Waar is de tijd dat we bang moesten zijn voor de Russen ? Norman Jewison maakte er in de sixties een aardige komedie over : The Russians Are Coming, the Russians Are Coming, let op de hysterische herhaling. Zoveel dreigingen later zijn we hoogstens nog bij het hotelbuffet beducht voor een Russische invasie, en dan nog : ervaring leert me dat de voormalige Oostblokkers het toerisme al aardig onder de knie krijgen.
...

Waar is de tijd dat we bang moesten zijn voor de Russen ? Norman Jewison maakte er in de sixties een aardige komedie over : The Russians Are Coming, the Russians Are Coming, let op de hysterische herhaling. Zoveel dreigingen later zijn we hoogstens nog bij het hotelbuffet beducht voor een Russische invasie, en dan nog : ervaring leert me dat de voormalige Oostblokkers het toerisme al aardig onder de knie krijgen. Neem nu de vlucht van Lissabon naar Sal op Cabo Verde vorige week, waar de computer van de Portugese luchtvaartmaatschappij mij tot stoel 23 B veroordeeld had, ver van mijn reisgezelschap en pal tussen twee Russen in. De linkse sprak geen gebenedijd woord Engels of Frans, wat mij goed uitkwam. Aangezien het een nachtvlucht betrof, wilde ik toch vooral pitten. Maar zo had de rechtse Rus het niet begrepen. Een magere, bleke jongeman met gretige ogen en jukbeenderen als verkeersdrempels, een beetje casting director had er een gedroomde Raskolnikov in gezien. Uit de Oeral kwam hij, en hij noemde een stad met minstens drie o's en nog wat medeklinkers in een ongebruikelijke volgorde. Maar nu woonde hij in Moskou, waar hij graphic design en human resources management gestudeerd had en een kleine flat deelde met twee streekgenoten. Dat hij voor het eerst buiten zijn heimat kwam, had alles te maken met een wedstrijd van een conservenmerk waarvan de hoofdprijs een fishing trip in Kaapverdië was. Zijn ogen glansden toen hij het vertelde, hij kon zijn geluk niet op. Toen viel mijn blik op het boek op zijn schoot. Het cyrillisch schrift kon ik niet ontcijferen, maar de cover kwam mij vaag bekend voor. Val nu dood, Annie Proulx' The Shipping News, één van mijn absolute lievelingsboeken. Raskolnikov die Dimitri bleek te heten, volgde mijn blik : "The most beautiful book I know", zei hij plechtig, en dat hij het al voor de tweede keer las. Ook de film had hij gezien, met Kevin Spacey, zonder discussie de beste acteur ter wereld. Verrek, daar kijkt een mens toch van op. Dat ze overal ter wereld McDonald's en Pizza Hut kennen tot daaraan toe, maar zo'n jongen uit de Oeral die dweepte met Annie Proulx en Kevin Spacey, dat schept een band. Van de weeromstuit moest ik denken aan Reza, een jonge Iraniër die in Antwerpen in de jaren tachtig op de Zeevaartschool zat, en vóór hij terug moest naar het Khomeiniregime, westerse cultuur opzoog als een spons. Zíjn lievelingsfilm was Children of a Lesser God. Waar hij nu zou zijn, vroeg ik me af, en of hij in geval van opperste frustratie nog wel eens keihard ahh-hole riep, in imitatie van één van de doofstomme personages uit de film. Komt het door mensen als Dimitri en Reza dat ik de axis of evil-dreiging nooit als reëel ervaren heb ? Wie weet circuleren er in Noord-Korea illegale kopieën van het oeuvre van Frank Zappa. Linda Asselbergs