1. GIO PONTI

Laat je de naam Gio Ponti vallen, dan word je door design- en architectuurkenners meteen au sérieux genomen. Architect Ponti (1891-1979) bouwde onder meer de Pirellitoren, richtte het prestigieuze blad Domus op en ontwierp in de jaren vijftig samen met Piero Fornasetti (zie verder) meubels en interieurs in een speelse en grappige stijl. Hij was als modernist veel minder saai dan zijn confraters uit de Bauhausschool. In de fifties tekende hij onder meer het elegante stoeltje, Superleggera, dat nog steeds in productie is bij Cassina. Je kunt het met één vinger opheffen, vandaar de naam 'superlichte'. Ponti was ook niet vies van versiering en liet de stoel zelfs half zwart, half wit schilderen, een beetje surrealistisch van stijl. Het idee van de superlichte stoel is trouwens heel Italiaans, al in de negentiende eeuw vervaardigden Italiaanse stoelenmakers de lichte Charivaristoelen voor theaters, hotels en casino's. Licht en superstevig : een Italiaanse kwaliteit.
...

Laat je de naam Gio Ponti vallen, dan word je door design- en architectuurkenners meteen au sérieux genomen. Architect Ponti (1891-1979) bouwde onder meer de Pirellitoren, richtte het prestigieuze blad Domus op en ontwierp in de jaren vijftig samen met Piero Fornasetti (zie verder) meubels en interieurs in een speelse en grappige stijl. Hij was als modernist veel minder saai dan zijn confraters uit de Bauhausschool. In de fifties tekende hij onder meer het elegante stoeltje, Superleggera, dat nog steeds in productie is bij Cassina. Je kunt het met één vinger opheffen, vandaar de naam 'superlichte'. Ponti was ook niet vies van versiering en liet de stoel zelfs half zwart, half wit schilderen, een beetje surrealistisch van stijl. Het idee van de superlichte stoel is trouwens heel Italiaans, al in de negentiende eeuw vervaardigden Italiaanse stoelenmakers de lichte Charivaristoelen voor theaters, hotels en casino's. Licht en superstevig : een Italiaanse kwaliteit.Architecte Gaetana (bekend als Gae, uitgesproken 'Guy') Aulenti (1927-2012) studeerde net als Ponti aan de befaamde Politecnico di Milano, een van de meest toonaangevende technologische universiteiten, en was actief vanaf de jaren 1950. En zoals Ponti hadden in Italië wel meer designers een band met magazines ; Aulenti was lang artdirector van Casabella-Continuità. Zij had veel belangstelling voor het interieur en ontwierp onder meer meubels voor Zanotta. In 1981 mocht ze het Parijse Musée d'Orsay inrichten en daarna het Musée d'Art Moderne in het Centre Pompidou, wat haar internationale doorbraak betekende. Haar beroemdste creatie is de Pipistrello, een forse tafellamp die het statussymbool werd van elk designinterieur in de jaren zestig en zeventig. De lamp heeft het silhouet van een paddenstoel, maar de naam betekent eigenlijk 'vleermuis', refererend aan de vorm van de kap. Ze is nog steeds in productie bij Martinelli Luce en kent momenteel een revival in het interieur.Het waren de Italiaanse designers die de banden aanhaalden met avant-gardekunst en die design bevrijdden van de meubelkunst-traditie. In deze context speelden de broers Achille, Livio en Pier Giacomo Castiglioni een belangrijke rol met hun ready-made design, zoals de stoelen Mezzadro en Sella uit 1957, de eerste met een tractorzit, de tweede met een fietszadel : een hommage aan Marcel Duchamp ! Beide ontwerpen worden nog steeds door Zanotta geproduceerd. Helemaal origineel was de Mezzadro evenwel niet, in 1953 had designer Benjamin Baldwin al een gelijkaardige tractorzit bedacht. Maar de Castiglioni's hadden nog veel meer op hun palma-res. Zo ontwierpen ze radio's voor het fameuze bedrijf Brionvega en realiseerden ze architecturale en stedenbouwkundige opdrachten. Ze speelden een prominente rol op de Triënnaletentoonstellingen in Milaan en werden herhaaldelijk bekroond met de Compasso d'Oro-prijs. Intussen bleven ze excentrieke ontwerpen bedenken voor beroemde designfabrikanten als Kartell, Bernini, Siemens, Knoll, Poggi, Zanotta, Lancia, Artemide, Ideal