Augustus 2017. Charlottesville, Amerika. Blanke nationalisten, neonazi's en de KKK marcheren met fakkels en hakenkruizen tegen het verwijderen van een standbeeld van confederaal generaal Robert E. Lee. Ze scanderen nazi-leuzen als 'Bloed en Bodem', schelden joden en homo's de huid vol en de volgende dag rijdt een van hen met een auto in op de tegendemonstranten. Negentien mensen raken gewond. Eén persoon laat het leven: de tweeëndertigjarige Heather Heyers. President Trumps lauwe veroordeling ('Alle partijen hebben schuld') lokt een storm van protest en heel wat verhitte discussies uit. We hebben de beelden gezien, en we hebben er allemaal een mening over. Maar de vraag die je hier vaak te horen krijgt is: waarom zouden wij wakker moeten liggen van de Amerikaanse rassendiscussie?
...

Augustus 2017. Charlottesville, Amerika. Blanke nationalisten, neonazi's en de KKK marcheren met fakkels en hakenkruizen tegen het verwijderen van een standbeeld van confederaal generaal Robert E. Lee. Ze scanderen nazi-leuzen als 'Bloed en Bodem', schelden joden en homo's de huid vol en de volgende dag rijdt een van hen met een auto in op de tegendemonstranten. Negentien mensen raken gewond. Eén persoon laat het leven: de tweeëndertigjarige Heather Heyers. President Trumps lauwe veroordeling ('Alle partijen hebben schuld') lokt een storm van protest en heel wat verhitte discussies uit. We hebben de beelden gezien, en we hebben er allemaal een mening over. Maar de vraag die je hier vaak te horen krijgt is: waarom zouden wij wakker moeten liggen van de Amerikaanse rassendiscussie? Omdat het een diepere discussie raakt, suggereert journaliste Nicole Hemmer op nieuwswebsite Vox. Het gaat in dit debat over het toekomstbeeld voor onze samenleving: ofwel blijven we het soms moeilijk hebben omdat niet iedereen hetzelfde is, gelooft en voelt, ofwel doen we ons best om die verschillen in elkaar te aanvaarden. 'Niet elke stad in de wereld is Charlottesville,' schreef Hemmer, 'maar het is wel voor iedereen belangrijk welk van de twee scenario's het haalt.' Dat de VS geen goed schoolrapport halen op het vlak van gelijke kansen, is pijnlijk voor hen. Maar wij zijn toch wel een goede leerling, niet? Het kan beter, stelt het recentste rapport van de Oeso. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling heeft België niet genoeg gedaan om migranten te integreren en is er meer nodig om in het onderwijs en op de arbeidsmarkt gelijke kansen te verzekeren voor migranten en laagopgeleiden, lezen we in het rapport. Echt nieuws is dat niet. Studenten van allochtone afkomst zijn ondervertegenwoordigd in het ASO en in de hogere opleidingen, en uit cijfers van onder andere het Steunpunt Werk en Sociale Economie blijkt dat mensen met een migratieachtergrond, ongeacht hun opleidingsniveau, tot 30 % minder kans maken om aan een job te raken. Dat is van alle Europese landen de slechtste score. De Vlaamse arbeidsinspectie noemt de strijd tegen discriminatie een prioriteit in haar jaarverslag, maar van de meer dan 2200 arbeidsinspecties in Vlaanderen waren er het afgelopen jaar maar 103 gericht op de aanpak van discriminatie. Pogingen tot diversiteit op de werkvloer lopen niet van een leien dakje. Toen de Vlaamse overheid vorige week op Twitter een foto van een jongedame met hoofddoek gebruikte bij een bericht over de aanleg van een werfreserve, werd die nog diezelfde dag weer offline gehaald. Niet omwille van de talloze racistische reacties, stelde het kabinet van de Vlaamse Minister voor onder andere Gelijke Kansen, Liesbeth Homans, maar omdat zo'n beeld valse verwachtingen schept. Niet iedere Vlaamse ambtenaar mag religieuze symbolen dragen. Federaal minister van Werk Kris Peeters (CD&V) kwam in juli met een wetsvoorstel over praktijktests bij dienstencheques, waarbij anonieme telefonische steekproeven moesten uitzoeken of werkgevers sollicitanten discrimineren. Zulke praktijktests zouden ook van pas komen op de huurwoningmarkt. Uit onderzoek van Unia, de onafhankelijke openbare instelling die discriminatie bestrijdt en gelijke kansen bevordert, blijkt dat 1 op de 3 personen van vreemde herkomst door verhuurders wordt gediscrimineerd. 