'Als kleuter was ik blijkbaar al raar. Ik maakte geen deel uit van de groep. Ik groeide uit tot een voyeur die het liefst aan de zijlijn zit en analyseert. Die kritische zin is door de priesters in het college alleen maar aangewakkerd. Vooral tijdens de lessen godsdienst fulmineerde ik fel tegen een geloof dat we zonder vragen moesten overnemen.
...

'Als kleuter was ik blijkbaar al raar. Ik maakte geen deel uit van de groep. Ik groeide uit tot een voyeur die het liefst aan de zijlijn zit en analyseert. Die kritische zin is door de priesters in het college alleen maar aangewakkerd. Vooral tijdens de lessen godsdienst fulmineerde ik fel tegen een geloof dat we zonder vragen moesten overnemen. Pas tijdens mijn opleiding Industriële Vormgeving vond ik een mentor in cultuurfilosoof Francis Smets. Hij wilde nooit overtuigen, maar liet me voelen dat er geen waarheid bestaat. Wat op een bepaald moment als waar wordt aangenomen, is vroeg of laat relatief. Bij de meeste fashion duurt dat proces drie maanden, bij Einsteins visie 100 jaar. En zo wordt alles uiteindelijk weer in vraag gesteld. Sinds Francis me dat leerde, kijk ik nog eigenzinniger naar het leven. Ook in mijn werk als meubelmaker stel ik basisideeën in vraag. Een klassieke stoel is gebaseerd op aannames uit de geschiedenis waarop is voortgewerkt, maar die groei had zich evengoed anders kunnen voltrekken. Die optie onderzoek ik dan in een Casimir-stoel. In mijn beginjaren maakte ook ik commerciëlere ontwerpen, ook ik ging naar de beurs in Milaan. Tot ik besefte hoe verziekt die industrie is. Ze draait niet om echte schoonheid, maar offert die op voor economisch gewin. Ik heb daar ook aan meegedaan, maar er is niets mis met fouten maken. Dat is voor mij niet dé waarheid, wel een waarheid: hoe hoger de toppen, hoe dieper de dalen, hoe beter het leven. Niets zo erg als vlak zijn. Sinds 2012 - na volledig met de sector gekapt te hebben en na een sabbatical van twee jaar - maak ik alleen nog persoonlijke stukken. Het gekke is dat ik maar kritisch en los kan denken als ik in de rest van mijn leven rust heb. In die zin heb ik een autistisch hoofd. Mijn werktafel ziet er al jaren exact hetzelfde uit, mijn kleerkast ook. Als het warm is, draag ik slippers, anders altijd dezelfde sneakers. Ook als papa van vier - ik ben vroeg gescheiden, mijn jongste was vijf - had ik strenge regels. Bijvoorbeeld: ik kookte, zij wasten af, anders maakte ik de dag erna geen eten. Ik heb mijn kinderen altijd geleerd voor zichzelf te denken. Mijn oudste werd een regelrechte punker, die op zijn vijftiende gestopt is met school. Toen de politie kwam uitleggen dat de wet iets anders van hem verwachtte, zei hij: 'Die wet gaat niet op voor mij, want ik heb geen stemrecht.' Hij had een punt. Ik ben nooit bezorgd geweest, waarom zou ik? Ik wilde natuurlijk niet dat er iets onomkeerbaars gebeurde, dat een van mijn kinderen bijvoorbeeld in een rolstoel belandde, maar voor de rest liet ik ze zo hard lopen als ze konden, en liefst frontaal tegen een muur. Alleen zo leer je toch echt iets bij? Als ouder raapte ik hen dan op en wees ik hen op een andere, mogelijk interessantere richting. Het is wat Francis deed en wat alle leerkrachten zouden moeten doen: aanreiken, prikkelen. Wie vasthoudt aan rigide overtuigingen of aan mainstreamideeën, doet dat alleen maar uit angst. Maar waarvoor moet je bang zijn? Waarom zou je een verzekering afsluiten als de mensen voor ons het duizenden jaren lang zonder konden? Waarom zou ik bang moeten zijn dat mensen een meubel van mij slecht vinden? Who cares? Wat telt, is dat het er is, mijn ei, en dat ik een eigenzinnige schoonheidsmaker blijf . Dat is mijn waarheid. Althans, voor mijn beperkte hoofdje op dit beperkte moment.'