Na de streng-victoriaanse winter zijn we van plan de zomer van 2006 kleurrijk in te denderen. Vrouwelijk en zwierig, met veel accessoires en toch praktisch. Zoals onze moeders in de jaren zeventig. De verlanglijst van Katia Vlerick.
...

Na de streng-victoriaanse winter zijn we van plan de zomer van 2006 kleurrijk in te denderen. Vrouwelijk en zwierig, met veel accessoires en toch praktisch. Zoals onze moeders in de jaren zeventig. De verlanglijst van Katia Vlerick. Niets aangenamer dan dit gevoel : dikke mantels mogen naar de stomerij, doorweekte sneeuwlaarzen vliegen aan de kant, benen en armen bevrijden zich uit lange broeken en mouwen, de huid kan weer ademen, de haren mogen weer los. In de ideale wereld zijn zomerkleren accessoires met weinig of geen functionele waarde : je drapeert een paar felgekleurde lappen stof over het getaande zomerlichaam, steekt ze vast met een bronzen fibula of twee, en klaar ! Helaas leven we niet in Pompeji circa 50 na Christus, maar in 2006, en bovendien in een gebied waar de zomers pas beginnen in juli en dikwijls flink tegenvallen. Gelukkig voor ons biedt het zomeraanbod 2006 dan weer flink veel kleurige en zwierige tunieken. De tuniek is mijn absolute nummer één op onze lijst 'verplichte aanschaf zomer 2006'. Lang tot op de grond, tot aan de knieën (en dus ook te dragen op een jeans), of superkort (te combineren met hyperbruine blote benen): wij willen en moeten een tuniek hebben. Liefst zo bontgekleurd mogelijk. En we willen er een gouden ceintuurtje (lang leve het zandloperfiguur) bij én een paar Griekse sandalen. Nu we erover nadenken : gouden Griekse sandalen. In mijn album steekt een foto uit 1979 : ikzelf als peuter, poserend in een rotstuintje, met naast me mijn toen nog jonge moeder. Ze draagt een beige katoenen broek, witte pullover met V-hals, een kettinkje en heeft een zijden sjaaltje losjes rond de hals geknoopt. Deze foto, alsook de herinnering aan de hele kleerkast die mijn moeder eind jaren zeventig bezat, kwam ter herinnering toen ik een recente Gucci-advertentie zag. Twee vriendinnen lopen arm in arm door het park in de voorjaarszon, zichtbaar gehaast en in een druk gesprek verwikkeld. Met een vette knipoog naar de seventies draagt de ene een beige wijde broek, een hemdje, veel fijne gouden kettingen én een grote tas, de andere koos voor een getailleerd regenjasje in zebraprint. Beiden dragen de haren los en lopen op hoge hakken. Comfortabele, brede hoge hakken, maar toch : hoge hakken. Ik heb de advertentie uitgescheurd omdat ze me raakte : als kind fantaseerde ik dat ik op een dag als grote volwassen mevrouw zou rondlopen in dit soort silhouet. De foto lag op mijn keukentafel toen een vriendin op bezoek kwam. "Hé, ik heb die reclame ook gezien. Ik wil die jas !" zei ze. De wandelvriendin heb ik al, nu de beige broek nog. Ik wil ook een grote tas omdat hij - zeker in combinatie met een grote, bijzonder donkere zonnebril - signaleert dat je druk-druk bent en dus geen tijd hebt om te praten. Eigenlijk heb je gewoon geen zin. Moeders in de jaren zeventig deden meer dan druk gesticulerend door het park wandelen. Tuinieren bijvoorbeeld. Er wordt deze zomer geen rozelaar gesnoeid zonder de juiste uitrusting : handschoenen tegen de doornen, schortje tegen viezigheid allerhande én een bontgekleurd hoofdsjaaltje. Tegen de zon, maar vooral voor de frivoliteit. Wilt u er niet per se uitzien als een Bulgaars boerinne-tje, kijk dan even welke hoofddeksels Christian Lacroix knoopt van foulards. Moeders in de jaren zeventig deden meer dan druk gesticulerend door het park wandelen en tuinieren : ze gingen ook wel eens uit. Naar een voorstelling van de plaatselijke toneelkring, een kaas-en-wijnavond op school, een aperitiefconcert in de bibliotheek, of een enkele keer ook wel eens naar de disco. Ze droegen toen wedges (vaktaal voor kurkhakken), geknoopte kralenkettingen, slingeroorbellen (hebben we ons al aangeschaft : witte, met parels) en lange kleurige wapperjurken. De meest in het oog springende avondjurk die ik ooit in mijn moeders kleerkast heb zien hangen was een bordeaux suède japon met frutsels en kralen. De zogenaamde 'indianenjurk'. Toen hij al lang uit de mode was heb ik de indianenjurk eens geleend voor op school, het was carnaval. Nu wil ik écht een indianenjurk, om écht aan te doen, en dus niet om een choreografie op Bert Kaempferts Swinging Safari mee uit te voeren. Dit is leuk : er bestaat zoiets als een gastvrouwjurk. Denk nu niet meteen aan de klinisch-keurige twinsets van Bree Van De Camp, de tot in de puntjes verzorgde Desperate Housewife die haar kaartspeelsters opwacht met een bakblik zandkoekjes en een stalen glimlach. Nee, we hebben het over een heel lange, bij voorkeur gebloemde jurk met blote schouders en vooral : een blote rug. Huiselijk en toch zomers, de jurk om verrukt de voordeur open te