Er bestaat een studie naar de carrièreloop van mannen en vrouwen in de academische wereld waarbij de respectievelijke parcours worden uitgebeeld met rode en blauwe knikkers. Waar links, het begin van een carrière, rood en blauw gelijk verdeeld zijn, zie je naarmate de loopbaan vordert steeds meer rode knikkers wegvallen. Tot er rechts nog een paar blauwe overblijven. Rood, dat raadde u al, zijn de vrouwelijke academici. Zijn vrouwelijke wetenschappers dan niet ambitieus?

Dat zijn ze wel, schreven Anya Topolski en Nellie Konijnendijk vorig jaar al in het boek #Seksisme (uitg. Polis), maar ondanks het feit dat universiteiten worden gezien als een bakermat van het verlichte denken, blijken ook verstandige wetenschappers in de valkuil van genderstereotypering te trappen. Hoe hoger vrouwen klimmen op de academische carrièreladder, hoe minder kansen ze daardoor krijgen.

Om het tij te keren, lanceert de beleidscel Diversiteit en Gender met toestemming van de UN Women een eigen HeForShe-campagne.

Voortrekkersrol

'Het zou hier vol mannen moeten zitten', hoor ik iemand achter me zeggen. Ze heeft gelijk: de zaal zit vol, maar ruw geschat is maar 1 van de 10 aanwezigen een man. En dan hebben we de elf mannelijke decanen meegeteld die zich engageerden om de doorstroom van vrouwelijke doctorandi naar een vaste positie als professor of hoogleraar te faciliteren. Elk heeft een actieplan opgesteld, dat wordt voorgesteld in een kort filmpje. De plannen moeten de negatieve gevolgen van de stereotype ideeën over vrouwen indijken.

'Er is veel veranderd sinds Sidonie Verhelst zich op 6 december 1882 als eerste vrouw inschreef aan de Gentse Universiteit', stelde rector Anne De Paepe tijdens de opening van zitting in de grote aula in de Volderstraat. 'Nu studeren er zelfs iets meer vrouwen dan mannen af, en ook in de bestuursorganen van de universiteit is er volledige gelijkheid.'

Maar is het doel daarmee bereikt? Eén blik op de foto's van de decanen van de faculteiten leert ons van niet. 'Voor elke vrouwelijke professor of gewoon hoogleraar zijn er acht mannen', aldus De Paepe. 'Met die mannen heb ik geen probleem, het zijn stuk voor stuk briljante wetenschappers. Maar er gaat helaas veel vrouwelijk talent verloren. We moeten iets doen aan de diepgewortelde genderdiscriminatie, de UGent wil daar een voortrekkersrol in spelen.'

De gedachte dat de 'ideale wetenschapper' iemand is die altijd met het werk bezig is, maakt dat mensen ervan uitgaan dat een academische carrière en een zorgende rol niet met elkaar te combineren zijn.

Verwachtingspatronen

Professor Claartje Vinkenburg van de Vrije Universiteit Amsterdam, sociaal psychologe en genderexpert, licht het probleem toe: 'De verticale genderongelijkheid is voor een deel het gevolg van bias. Stereotiepe ideeën over de rol van mannen en vrouwen in de samenleving maken dat vrouwen tijdens hun loopbaan minder snel (of niet) vooruitkomen.'

'Gender bias is wel degelijke een obstakel dat bij elke scharniermoment tegen vrouwen werkt', aldus Vinkenburg. Veel heeft te maken met de verwachtingen die men heeft van vrouwen. Van een vrouw met kinderen verwacht men bijvoorbeeld dat ze ouderschapsverlof zal opnemen, wat niet in haar voordeel speelt als er aanstellingen worden gedaan. 'Ook de gedachte dat de 'ideale wetenschapper' iemand is die altijd met het werk bezig is, maakt dat mensen ervan uitgaan dat een academische carrière en een zorgende rol niet met elkaar te combineren zijn. Die meestal onbewuste mechanismen moeten bloot gelegd worden wil men vrouwen steunen in het opbouwen van een academische carrière. Zo niet houdt het systeem zichzelf in de hand.'