Standard en Bonacina.Een top tien selecteren van de creaties van Ettore Sottsass (1917-2007) is bijna niet mogelijk, de man heeft zo veel op zijn naam staan ! Hij studeerde architectuur in Turijn (de rivaliteit tussen de scholen in Milaan en Turijn speelt overigens nog steeds). Al in 1956 trok hij naar de States om samen te werken met niemand minder dan George Nelson. Eind de jaren vijftig werd hij ont-werpadviseur bij Olivetti en tekende onder meer een iconische schrijfmachine en een computer. Sottsass reisde de wereld rond, doceerde in London, had projecten in New York en ontwierp ondertussen zowel keramiek als een fornuis, een douche en een toilet. Eind de jaren zeventig werd hij lid van Global Tools, een experimenteel designerscollectiefen ging hij werken voor de rebelse Studio Alchimia (zie verder). Echt beroemd werd hij begin de jaren tachtig als oprichter van de controversiële Memphis-groep. Hij was een groot voorstander van de Anti-Design-beweging en bedacht bijzonder originele meubels en objecten die vormelijk braken met de koele designtraditie, niet echt mooi, maar hoogst origineel. Uit die periode stamt de Carlton, een boekenrek als een boom, dat meer weg heeft van een theaterrekwisiet. In 1981 richtte hij zijn bureau Sottsass Associati op in Milaan en werkte samen met Aldo Cibic, Matteo Thun, Marco Zanini en Michele De Lucchi. Ondertussen richtte hij woningen in van Europa tot in Azië en ontwierp meubels, metaal- en glaswerk voor Memphis en Alessi. Sottsass werd ook een van de tenoren van het postmodern design van de jaren tachtig.Zonder de Italiaanse ontwerpers zou design er veel saaier uitzien. Tot na de Tweede Wereldoorlog dachten de meeste bedenkers dat design strak, degelijk en functio-neel moest zijn, naar de nuchtere principes van het Bauhaus. Denk aan de zetels van Mies van der Rohe of van Breuer. Daar hadden de jonge Italiaanse ontwerpers schoon genoeg van. In de jaren zestig kwam zelfs een Anti-Design-beweging op gang, beïnvloed door wat men de Turijnse Barokschool noemt, en met als inspiratiebron excentrieke ontwerpers als Carlo Mollino. Wat hadden die ontwer-pers van de verschillende contro-versiële groepen, van de Anti-Design-beweging, Studio Alchimia en Memphis gemeen ? Ze verheerlijkten irrationeel design. In deze context was de Sacco, een zitzak in 1968 ontworpen door Piero Gatti, Cesare Paolini en Franco Teodoro, een statement, maar voor ern-stige vormgevers als Breuer en Le Corbusier een belediging. (In hetzelfde rijtje past een ander iconisch ontwerp als de Cactus, de groene plastieken kapstok van Guido Drocco en Franco Mello uit 1972).De Turijnse ontwerper Carlo Mollino (1905-1973) is een buitenbeentje in de designgeschiedenis. Hij was van rijke komaf en kon daardoor zijn eigen pad bewandelen. Mollino was creatief veelzijdig. Hij ontwierp en decoreerde zijn eigen woningen, maakte erotische foto's van vrouwen en schreef een boekje over de techniek van het skiën. Hij was ook weg van vliegtuigen, ontwierp een snelle wagen en voelde zich net daardoor aangetrokken tot het futurisme, de Italiaanse kunststroming die snelheid verafgoodde. Hij was een van de meesters van wat men de Turijnse Barok noemt, een surrealistisch getinte design- en architectuurstroming. Hij hield van organische en ongewone vormen. Dat alles resulteerde in heel apart design, zoals de tafels Arabesque en Reale (Zanotta). De ene lijkt op een golf, de andere op een skelet. Mollino ontwierp weinig en er kwam amper iets van in productie, maar zijn creaties hadden en hebben nog steeds een enorm inspirerende invloed. Wie ooit naar Turijn reist kan er zijn merkwaardige flat bezoeken.In 1981 werd de Memphisgroep opgericht in Milaan met als doel om het design een heel nieuwe weg op te sturen. Eind de jaren zeventig experimenteerden ontwerpers als Ettore Sottsass, Andrea Branzi en Alessandro Mendini al binnen Studio Alchimia (zie hoger). Mendini (°1931) begon als industrieel vormgever en was in de jaren zeventig