Het zijn dagen waarop de wereld tussen regen en zonneschijn aarzelt. 's Avonds jagen er boven mijn stadstuin kleine vleermuizen. Ik hou van vleermuizen, omdat zij schepselen zijn die door de mens niet gewaardeerd worden. Dat vind ik een kwaliteitswaarborg. Toen wij in de straat met de dancing woonden, vloog er een vleermuis naar binnen in onze huiskamer op de tweede verdieping. Op tien centimeter van de zoldering begon zij spontaan achten te maken. Alsof zij in een oogwenk had berekend dat een lus van oneindigheid de wijdste baan was die zij in onze benepen ruimte kon beschrijven. Ik heb de lichten gedoofd en de kamer verlaten. Toen ik terugkwam...