Meisjes in STEM-beroepen

Op vraag van Tine Brouckaert van de Beleidscel Diversiteit en Gender gingen de decanen nadenken over concrete stappen die ze konden zetten om hun vrouwelijk talent alle kansen te geven. De een toont daar al wat overtuigder in dan de ander.

Farmaceutische wetenschappen is bijvoorbeeld een studierichting die altijd al meer vrouwen aantrok. Decaan Jan Van Bocxlaer spreekt met warmte over het vrouwelijk talent op zijn faculteit dat niet voldoende doorstroomt naar de onderzoekslabo's. Ook professor Herwig Dejonghe, decaan van de faculteit wetenschappen, sprak met kennis van zaken over het uitvallen van meisjes in STEM-beroepen (Science - Technology - Engineering - Mathematics). Hij neemt zich voor om de selectiecriteria voor aanstellingen te screenen op hun neutraliteit. Ook professor Marc Van Meirvenne, decaan van de faculteit bio-ingenieurswetenschappen, heeft oog voor het feit dat vrouwen met kinderen afhaken. Zijn actieplannen zijn concreet: meer aandacht voor de werk-gezinsbalans en de vergaderuren aanpassen aan de schooluren van kinderen.

Meritocratie

Die actiepunten moeten vrouwen aanmoedigen, maar dat alleen is uiteraard niet voldoende. Minstens even belangrijk is het om de beslissende organen ervan te doordringen dat ze alert moeten zijn op mogelijke discriminatie. Vinkenburg wijst bijvoorbeeld op de mythe van de meritocratie, oftewel de overtuiging dat 'de beste vanzelf gaat bovendrijven'. Zoiets kan alleen in een onbevooroordeeld systeem, zegt ze, terwijl de criteria voor aanstellingen of onderzoeksbeurzen lang niet neutraal zijn. Bovendien, en dat geldt overigens niet alleen voor de academische wereld, hebben beslissers de neiging om de voorkeur te geven aan de dominante groep, de mannen dus. De masculiene normen ter discussie stellen is dus minstens een even belangrijk werkpunt als niet vergaderen op woensdagnamiddag.

