Of zijn vrienden in een onesie naar de begrafenis konden komen? Die vraag kreeg de Nederlandse uitvaart- en rouwbegeleider Hanneke van de Plassche van een moeder na het overlijden van haar negentienjarige zoon. 'Als ik sterf, wil ik in onesie opgebaard worden en moeten jullie in onesie naar mijn begrafenis komen', had hij gelachen op zijn ziekbed, en nu wilden zijn vrienden zich graag aan die laatste belofte houden. Maar wat zouden de mensen wel niet denken, vroeg zijn moeder zich af. 'Doen!', schrijft Hanneke in haar boek Rouwe kost. Het is net mooi om de persoonlijkheid van de overledene, wars van normen, tot uiting te laten komen tijdens de uitvaart. En dus droegen vier jongens, gekleed in onesie, de kist van hun vriend naar buiten, en werd de afscheidsrede gehouden door de beste vriend in zijn pyjama.

Sleutelwoorden zijn troost en warmte: met een mooie ceremonie smeer je een pot Pattex tussen de mensen.

Lieke Biesemans

Een mooie, persoonlijke afscheidsceremonie is meer dan een pleister op een wonde. De juiste teksten en muziek, vergezeld van bestaande of nieuwe rituelen, bieden de achterblijvers, die verder moeten met dat gigantische gat in hun midden, houvast en troost, op het moment zelf, maar ook in de maanden en jaren erna. Dat dat makkelijker gezegd is dan gedaan, weet iedereen die al eens een dierbare verloor. Toen zeven maanden geleden mijn moeder stierf, vonden ook wij onze weg niet op de gangbare paden die de begrafenisondernemer ons liet volgen. Het aantal keuzes dat we kregen was beperkt en voelde niet juist voor onze creatieve, eigenzinnige, onmisbare en onvervangbare moeder. Ook storyteller Lieke Biesemans van Stories By Mabel voelt de nood aan alternatieve afscheids- en herdenkingsceremonies. 'Meer dan als een afscheid, zie ik een begrafenis als een viering van een bijzonder leven. Je moet de ziel van iemand weten te vatten. Sleutelwoorden zijn troost en warmte: met een mooie ceremonie smeer je een pot Pattex tussen de mensen.'

Op knackweekend.be/rouwen verklaart Lieke waarom we zoveel nood hebben aan nieuwe afscheidsrituelen en -ceremonies.

Tipi in de tuin

Dat haar moeder Nicole op haar 57ste voor euthanasie koos, voelde voor Elke als een falen: ze was er niet in geslaagd haar moeder te redden. Een mooie afscheidsdienst - met bloemen in de hoofdrol - organiseren verzachtte de pijn van het nakende afscheid. 'Samen hebben we nog elk aspect van de ceremonie doorlopen. Ik had haar verteld dat ik bloemzaadjes van vergeet-me-nietjes wilde uitdelen tijdens de dienst, ik had haar de foto en de tekst getoond die op het kaartje zouden komen, naast haar ziekbed had ik de zakjes geplooid van de bladen van een oude dichtbundel. Ze las de teksten die we zouden voorlezen, selecteerde mee de muziek en de foto's.

Elke. © Fred Debrock

Het afscheid, hoewel gepland, kwam hard aan. Als ik nu, bijna twee jaar later, op het moment van haar dood terugkijk, voelt het nog steeds aan als een klein trauma. De eerste dagen na haar dood leefde ik in een cocon van rouw, niemand kon tot me doordringen. Tegelijk besefte ik dat ik me moest herpakken. Haar afscheid was te belangrijk om uit handen te geven. Dat ik zoveel voorbereidingen had getroffen, bleek een redding. Na haar dood had ik eenvoudigweg de kracht niet meer.

Naar het kerkhof ga ik zelden. Het is niet de plek waar mijn moeder nu is. Ze is hier, bij ons. In mijn bloementuin heb ik een plekje waar ik tot rust kom op moeilijke dagen en waar ik haar heel nabij voel. Op een centrale plek hebben we een tipi gemaakt van wilgentakken, met een tafel en een stoel ernaast. Niet alleen ik kom er om aan haar te denken, ook voor mijn vader is het een vluchtplek. Ik vind er troost in kleine dingen. Dan zie ik een vergeet-me-nietje in de vorm van een hart, of komt er een vlinder op mijn arm zitten. Een jaar na haar dood hebben we er een herdenking gehouden. Haar foto stond op haar plekje, mensen hadden kaarsen mee om te branden, in een boek kon je een herinnering neerschrijven. Dit jaar wil ik diezelfde mensen weer bij elkaar brengen. Het was zo'n troostend moment.

Dat ik zoveel voorbereidingen had getroffen, bleek een redding. Na haar dood had ik eenvoudigweg de kracht niet meer.

Elke

Met bloemen kon je mijn moeder altijd blij maken. De laatste jaren van haar leven, toen ze bedlegerig was en het huis niet meer verliet, zette ik bijna dagelijks verse bloemen naast haar bed en op tafel. De mooiste bloemen bewaarde ik voor haar. Ze zou eens moeten weten, denk ik soms, hoeveel mensen ons in de maanden na haar dood foto's hebben gestuurd van de vergeet-me-nietjes in hun tuin, gegroeid uit haar zaadjes, met een mooie anekdote of herinnering erbij. Ze zal nooit vergeten worden.'

Een laatste feest

Een paar weken na de dood van hun mama, verstrooiden Katleen en haar broer en zussen een deel van de assen van hun moeder en eerder overleden vader onder de magnolia in de tuin van hun ouderlijk huis. Maar het afscheidsmoment dat hen het meeste zal bijblijven, was de wake, toen ze hun moeder Josée (70) thuis in de woonkamer opbaarden.

