De onderzoekers van de NYU Grossman School of Medicine concluderen dat yoga aanzienlijk effectiever is bij piekerstoornissen (ook wel gegeneraliseerde angststoornissen genoemd) dan stressmanagement. De sport bleek echter minder effectief dan cognitieve gedragstherapie - gesprekstherapie gericht op het doorbreken van negatieve gedachtepatronen.

'Gegeneraliseerde angststoornissen komen vaak voor, maar vaak willen of kunnen mensen geen betrouwbare behandeling volgen', zegt Naomi Simon, hoofdauteur van de studie. 'Onze bevindingen laten zien dat yoga, dat veilig en toegankelijk is, symptomen bij sommigen mensen kan verminderen. Het kan een waardevol middel zijn in een algeheel behandelplan.'

Kundalini-yoga

Voor de studie werden 226 mannen en vrouwen met een gegeneraliseerde angststoornis in drie groepen ingedeeld. De eerste groep volgde cognitieve gedragstherapie, de tweede Kundalini-yoga en de derde stressmanagement - een gestandaardiseerde techniek.

Na drie maanden bleken zowel cognitieve gedragstherapie als yoga aanzienlijk effectiever dan stressmanagement. Van degenen die yoga beoefenden, voldeed 54 procent aan de criteria voor een duidelijke afname van symptomen, vergeleken met 33 procent in de stressmanagementgroep. Van de mensen die cognitieve gedragstherapie volgden, voldeed echter 71 procent aan die criteria.

Mindfulness

Nog eens zes maanden later presteerde cognitieve therapie nog steeds aanzienlijk beter dan stressmanagement, terwijl yoga niet langer aanzienlijk betere resultaten liet zien. Dat wijst erop dat cognitieve therapie een robuuster en duurzamer effect heeft, zeggen de onderzoekers.

De yogabeoefening bestond uit verschillende houdingen, ademhalingsoefeningen, ontspanningsoefeningen, yogatheorie en meditatie- en mindfulnesspraktijken.

Bij stressmanagement kregen de deelnemers voorlichting over de lichamelijke, psychologische en medische gevolgen van stress, en ook over angstverminderende effecten van levensstijl, zoals het verminderen van alcoholgebruik en roken, het volgen van een gezond dieet en voldoende beweging.

Het onderzoek is gepubliceerd in JAMA.

De onderzoekers van de NYU Grossman School of Medicine concluderen dat yoga aanzienlijk effectiever is bij piekerstoornissen (ook wel gegeneraliseerde angststoornissen genoemd) dan stressmanagement. De sport bleek echter minder effectief dan cognitieve gedragstherapie - gesprekstherapie gericht op het doorbreken van negatieve gedachtepatronen. 'Gegeneraliseerde angststoornissen komen vaak voor, maar vaak willen of kunnen mensen geen betrouwbare behandeling volgen', zegt Naomi Simon, hoofdauteur van de studie. 'Onze bevindingen laten zien dat yoga, dat veilig en toegankelijk is, symptomen bij sommigen mensen kan verminderen. Het kan een waardevol middel zijn in een algeheel behandelplan.'Voor de studie werden 226 mannen en vrouwen met een gegeneraliseerde angststoornis in drie groepen ingedeeld. De eerste groep volgde cognitieve gedragstherapie, de tweede Kundalini-yoga en de derde stressmanagement - een gestandaardiseerde techniek.Na drie maanden bleken zowel cognitieve gedragstherapie als yoga aanzienlijk effectiever dan stressmanagement. Van degenen die yoga beoefenden, voldeed 54 procent aan de criteria voor een duidelijke afname van symptomen, vergeleken met 33 procent in de stressmanagementgroep. Van de mensen die cognitieve gedragstherapie volgden, voldeed echter 71 procent aan die criteria.Nog eens zes maanden later presteerde cognitieve therapie nog steeds aanzienlijk beter dan stressmanagement, terwijl yoga niet langer aanzienlijk betere resultaten liet zien. Dat wijst erop dat cognitieve therapie een robuuster en duurzamer effect heeft, zeggen de onderzoekers.De yogabeoefening bestond uit verschillende houdingen, ademhalingsoefeningen, ontspanningsoefeningen, yogatheorie en meditatie- en mindfulnesspraktijken. Bij stressmanagement kregen de deelnemers voorlichting over de lichamelijke, psychologische en medische gevolgen van stress, en ook over angstverminderende effecten van levensstijl, zoals het verminderen van alcoholgebruik en roken, het volgen van een gezond dieet en voldoende beweging.Het onderzoek is gepubliceerd in JAMA.