trekken en vrienden te verwelkomen, de japon om te aperitieven op het terras. De gastvrouw heeft naast de perfecte gebloemde gastvrouwjurk (dus : geen benen of decolleté, wél schouders en rug) ook assorti hapjes, drankjes en muziek. Kies voor Ten CC (Dreadlock Holiday), Michael McDonald ( What a Fool Believes), Dionne Warwick ( Heartbreaker) of Carly Simon ( Why ?). En als het terras dienst mag doen als dansvloer : Off The Wall van Michael Jackson, de hele plaat. Misschien lopen we wat te veel vooruit op de zaken. Voor de zomer en alle bijbehorende tuinfeestjes moeten we eerst de lente zien door te komen, en dat zal gebeuren onder eerder frisse omstandigheden. Met veel werk ook, drukke agenda, belangrijke afspraken en meer van die dingen die de zogenaamde casuallook vereisen. Hier kan onze aanschaf van vorige herfst nog dienen. Want we zijn van plan onze victoriaanse trip nog even verder te zetten : het spotgoedkope witte kanten bloesje met hoge boord dat we kochten bij H&M (complete Chloé-rip off), ons succesnummer van de voorbije herfst, zullen we blijven dragen. Met een jeans en onder ons ouwe getrouwe zwartfluwelen jasje, maar met een halfopenstaand wit hemd erboven. Kwestie van de strenge schooljuflook wat te breken. Een uitstekend middel om van alles te breken is onze onlangs aangeschafte jeans mini-rok/salopette (gekocht TopShop, de glorieus-goedkope Britse namaakketen) : zullen we ook blijven dragen. Ons all- time favorite kledingstuk zweren we wellicht nooit af : het marinetruitje. We hebben er veel : in rood-wit en wit-rood en blauw-wit en wit-blauw gestreept. Met driekwartmouwen en met lange mouwen. Altijd mooi met een kanten boordje eronder, en een zwarte blazer erboven. Lang geleden heb ik eens een marinetruitje met stropkoordjes van Courrèges gekocht op de rommelmarkt. Ik ben van plan het eindelijk eens te dragen Geen grappiger naam dan die van Mrs. Peignoir, de allumeuse die John Cleese alias Basil in Fawlty Towers het hoofd op hol brengt met haar Frans geflirt ( café olé !). Iets wat zich nog het best laat omschrijven als een peignoir-om-mee-over-straat-te-lopen, dat ben ik van plan te zoeken voor de lente : een knielange, zachte (dus in flanel of satijn) jas zonder knopen of rits. Géén poncho, er moeten lange mouwen aan zitten, én een ceintuur die je kunt dichtknopen. Misschien moet ik gewoon zo'n oriëntaalse satijnen kamerjas, met gestileerde bloemen, of een draak, op een jeans dragen. Mijn grote zwakte, my biggest vice, mijn lust en mijn leven, my one and only true love : T-shirts. Stapels heb ik er al en toch zijn het er nooit genoeg. De pasvorm, de stof, de halsuitsnijding, de lengte van de mouwen, de tekening, het logo, de slogan,... álles telt. Onbeschrijflijk is het gevoel wanneer je een specimen vindt waaraan elk detail klopt. Zelf vind ik mijn zwart exemplaar met Arnold Schwarzenegger als Terminator erop de allermooiste. Perfect aansluitend en toch licht slobberend, afgewassen en dus zacht dun katoen. En dan die fel fluorescerende beeltenis erop van Terminator Schwarzenegger, de schedel half weggeschoten, met eronder de krachtige slogan : " T2 Judgment Day - It Must End Here !" : perfect gewoon. De meeste van mijn vrienden vinden dit het meest afzichtelijke T-shirt dat ze ooit hebben gezien. Tegenwoordig zoek ik naar T-shirts op eBay. Ik heb op eBay eens een T-shirt gekocht met het logo van Tamla Motown erop. Altijd mooi logo, goed gedrukt ook, maar de maat was veel te groot. Ik heb nu iets tussen een Tamla Motown-T-shirt en een Tamla Motown-mini-jurk. Bij Wallmart in de VS heb ik twee witte mannenonderlijfjes gekocht van het onovertroffen Fruit Of The Loom. Ik draag ze graag met jeans en hakken. In ieder geval : ongeacht het seizoen zijn er van die dagen dat er niets gaat boven een versgewassen T-shirt, een jeans, linnen gympen (de machtige zwart-wit-rood baskets van het Japanse merk Cebo ; vindt u ze niet meer bij Brantano, dan wordt het wederom eBayen) én een zwarte leren jas. De artdirection van onze zomerceinturen en sandalen kozen we in het begin al : Grieks en goud. Nog meer klatergoud willen we aan onze armen. Armbanden : veel en gevarieerd. Brede plastic armbanden, in safarikleuren als groen en beige. Hoornen armbanden. Gouden en zilveren armbanden om vast te klemmen rond onze bovenarmen. En uurwerken met metalen schakels om te laten klateren tegen de serie metalen dunne armbanden aan onze onderarm. Armbanden maken lawaai en daarom zijn ze zo leuk. Armbanden hebben kleur en staan voor wat de zomer, en bij uitbreiding het hele leven, zou moeten zijn : één groot verkleedpartijtje. Om af te sluiten kiezen we een parfum bij dit alles, het grote olfactorische succesnummer van 1978 : Chloé. Te zoeken in alle grote parfumerieketens, ergens onderaan de rekken. Of eerst even vragen aan de verkoopster of het nog in stock is. Katia Vlerick