Er bestaat een studie naar de carrièreloop van mannen en vrouwen in de academische wereld waarbij de respectievelijke parcours worden uitgebeeld met rode en blauwe knikkers. Waar links, het begin van een carrière, rood en blauw gelijk verdeeld zijn, zie je naarmate de loopbaan vordert steeds meer rode knikkers wegvallen. Tot er rechts nog een paar blauwe overblijven. Rood, dat raadde u al, zijn de vrouwelijke academici. Zijn vrouwelijke wetenschappers dan niet ambitieus?Dat zijn ze wel, schreven Anya Topolski en Nellie Konijnendijk vorig jaar al in het boek #Seksisme (uitg. Polis), maar ondanks het feit dat universiteiten worden gezien als een bakermat van het verlichte denken, blijken ook verstandige wetenschappers in de valkuil van genderstereotypering te trappen. Hoe hoger vrouwen klimmen op de academische carrièreladder, hoe minder kansen ze daardoor krijgen. Om het tij te keren, lanceert de beleidscel Diversiteit en Gender met toestemming van de UN Women een eigen HeForShe-campagne.'Het zou hier vol mannen moeten zitten', hoor ik iemand achter me zeggen. Ze heeft gelijk: de zaal zit vol, maar ruw geschat is maar 1 van de 10 aanwezigen een man. En dan hebben we de elf mannelijke decanen meegeteld die zich engageerden om de doorstroom van vrouwelijke doctorandi naar een vaste positie als professor of hoogleraar te faciliteren. Elk heeft een actieplan opgesteld, dat wordt voorgesteld in een kort filmpje. De plannen moeten de negatieve gevolgen van de stereotype ideeën over vrouwen indijken. 'Er is veel veranderd sinds Sidonie Verhelst zich op 6 december 1882 als eerste vrouw inschreef aan de Gentse Universiteit', stelde rector Anne De Paepe tijdens de opening van zitting in de grote aula in de Volderstraat. 'Nu studeren er zelfs iets meer vrouwen dan mannen af, en ook in de bestuursorganen van de universiteit is er volledige gelijkheid.' Maar is het doel daarmee bereikt? Eén blik op de foto's van de decanen van de faculteiten leert ons van niet. 'Voor elke vrouwelijke professor of gewoon hoogleraar zijn er acht mannen', aldus De Paepe. 'Met die mannen heb ik geen probleem, het zijn stuk voor stuk briljante wetenschappers. Maar er gaat helaas veel vrouwelijk talent verloren. We moeten iets doen aan de diepgewortelde genderdiscriminatie, de UGent wil daar een voortrekkersrol in spelen.' Professor Claartje Vinkenburg van de Vrije Universiteit Amsterdam, sociaal psychologe en genderexpert, licht het probleem toe: 'De verticale genderongelijkheid is voor een deel het gevolg van bias. Stereotiepe ideeën over de rol van mannen en vrouwen in de samenleving maken dat vrouwen tijdens hun loopbaan minder snel (of niet) vooruitkomen.''Gender bias is wel degelijke een obstakel dat bij elke scharniermoment tegen vrouwen werkt', aldus Vinkenburg. Veel heeft te maken met de verwachtingen die men heeft van vrouwen. Van een vrouw met kinderen verwacht men bijvoorbeeld dat ze ouderschapsverlof zal opnemen, wat niet in haar voordeel speelt als er aanstellingen worden gedaan. 'Ook de gedachte dat de 'ideale wetenschapper' iemand is die altijd met het werk bezig is, maakt dat mensen ervan uitgaan dat een academische carrière en een zorgende rol niet met elkaar te combineren zijn. Die meestal onbewuste mechanismen moeten bloot gelegd worden wil men vrouwen steunen in het opbouwen van een academische carrière. Zo niet houdt het systeem zichzelf in de hand.'Op vraag van Tine Brouckaert van de Beleidscel Diversiteit en Gender gingen de decanen nadenken over concrete stappen die ze konden zetten om hun vrouwelijk talent alle kansen te geven. De een toont daar al wat overtuigder in dan de ander. Farmaceutische wetenschappen is bijvoorbeeld een studierichting die altijd al meer vrouwen aantrok. Decaan Jan Van Bocxlaer spreekt met warmte over het vrouwelijk talent op zijn faculteit dat niet voldoende doorstroomt naar de onderzoekslabo's. Ook professor Herwig Dejonghe, decaan van de faculteit wetenschappen, sprak met kennis van zaken over het uitvallen van meisjes in STEM-beroepen (Science - Technology - Engineering - Mathematics). Hij neemt zich voor om de selectiecriteria voor aanstellingen te screenen op hun neutraliteit. Ook professor Marc Van Meirvenne, decaan van de faculteit bio-ingenieurswetenschappen, heeft oog voor het feit dat vrouwen met kinderen afhaken. Zijn actieplannen zijn concreet: meer aandacht voor de werk-gezinsbalans en de vergaderuren aanpassen aan de schooluren van kinderen. Die actiepunten moeten vrouwen aanmoedigen, maar dat alleen is uiteraard niet voldoende. Minstens even belangrijk is het om de beslissende organen ervan te doordringen dat ze alert moeten zijn op mogelijke discriminatie. Vinkenburg wijst bijvoorbeeld op de mythe van de meritocratie, oftewel de overtuiging dat 'de beste vanzelf gaat bovendrijven'. Zoiets kan alleen in een onbevooroordeeld systeem, zegt ze, terwijl de criteria voor aanstellingen of onderzoeksbeurzen lang niet neutraal zijn. Bovendien, en dat geldt overigens niet alleen voor de academische wereld, hebben beslissers de neiging om de voorkeur te geven aan de dominante groep, de mannen dus. De masculiene normen ter discussie stellen is dus minstens een even belangrijk werkpunt als niet vergaderen op woensdagnamiddag.