Toen we met de kist naar buiten liepen, zagen we dat alle buren kaarsjes brandden om hun buurvrouw te begeleiden op haar laatste reis

Katleen

'We wilden haar zo graag nog een laatste keer naar huis brengen, dat hadden we haar beloofd. Om daar te sterven. Maar ze ging te snel achteruit, en uiteindelijk was ze te zwak om het ziekenhuis nog te verlaten. De gedachte moet zijn blijven sluimeren, want toen de afscheidsdienst en de wake ter sprake kwamen, is het idee gegroeid. Een paar jaar eerder hadden we ook al afscheid genomen van onze papa, en dat had ons met gemengde gevoelens achtergelaten. Vooral de wake herinnerden we ons als een kil en afstandelijk moment. In dat grote crematorium, zijn lichaam achter een scherm. Mensen kwamen langs, schudden ons de hand en vertrokken. Konden we haar niet thuis opbaren, alleen voor die ene avond? Het was niet gebruikelijk, zei de begrafenisondernemer, maar het kon.

Het was een verdrietige, maar mooie avond. Ze lag in de tv-kamer, foto's, kaarsen en bloemen op de kasten. Naast het bed hadden we een zetel en stoelen gezet, zodat mensen naast haar konden zitten om nog iets te vertellen of in alle rust afscheid te nemen. De kinderen liepen er binnen en buiten, legden bloemen op haar lichaam, waren vrolijk. We hadden geen begrafenissfeer gewild en die was er ook niet. Er was taart, drukte en vooral veel gezelligheid, precies zoals zij haar feesten graag had.

Katleen © Fred Debrock

Om negen uur kwamen de begrafenisondernemers haar lichaam halen en vertrok iedereen, behalve naaste familie. We deden haar juwelen uit, hielpen haar in de kist te leggen, en legden haar kleren nog een laatste keer goed. Bij het kisten mocht mijn zoontje van zes de kist helpen dichtschroeven. Het voelde heel natuurlijk om zo dicht bij haar dode lichaam te zijn. We waren de laatste weken van haar leven zo dicht bij haar geweest, het was vanzelfsprekend dat we die laatste zorg ook op ons zouden nemen.

Toen we met de kist naar buiten liepen, zagen we dat alle buren kaarsjes brandden om hun buurvrouw te begeleiden op haar laatste reis. Stapvoets reed de rouwwagen langs de brandende kaarsen, een mooi moment. Het afscheid is intussen een halfjaar geleden en voelt nog steeds als een open wonde, maar door de manier waarop we haar hebben kunnen eren na haar dood kan ik ook met een glimlach op die verdrietige maanden terugkijken.'

Een extra champagneglas

Uus heeft de keuze uit verschillende dagen om haar broer Casper (23) op te herdenken: zijn verjaardag, de datum waarop hij vermist raakte in Venezuela, de dag waarop de lichamen van hem en zijn reisgezel gevonden werden of de dag van zijn begrafenis. Maar ze kiest ervoor om elk jaar op zijn sterfdag een dag vrij te nemen om zich volledig te wijden aan haar verdriet.

Elk jaar op 23 november, Caspers sterfdatum, neem ik een dag vrij. Dan lees ik oude mails, bekijk foto's, ga wandelen of nog eens naar het kerkhof.

Uus

'Soms ben ik bang voor het eeuwige vergeten. Dat er een moment komt dat ik aan mezelf moet toegeven dat ik nog maar weinig aan mijn overleden broer denk. Anderzijds kan ik me niet voorstellen dat dat moment ooit komt. De gedachte alleen al is absurd: Casper missen hoort bij mijn leven. Maar het leven neemt het over van de dood, en de tijd gaat snel. Hij is ondertussen al meer dan tien jaar geleden overleden. Rouwen is vasthouden en loslaten tegelijk. Vasthouden is pijnlijk, maar loslaten is dat ook. Ik heb voor mezelf een evenwicht gevonden: elk jaar op 23 november, Caspers sterfdatum, neem ik een dag vrij. Dan dompel ik me helemaal onder in mijn verdriet en gaat de deur wagenwijd open voor de herinnering aan hem. Dan lees ik oude mails, bekijk foto's, ga wandelen of nog eens naar het kerkhof.

Uus © Fred Debrock

Onlangs verscheen Casper, een rouwboek, mijn boek over de zoektocht, de dood en het gemis van mijn broer. Een van de redenen waarom ik dit boek schreef, is opdat mijn kinderen, als ik er niet meer ben, de herinnering aan hem levend kunnen houden. Ze hebben hem nooit gekend, maar toch hoort Casper onlosmakelijk bij hun leven. Toen we hier kwamen wonen, heb ik een meubelontwerper een grote wandkast laten maken, met een eigen plekje voor Casper. Zijn doodsprentje staat er, met nog wat foto's en een geschilderd portret. Het plankje is uittrekbaar zodat ik er een kaars bij kan branden. Zo is hij altijd aanwezig in huis. En als we hier thuis een feest organiseren, zet ik voor hem een extra champagneglas op tafel.

Leven met een verlies is als een amputatie: je hebt een arm minder om te omhelzen, een been minder om op te staan. Ons gezin zal nooit meer hetzelfde zijn: mijn ouders zijn hun enige zoon kwijt, mijn zussen en ik onze enige broer. Om Casper altijd bij ons te dragen, hebben mijn zussen en ik een ring laten maken met als inscriptie de tekst die ook op zijn doodsprentje stond: eerst leek het voor even, toen bleek het voor eeuwig. Die ring hoort bij ons, zoals Casper bij ons hoorde. Zoals een verlovingsring staat voor oneindige liefde, zo staat onze ring voor Casper voor oneindig verdriet.

Casper, een rouwboek van Uus Knops verscheen bij Borgerhoff & Lamberigts.