Op 1 september 2017 zwaait het Wereldmuseum in Rotterdam de deuren open van de tentoonstelling POWERMASK - The Power of Masks, met Walter Van Beirendonck als curator. Voor de vrolijke en eigenzinnige inrichting van de zalen vormen fotografie en beeldende kunst het vertrekpunt. Wandvullende installaties van hedendaagse kunstenaars Brian Kenny (1982), Coco Fronsac (1962) en Charles Fréger (1975) zijn gecombineerd met uiteenlopende maskers uit Afrika, Oceanië, Europa en Amerika. Dit wordt afgewisseld met historisch en hedendaags filmmateriaal.
...

Op 1 september 2017 zwaait het Wereldmuseum in Rotterdam de deuren open van de tentoonstelling POWERMASK - The Power of Masks, met Walter Van Beirendonck als curator. Voor de vrolijke en eigenzinnige inrichting van de zalen vormen fotografie en beeldende kunst het vertrekpunt. Wandvullende installaties van hedendaagse kunstenaars Brian Kenny (1982), Coco Fronsac (1962) en Charles Fréger (1975) zijn gecombineerd met uiteenlopende maskers uit Afrika, Oceanië, Europa en Amerika. Dit wordt afgewisseld met historisch en hedendaags filmmateriaal. In de expo vind je de werken van uiteenlopende makers, zoals Diane Arbus, Jean-Michel Basquiat, Björk, Thom Browne, Christophe Coppens, James Ensor, Charles Fréger, Coco Fronsac, Phyllis Galembo, Jean Paul Gaultier, Craig Green, Gerrit Rietveld, Christian Dior, Keith Haring, Axel Hoedt, Lajos Kassák, Brian Kenny, Manon Kündig, Inez van Lamsweerde & Vinoodh Matadin, James Merry, Robert Mapplethorpe, Maison Margiela, Paul McCarthy, Niels Peeraer, Richard Quinn, Augustin Rebetez, Cindy Sherman, Walter Van Beirendonck, Dirk Van Saene en Viktor & Rolf. Walter Van Beirendonck: Dat moet gestart zijn in de jaren tachtig, toen ik research deed voor mijn eerste collecties. Ik heb altijd veel inspiratie gevonden in maskers. In die periode ben ik ook veel naar musea - waaronder etnografische musea - beginnen gaan en dat zal er zeker mee te maken hebben. Dat maskers en verf of make-up werden gebruikt tijdens bepaalde spirituele of religieuze festiviteiten heeft me altijd al geïntrigeerd. Ik gebruikte die inspiratie vanaf het begin voor mijn eigen collecties. Walter Van Beirendonck: Omdat het masker vaak gebruikt wordt om kracht te geven of uit te drukken. Maskers hebben een bepaalde spirituele kracht en refereren aan voorouders, rituelen, symbolen en fetisjen. Daarnaast vond ik het ook mooi om de expo een heel moderne titel te geven. De titel doet wat denken aan superhelden en ligt goed in de mond. Je kunt het bovendien op twee manieren lezen: Powermask of the power of masks. Die dubbele betekenis sprak me aan. Walter Van Beirendonck: Het Wereldmuseum in Rotterdam is een klein etnografisch museum en ik bezoek het al heel lang. Twee jaar geleden vroeg het Wereldmuseum me of ik wilde nadenken om een expo rond maskers te cureren. Ze kenden mijn werk en wilden me carte blanche geven. Het leek hen interessant om mij aan de slag te laten gaan met hun collectie. Ik heb een aantal gesprekken gevoerd met de directeur en kwam er snel achter dat maskers voor mij de ideale insteek waren en daar ging het museum mee akkoord.Ik heb een aantal maanden onderzoek gedaan, waarbij ik veel las over maskers, zocht naar interessante beelden en op een heel spontane manier alles wat me interesseerde verzamelde in plakboeken. Toen ik dat materiaal verzameld had, ben ik beginnen fantaseren en me voor de geest te halen hoe het visueel zou worden vormgegeven in het museum. Een jaar en enkele maanden geleden heb ik aan de hand van schetsen beslist hoe ik de vormgeving zag en daar is eigenlijk amper iets aan veranderd. Dat is ook hoe ik werk voor mijn eigen collecties. Ik doe heel veel research en zet dat om in mijn hoofd naar mijn eigen taal. Daarna zet ik alles op papier. Of dat nu een ontwerp is voor een kledingstuk of een tentoonstelling maakt niet uit. Deze manier van werken is het handigst voor mij. Ik ben benieuwd hoe kenners gaan reageren op deze spontane expo. Je zult wel zien, de expo is een feest. Naast maskers uit het Wereldmuseum stel ik ook stukken tentoon die we in bruikleen van andere musea hebben gekregen. Zo zijn er enkele interessante werken van kunstenaars en modeontwerpers die zich net zoals ik lieten inspireren door maskers. De creaties van de modeontwerpers tonen we op paspoppen die als bezoekers doorheen de expo verspreid werden. Ik denk dat er veel te zien is voor een breed publiek: van jong tot oud.Walter Van Beirendonck: Dat is zeker en vast aan bod gekomen tijdens het opstellen van deze tentoonstelling. Ik wist persoonlijk niet dat het een onderwerp was dat zo sterk leefde. We hebben ons afgevraagd hoe we met ons koloniaal verleden deze kunst en accessoires kunnen tentoonstellen op de meest ethische manier. Soms vind ik dat er té veel over wordt nagedacht, wat dan verlammend werkt, want het mooiste wat we kunnen doen is deze objecten exposeren. Dat gebeurt natuurlijk te allen tijde met respect voor deze objecten en de culturen die eraan verbonden zijn. We willen de objecten niet in een bepaalde context duwen, maar de toeschouwers ook hun eigen conclusies laten trekken. Ik wil dat mensen met verwondering komen kijken en genieten van alle contrasten die ze te zien krijgen. Er worden geen etnografische zaken uitgelegd of besproken, de bedoeling is echt verwondering teweegbrengen. Het is een beleving. Ik heb me voor mijn collecties ook altijd laten inspireren door verschillende etnische culturen en daarbij was het steeds super belangrijk om respect te tonen voor die culturen. Mijn werkwijze zorgt er ook voor dat ik die invloeden in mijn hoofd herdenk naar een eigen taal. Ik word geprikkeld door wat ik zie en zo creëer ik iets nieuws. Ik zal nooit letterlijk kopiëren, daar let ik goed op. Tijdens de voorbije modeweken waren er enkele ontwerpers die zich daar aan lieten vangen: ze kopieerden elementen één op één voor hun creaties. Ik maak er mijn eigen ding van en denk dat dat het grote verschil is.