'Soms moeten feministes leren loslaten.' De feministe waar mijn vriendin het over heeft is haar geweldige, slimme, ondernemende dochter, die het niet kan laten om te reageren, vaak fel, op de seksistische uitspraken van haar broer. Lastig, want dat zorgt weleens voor een gespannen sfeer aan tafel.
...

'Soms moeten feministes leren loslaten.' De feministe waar mijn vriendin het over heeft is haar geweldige, slimme, ondernemende dochter, die het niet kan laten om te reageren, vaak fel, op de seksistische uitspraken van haar broer. Lastig, want dat zorgt weleens voor een gespannen sfeer aan tafel. De anekdote spookt door mijn hoofd wanneer ik Girlhood van Melissa Febos lees, een verzameling scherpe essays over opgroeien in een vrouwenlichaam. 'Voor mijn puberteit bewoog ik me in de wereld zonder zelfbewustzijn of twijfel.(...) Ik was een gepassioneerd kind met eelt op mijn voeten en veel woorden. Ik praatte snel en bewoog sneller. (...) Ik was slim en sterk, mijn ouders zagen me graag en mijn macht lag in die dingen.' Toen Febos elf jaar was, kreeg ze borsten en heupen. 'Dat veranderde mijn waarde voor de wereld. Het was niet langer een triomf om het enige meisje in het baseballteam te zijn. Mannen loerden, jongens wilden dingen van me.' Haar ooit zo sterke lichaam werd een passief ding. Altijd bekeken en beoordeeld worden was niet bedreigend, leerde ze, maar een compliment. 'De maatschappij creëert ons. En in die maatschappij zijn meisjes vooral hun lichaam.' Ze spenderen veel energie en tijd aan aantrekkelijk zijn, maar moeten hun lichaam ook beschermen, leren ze. Ze doen daarom soms dingen waar ze geen zin in hebben omdat ze bang zijn voor wat er gebeurt als ze nee zeggen. Ze voelen zich eenzaam met hun twijfel en schaamte en ze sparen de gevoelens van jongens en mannen. Voortdurend. 'Als je een man een slecht gevoel geeft omdat hij je slecht behandelt, moet jij schaamte voelen, niet hij. En mannen? Die zijn gechoqueerd als hun slechte gedrag gevolgen heeft.' Tijdens onze meisjesjaren leren we een verhaal over onszelf, schrijft Febos. 'Wat onze waarde is, hoe schoonheid eruitziet, wat schadelijk is en wat normaal. We leren ook om het comfort, de gevoelens, perceptie en macht van anderen boven die van onszelf te plaatsen.' Op papier zijn mannen en vrouwen na meer dan een eeuw harde strijd gelijk, toch in België. Maar het dagelijkse, subtiele en grove, opzettelijke en ongewilde seksisme, dat wat er gebeurt in onze hoofden, daar valt niet tegen te betogen. 'Je kunt niet winnen tegen de oceaan', schrijft Febis. 'Het patriarchaat is het huis waar we allemaal in wonen, het is heel onze cultuur en economie, al eeuwen.' Echt? Ja. Echt. Want als je dan toch tegen seksisme protesteert, krijg je te horen dat je het allemaal niet zo ernstig moet nemen. Niet alle mannen, weet je wel. Dat het een grapje was ook, en dat je zelf een mannenhatende seksist bent. Een kromme redenering die ook journalist Martha Gill onlangs in The Times aanklaagde. 'We krabben in ons haar omdat vrouwen zo onzeker zijn, terwijl we hen als maatschappij zelf onzeker maken.' We beoordelen hen op hun uiterlijk en of ze 'poepbaar' zijn, we betalen hen minder, laten hen zeven uur per week meer werken (als je onbetaalde huishoudelijke arbeid meetelt), geloven hen niet als ze vertellen dat ze aangerand of lastiggevallen zijn, behandelen hen - om Febos te citeren - zoals iemand met honger een koelkast, iets waar je uit mag halen wat je wilt. 'Misschien is de onzekerheid van vrouwen geen collectieve psychologische crisis,' schrijft Gill, 'maar lezen ze perfect hoe de maatschappij over hen denkt.' Haar conclusie? Leer ons niet om assertiever te zijn, maar houd op met ons te onderbreken. Leer ons niet om opslag te vragen, maar betaal ons fair. Zeg niet dat we geen gevoel voor humor hebben, maar behandel ons met respect. En mijn bijdrage: zeg niet dat feministes moeten leren loslaten, maar tik mannen die seksistisch zijn op de vingers.