'Dat is geen Afrikaanse man. Dat is een halve aap', stelde schrijfster en activiste Dalilla Hermans afgelopen zomer. Haar scherpe kritiek betrof Mami Wata, de nieuwste strip van Suske & Wiske. Daarin zien we een stereotiepe afbeelding van een Afrikaanse man, die bij Hermans herinneringen oproept aan de racistische prenten uit ons koloniale verleden. Haar reactie zette in Vlaanderen een stroom van tegenreacties in gang. 'Het is nooit de bedoeling geweest om binnen de teksten en de scenario's iemand te schofferen', zegt Ruth Van Ammel van Standaard Uitgeverij, maar in dezelfde adem voegt ze eraan toe dat de reactie van Hermans 'gebaseerd is op één tekening, de enige tekening van dit personage, een figurant in het verhaal'. Ach ja, één tekening. Die reactie hoorde je wel meer. Maar het doet er wel degelijk toe, benadrukt Hermans. 'Zolang zwarte mensen worden afgebeeld als halve apen, is het niet meer dan normaal dat zwarte mensen ook worden behandeld als domme mensen, en dat zwarte kinderen een laag zelfbeeld hebben. Ik heb heel lang gedacht dat bepaalde zaken voor mij niet mogelijk waren. Niemand zag eruit als ik, dus hoe kon ik iemand zijn?' Kinderen brengen honderden, zo niet duizenden uren van hun meest beïnvloedbare jaren door met het kijken en luisteren naar verhalen die hen leren hoe ze zich moeten gedragen en wat normaal is. Het belang van beeldtaal voor het maatschappijbeeld en het zelfbeeld van kinderen en jongeren, kunnen we beter niet onderschatten. 'Als je iets niet gerepresenteerd ziet, kun je niet geloven dat je het kunt worden', stelt Hermans. 'Als je als vrouw nooit een vrouwelijke dokter ziet, ga je niet vol vertrouwen zeggen: 'Ik ga geneeskunde studeren.' Hoeveel succesvolle allochtonen zie je in de media? Veel te weinig.' Neem Dunkirk, de grootste kaskraker van de zomer. Daarin zagen we geen personages met een donkere huidskleur. De oorlog is nochtans niet gewonnen door blanke soldaten alleen. In een stuk voor The Guardian merkte Sunny Singh op dat soldaten uit de kolonies in zowel de Britse als Franse legers gevochten hebben. De Indische, Marokkaanse, Algerijnse en Tunesische soldaten worden over het hoofd gezien, waardoor de film volgens Singh geen historische prent maar sciencefiction is. Dat soort onbewuste vooroordelen in literatuur, films en media is alomtegenwoordig. Acteur Riz Ahmed vertelde in The Hollywood Reporter afgelopen zomer dat hij nog liever platzak bleef dan weer Terrorist nummer 3 te spelen. Altijd weer worden zwarte en bruine figuren als minder en ondergeschikt gepresenteerd, en dat leert een hele generatie gekleurde mensen subtiel dat ze tweederangsburgers zijn. 'Alle verhalenvertellers - romanschrijvers, dichters, journalisten, film- en theatermakers, artiesten - moeten zich heel erg bewust zijn van de kracht die ze in handen hebben', besluit Singh. 'Verhalen kunnen mensen dehumaniseren, demoniseren en zelfs volledig uitwissen. Dergelijke verhalen zijn essentieel om het pad te effenen voor verbaal en fysiek geweld tegenover de mensen die we leren haten. Maar verhalen zijn de ideale manier om te humaniseren, om medelijden, sympathie en zelfs liefde op te wekken voor vreemdelingen en zij die vreemd zijn.' Discriminatie op de arbeidsmarkt, ondervertegenwoordiging in alle mogelijke media - er valt weinig tegen in te brengen. De cijfers zijn er. Maar wat moet je als individu met dat soort structureel racisme? We weten vaak zelfs niet eens hoe te reageren op iets als 'kersttafelracisme'. Je weet wel, die ene zatte nonkel die 'nochtans goed overeenkomt met zijn buurman, een Marokkaan, maar een brave'. Gevolgd door een vette knipoog die insinueert 'dat ze allemaal zo slecht nog niet zijn'. Of de aangetrouwde nicht die leerkracht is en niet vindt dat Zwarte Piet aanstootgevend is, 'want het is traditie' en 'je kunt de kinderen dat plezier niet afnemen'. We gaan die discussie vaak liever uit de weg. Om de lieve vrede. Maar is het nuttig om mensen aan te spreken op hun gedrag? 