hoofdredacteur van de bladen Casabella en Modo. Hij was gefascineerd door Anti-Design en werd een van de tenoren van Studio Alchimia. Hij was niet vies van een uitdaging en bevlekte bijvoorbeeld ooit voor Studio Alchimia de strakke Wassilystoel van Breuer met een soort Pollock dripping. Met zijn humoristische ingrepen wilde hij duidelijk maken dat een echt vernieuwende vormgeving niet meer mogelijk was. In deze context hoort de meest kitscherige zit van het Italiaans design thuis : de Proustfauteuil uit 1978, een Louis Quinze-zetel die volledig onder de kleurstippen zit. De originele zit is te bewonderen in het Designmuseum van Gent.In een overzicht van de hoogtepunten van design wordt de glaskunst weleens vergeten. Ten onrechte, meent Marc Heiremans. De Brusselse glasexpert en antiquair wordt internationaal erkend als specialist van Muranoglas en heeft daarover heel wat gepubliceerd. Na de Tweede Wereldoorlog kende de glasnijverheid op Murano een heropleving, deels gemotiveerd door de revival van Scandinavisch glas. De wisselwerking tussen beide was van belang. In alle moderne interieurs uit de jaren vijftig, zestig en zeventig speelde glas een belangrijke rol, later wat minder. In Murano waren heel wat ateliers actief, waaronder Venini & Co toch de koploper was. Venini startte in 1921 en werkte als snel met bijzonder getalenteerde ontwerpers als Giovanni Seguso of Napoléon Barovier. In de late jaren veertig en vijftig ontstond een echte 'Veninistijl' die heel avant-gardistisch en soms ook ietwat surrealistisch getint was, met ontwerpers als Fulvio Bianconi, Carlo Scarpa en Tapio Wirkkala. Uiteraard waren ook andere glasateliers in Murano toonaangevend, zoals Barovier & Toso en de Vetreria Archimede Seguso.Net als Fornasetti studeerde Joe Colombo (1930-1971) aan de beroemde Brera Accademia in Milaan. Hij begon als kunstschilder en beeldhouwer. Dat hij begeesterd was door de sculptuur blijkt uit zijn bijzondere ontwerpen. In 1958 hield hij op met schilderen en legde hij zich toe op design. Dat viel ongeveer samen met het overlijden van zijn vader van wie hij het familiebedrijf dat elektrische apparaten maakte, erfde. Colombo ging meteen experimenteren met plastiek en nieuwe productiemethoden. Ondertussen richtte hij ook hotels in. Dat leidde tot baanbrekende ontwerpen, zoals de beroemde Spiderlamp uit 1965 (Oluce) en de Elda Fauteuil uit '63. Maar hij ontwierp ook andere lampen, wekkers, glaswerk, meubels en zelfs pijpen, een professionele camera (Trisystem) en een aircosysteem. Colombo had altijd veel belangstelling voor handige en leuk ogende interieurproducten zoals zijn stapelstoelen. Zijn inventiviteit reikte veel verder dan het simpele designobject, hij bedacht zelfs een complete woning, de Total furnishing unit die geëxposeerd werd als onderdeel van de The New Domestic Landscape in het MoMa in New York. Colombo werkte voor Oluce, Kartell, Bieffe en Alessi. Jammer dat deze veelzijdige ontwerper zo jong stierf. Maar zijn design blijft inspireren.Milanees Piero Fornasetti (1913-1988) was een tijdgenoot van Mollino, maar ze werkten niet samen. Tussen Fornasetti en Gio Ponti klikte het wel. Het surreële design van Fornasetti wordt nu weer gesmaakt, maar werd een tijdlang 'vergeten' door de designhistorici die niet hielden van zijn decoratiedrang. Fornasetti was een bijzonder getalenteerd tekenaar die verzot was op antieke gravures, klassieke bouwstijlen en het werk van kunstschilder Giorgio de Chirico. Hij mengde die ingrediënten tot een 'metafysische' stijl vol trompe-l'oeils, waarmee hij zowel sjaals en dassen versierde als badkamertegels, asbakken en meubels. Hij ontwierp ook covers voor Domus en Graphis. Samen met Gio Ponti ontwikkelde hij in de jaren vijftig een schitterende meubellijn, Architettura, die voor het eerst getoond werd op de meubeltriënnale van Milaan in 1951. Uit deze reeks kozen we de monumentale secretaire die nog steeds in productie is. Fornasetti werd zo ooit de vader van het postmodernisme. DOOR PIET SWIMBERGHE