Nagenoeg elke winkel in Peking heeft personeel aan de deur staan die je begroet met "How may I help you ?" Handig, tot je hun zegt waarmee ze kunnen helpen. Laat je niets wijsmaken, Chinezen spreken geen Engels. Soms doen ze alsof, wanneer ze iets te verkopen hebben. Maar meestal doen ze geen moeite om je te begrijpen. Ze zijn met 1,3 miljard. Wat kunnen die paar verdwaalde westerlingen hun schelen ?
...

Nagenoeg elke winkel in Peking heeft personeel aan de deur staan die je begroet met "How may I help you ?" Handig, tot je hun zegt waarmee ze kunnen helpen. Laat je niets wijsmaken, Chinezen spreken geen Engels. Soms doen ze alsof, wanneer ze iets te verkopen hebben. Maar meestal doen ze geen moeite om je te begrijpen. Ze zijn met 1,3 miljard. Wat kunnen die paar verdwaalde westerlingen hun schelen ? Dat ze met te veel zijn, merk je overal. In clubs staan ze met twintig man achter de bar en nog eens twintig ervoor om bestellingen op te nemen. In de kleinste boetiek zijn er meer bedienden dan klanten. En op restaurant heb je het gevoel dat je wordt bediend door een octopus : van overal komen armen op je af - een paar voor de servetten, nog een paar voor het bestek en nooit minder dan twee voor de borden. Efficiënt zijn ze wel, die Chinezen. Enkele weken geleden schreef VRT-correspondent Tom Van de Weghe in dit blad dat er in Peking zestigduizend restaurants liggen. We hebben ze niet geteld, maar hij zal er niet ver naast zitten. Om er om te komen van de honger moet je ofwel stekeblind zijn ofwel van het platteland komen en voor een schandalig laag loon de megalomane gebouwen neer te poten die China het uitzicht van een welvarend land moet geven. Toegegeven, er lopen in Peking veel rijke Chinezen rond. De grote clubs zitten elke avond vol en de blanken zijn er op twee handen te tellen. Nochtans zijn de drankjes er nog duurder dan in Scandinavië. Voor de deur staan in de regel ook auto's geparkeerd die je zelfs in Europa maar om de vier weken tegenkomt. De bolides kosten meer dan wat de doorsnee Chinees in zijn leven verdient, bovendien kunnen ze in Peking nooit echt rijden. Het verkeer zit er constant in de knoop. Er zijn steden waarvan wordt beweerd dat ze nooit slapen. Peking maakt naam écht waar. Op elk moment van de dag lopen er mensen op straat en rijden er auto's en taxi's rond. Tot diep in de nacht kun je er in de drukste buurten ook vreemdsoortige pannenkoeken, pikante satés en gefrituurde insecten op straat verorberen. Over de pannenkoeken en satés geen kwaad woord. Aan de insecten hebben we ons niet gewaagd. Wel hebben we, uit nieuwsgierigheid, eens een slang (op grootmoeders wijze) laten aanrukken. Volg ons voorbeeld niet, er zit geen vlees aan. Met de Olympische Spelen in het vooruitzicht wordt het er de komende maanden ongetwijfeld nog een pak drukker. Of de stad het aankan, is een ander paar mouwen. De helft van de auto's zou uit het verkeer gehaald worden en op de belangrijkste wegen wordt een aparte rijstrook voorzien voor atleten en pers. Maar daarmee verdwijnt de smog uiteraard niet, die hangt - weer of geen weer - over de stad. Als je het nieuws mag geloven, is elke dag een " blue sky day". Maar een geïnformeerde westerling weet natuurlijk dat hij het nieuws in China met een korrel zout moet nemen. Weet ook dat het er in de zomer gruwelijk heet is en dat de hotelprijzen tijdens de Olympische Spelen astronomisch hoog liggen. Het is dus beter wachten tot september om erheen te vliegen. Ons advies : doen ! Peking is dan al een drukke stad, er zijn genoeg rustige plekken om - al dan niet met een smogmasker aan - op adem te komen. Ook de prijzen vallen mee : een taxi kost niets en voor maximaal vijftien euro heb je goed én veel gegeten in een fancy restaurant. De drankjes zijn iets duurder, maar ze kosten nog altijd een pak minder dan wat je er hier voor op tafel moet leggen. Ongeveer het enige waar je je kredietkaart mee kunt pijnigen, is Chinese kunst. Sinds Ai Weiwei de kunstwereld veroverde, staat er geen rem op de Chinese export. Wie vandaag in China aan een kunstschool afstudeert, draait zijn hand niet meer om voor minder dan tienduizend euro. Onhoudbaar natuurlijk, maar voorlopig doen de honderden galeries en kunstdistricten in de stad gouden zaken. Door Ben Van Alboom I Foto's Wouter Van Vaerenbergh