, de modehuizen op zoek zijn naar een nieuw businessmodel. See now buy now, eenrichtingscommunicatie, al dan niet via populaire influencers. Andere tijden, andere zeden. Olivier Theyskens : Ik heb het niet ervaren als een begin, wel als een vervolg. Ik heb mijn merk nooit begraven, ik wist dat het er op een dag opnieuw van zou komen. Aanvankelijk was ik zelfs niet van plan een defilé te organiseren, ik wou die hele herlancering erg kalmpjes aanpakken. We hebben ervoor geopteerd om het defilé te houden op de eerste dag van de modeweek. Het voelde goed aan om lichtjes af te wijken van de officiële agenda omdat het de eerste collectie was. Het was niet mijn bedoeling om tegendraads te zijn, wel om iets te doen wat bij mij paste en wat goed aanvoelde. Jawel, het is een kleine collectie die ik bewust sterk heb uitgewerkt. Vandaag worden we zowat bedolven onder de beelden en de producten. Wat ik hier heb, is voor mij genoeg. Meer heb ik niet nodig. Ik wilde een glashelder, beknopt en geconcentreerd discours brengen. Dat komt bij mij vanzelf, ik heb nu eenmaal een kleermakershand. Sinds 1997 heb ik geen enkele collectie getekend zonder tailoring. Tenzij misschien in het begin bij Rochas. Laat het er ons op houden dat ik echt heb gemaakt wat ik vrouwen graag zie dragen. Ik denk niet dat ik een technische signatuur heb. Al klopt het wel dat een bepaald deel van het denkwerk over de creaties vaak meer rond techniek dan rond esthetiek draait. Uitdokteren hoe je van een schets echt een kledingstuk kunt maken, dat is het hele werk. De esthetische kant, die zit al in je hoofd, die keuzes zijn al gemaakt. Maar dan volgt de praktische oefening: hoe ga je het concreet aanpakken, op wie ga je een beroep doen, in welke mate kun je nog iets aanpassen zonder je opzet te verloochenen, zonder de esthetische kant ter discussie te stellen. Verveling zou ik het niet echt noemen, maar de mode had al een tijdje geen stroomstoot meer gekregen en geen nieuwe wegen meer verkend. Toen ik begon, stond er een hele generatie klaar met energie en een frisse impuls. Men had er zin in en er was ruimte voor iets nieuws. De situatie is vergelijkbaar, ja. Ik voelde in elk geval dat er ruimte was voor wat ik creëer, omdat mijn werk waarden uitdraagt die in trek zijn. Waarden als doordachte schoonheid, kwaliteitsvolle uitvoering, luxe en moderniteit. Al mijn aandacht gaat naar een optimale uitvoering. Ik streef naar kwaliteit zonder compromissen. De collectie wordt gepositioneerd in het hoge segment van de luxueuze prêt-à-porter en alle aspecten worden met het oog op die positionering uitgekiend. Het enige wat telt zijn de snit, het materiaal, de confectie en de aandacht voor details die niet altijd zichtbaar zijn en trouwens ook niet als eyecatchers bedoeld zijn. Ik wantrouw alles wat op een banale manier mooi is en diepgang mist. Ik ben nu eenmaal contemplatief van aard. Kijk naar de natuur : alles heeft daar een betekenis. Ik voel me ook geen 'jonge' ontwerper, maar ik denk wel dat mijn geest fris genoeg is en dat ik frisse dingen maak. Ik heb onlangs mijn veertigste verjaardag gevierd. Een symbolisch getal, dat is waar. Eerlijk gezegd vind ik het fascinerend om te praten met mensen die ouder zijn en die op hun vijftigste nog met grootse projecten zijn gestart, zoals Karl Lagerfeld. Hij zegt het trouwens zelf : onze wereld is geobsedeerd door jeugdigheid, maar in werkelijkheid veroudert iedereen. Ik ben geneigd om negatieve dingen te vergeten. Je leeft maar één keer. Ik heb in die jurk evenveel tijd gestopt als in een hele collectie. Ik had een