'Door mensen op ongemakkelijke waarheden te wijzen en de frictie op te zoeken, gaan we er juist voor zorgen dat het niet altijd voor spanning moet zorgen', vindt Dalilla Hermans. 'Het is tijd dat het gesprek over racisme genormaliseerd wordt. Momenteel ligt bijna de hele verantwoordelijkheid bij people of colour. Het is veel krachtiger wanneer witte mensen onderling de discussie voeren. Dat hoeft echt niet het hele familiefeest te verbrodden. Door racisme systematisch op een rustige manier te blijven aankaarten, zorgen we ervoor dat je het kunt zeggen zonder dat daar banden voor verbroken moeten worden.' Of het nu over stripfiguren, Zwarte Piet of Charlottesville gaat, als racisme ter sprake komt, raken de gemoederen vaak snel verhit. 'Het is moeilijk een rationeel debat te voeren over systematisch racisme met sommige witte mensen, omdat ze het snel als een persoonlijke aanval aanvoelen', weet Hermans. 'Er is een heel sterke drang om te zeggen: 'Ik ben niet racistisch dus het is niet racistisch'. Dat gebeurt eigenlijk op grote schaal in onze maatschappij: als je racisme aankaart op een rationele manier, wordt daar heel persoonlijk op gereageerd.' In de editie van Knack van 5 april 2017 verscheen er een lezersbrief. Een mevrouw reageerde op een interview met schrijfster Rachida Lamrabet, die in haar kortfilm Deburkanisation het recht om de boerka te dragen verdedigt. Ze was geschoffeerd door Lamrabets uitspraken over racisme: 'Steeds wordt beweerd dat Vlamingen racisten zijn. Wel, ik ben het niet. Mevrouw Rachida Lamrabet bevestigt een aantal clichés en schoffeert een grote groep mensen. Wat een lef. Ook mijn generatie is doordrongen van de gedachte dat we zeker niet racistisch mogen zijn. En dan zeg ik niet dat racisme niet bestaat. Het bestaat wel, maar niet alleen aan autochtone kant.' Een heel typische reactie als het over racisme gaat, zo blijkt, en die lijkt erop te wijzen dat we dan wel geïnteresseerd zijn in het idee van diversiteit, maar dat de realiteit toch een stuk complexer is. 'Witte mensen denken niet in termen van een groep', duidt Reni Eddo-Lodge in haar spraakmakende boek Why I'm No Longer Talking to White People About Race. 'Ze hebben het voorrecht om als individuen te interageren met de maatschappelijke en politieke structuren van onze maatschappij. Ze worden namelijk ondersteund door dat systeem. Omdat ze niet als een groep denken, zijn ze extra gevoelig voor aanvallen op hun karakter. De suggestie dat sommige witte mensen racistisch zijn, komt meteen over als een aanval op hen persoonlijk als racist. Ze kunnen hun deelname in een racistisch systeem niet onderscheiden van een beschuldiging dat zij, individueel, een racist zijn. Ze besluiten om hun eigen persoonlijke niet-racisme krachtig te verdedigen, of erop te wijzen dat het niet bestaat of dat zij het niet zo zien.' Natuurlijk zijn we gechoqueerd als we neonazi's zien marcheren, maar we lijken soms te vergeten dat zij niet in een vacuüm bestaan. De wereld bestaat niet uit tolerante mensen aan de ene kant en nazi's en racisten aan de andere kant. Daartussen zitten vele tinten grijs. Racisme is reëel. Stel je voor dat je geen balletje kunt trappen zonder te horen te krijgen dat je terug moet naar je eigen land. Dat je minder kansen krijgt op de arbeids- en huurmarkt omdat je een donkere huidskleur hebt. Dat je een speelgoedwinkel binnenloopt en amper een pop vindt die op jou lijkt. Of dat mensen je de mond snoeren wanneer je zegt dat een opmerking je kwetst en je te horen krijgt dat 'racisme relatief is'. Vaak wil je iemand niet bewust kwetsen, maar als mensen vinden dat je racistisch bent of dat zo aanvoelen, is er wel degelijk een probleem. Zie het als de vrouw die over straat wandelt en nagefloten wordt: niet iedere vrouw zal hier aanstoot aan nemen, maar sommige vrouwen ervaren het als sek-sisme. Dan is het belangrijk om dat serieus te nemen. Dus nee, je bent waarschijnlijk niet racistisch. Maar je wordt waarschijnlijk ook niet geconfronteerd met moeilijke huisbazen of weigerachtige werkgevers. Stel dat iemand vertelt dat hij of zij dat wel ervaart, dan kan het geen kwaad om oprecht naar die persoon te luisteren, zonder meteen in de verdediging te gaan.