soort sabbatical genomen en wilde me amuseren. Zoveel tijd heb ik anders nooit. Zalig. Leerrijk ook, want als je op die manier te werk gaat, begrijp je beter hoe belangrijk concentratie is. Ik heb veel respect voor ervaren naaisters. Om een kledingstuk perfect te maken, moet je het beste van jezelf geven. Zoiets vergt tijd en talent. Ik heb de gewoonte om stagiairs te ontvangen die het vak aan het leren zijn. Ik zit vaak in schooljury's en ik vind het prettig om het werk van de studenten te ontdekken. Ook al is het doorgeven van kennis niet echt mijn ding, mentorship vind ik wél belangrijk. Ik wil dat de stagiairs bij mij een boeiende professionele ervaring opdoen. Ik beschouw ze meteen als teamlid, met dien verstande dat ze onder de supervisie van iemand anders werken. Ik houd van de energie die typisch is voor ambitieuze beginners. Goede raad, neen, die heb ik niet echt voor hen. Elke persoonlijkheid is anders. Zelf heb ik veel geleerd al doende, door risico's te nemen, dingen te proberen. Het leven is een prima leerschool. Ik wist wel al heel vroeg dat ik iets wilde doen met mode. Ik tekende veel en ben in 1987 modeschetsen beginnen te maken. Ik heb die schetsen nog. In 1994 ben op La Cambre beland. Toen ik onlangs op een zondag door de school en de tuinen liep, legde ik voor het eerst de link met de school van Harry Potter. Een tovenaarsschool op zijn Belgisch: een oude, witgeschilderde abdij, met een park eromheen. Een universum vol creatieve studenten, kunstenaars in de dop. La Cambre is een tweede Zweinstein. Ik was dol op de lessen anatomisch tekenen naar levend model, iets wat niets te maken had met mode. Leren, da's je concentreren op een onderwerp. Het ging prima, maar ik hunkerde naar het echte leven. Ik begon op allerhande manieren te rebelleren en ben een beetje in een opwelling vertrokken. Dat was in januari van het derde jaar en ik ben nooit teruggekeerd. België doet er echt goed aan het idee te cultiveren dat het een zeer sterke modescene heeft, want het land is een kweekvijver voor creatievelingen allerhande. Ik ben heel trots dat ik uit België kom. Anderzijds is het belangrijk dat elk modeverhaal op zich staat. De Belgische modehuizen zijn daar trouwens prima in geslaagd. Denk maar aan Dries Van Noten, aan Martin Margiela : ik stop die nooit in dezelfde zak, het zijn autonome spelers die onafhankelijk van elkaar evolueren. Uiteraard. Al was het maar omdat ik reageerde op wat ik had gezien en omdat ik daar mijn eigen versie van creëerde. Je kunt niet blind zijn voor wat er om je heen gebeurt. Trouwens, fors je eigen standpunten verdedigen is ook een vorm van reageren. Vandaag sta ik veel meer open voor andere benaderingen : vroeger was ik een beetje eigenzinnig, nu ben ik meer geneigd om ervan uit te gaan dat ook een andere aanpak echt waardevol kan zijn. Ik ben vooral blij met wat ik doe. Misschien is dat de reden dat ik me nu wat meer bevrijd voel. Natuurlijk, dat is trouwens zo bij alle collecties. Het zou ongezond zijn om jezelf géén druk op te leggen. Maar een keertje de bal wat misslaan en de volgende keer met een geweldige collectie komen, dat moet volgens mij absoluut kunnen. Dat is in mijn ogen zeer menselijk. Tekst Anne-Françoise Moyson & foto's Claessens-Deschamps & schetsen Olivier Theyskens"Toen ik begon, stond er een hele generatie klaar met energie en een frisse impuls. Men had er zin in en er was ruimte voor iets nieuws, zoveel is zeker" "Ik streef naar kwaliteit zonder compromissen. Het enige wat telt zijn de snit, het materiaal, de confectie en de aandacht voor details"