Ik wist al vroeg dat ik iets creatiefs wilde doen. Zo maakte ik op mijn zestiende een remake van Reservoir Dogs, een filmproject met Knokse vrienden waar we ons de hele zomer mee amuseerden. Tuinarchitect worden was ook een droom, maar na een stage bij JIM liet de tv-wereld me niet meer los.

Een masterplan heb ik nooit gehad. Als ik terugblik, zie ik vooral ontmoetingen met inspirerende figuren en mensen die in mij geloofden. Die eerste film bijvoorbeeld: die is er alleen gekomen omdat de toenmalige schepen van cultuur, Maxim Willems, er wel brood in zag. Emanuel (Vanderjeugd, Moeyaerts vennoot bij Geronimo, red.) gaf me op mijn 24ste dan weer het duwtje dat ik nodig had om als zelfstandige mee bedrijfsleider te worden, en zonder mijn vrouw ben ik nergens. Goesting hebben om dingen in gang te steken en te creëren is niet genoeg, daar heb je andere mensen bij nodig.

Als jonge twintiger kom je makkelijk weg met wilde ideeën, maar je mist wel een stuk geloofwaardigheid

Ik sta liever achter de schermen dan in de spotlights. Ik speelde als tiener bij theatergezelschap Appassionata in Knokke-Heist en heb bij JIM nog een screentest gedaan om veejay te worden, maar daarvan herinner ik me vooral de zenuwen en slapeloze nachten die dat veroorzaakte. Dat had ik in mijn jeugd al bij het voetballen: zodra we een wedstrijd moesten spelen, kreeg ik lood in de benen.

Als tiener wilde ik zo snel mogelijk naar de grote stad. Na mijn studie journalistiek in Gent woonde ik in Brussel en Antwerpen, maar mettertijd ben ik opnieuw de voordelen van het platteland gaan zien. Het feit dat alles er minder vanzelfsprekend is bijvoorbeeld. In een dorp als Oostkerke heb je voor het minste een fiets nodig, maar daardoor leer je ook organiseren en je plan trekken. Toen ons eerste kindje eraan kwam, wist ik dan ook meteen dat ik niet in Antwerpen wilde blijven. Nu wonen we in Wachtebeke, tegenover een boerderij waar we vaak de koeien- en schapenstallen bezoeken met de kinderen. Ik wil hen zoveel mogelijk laten proeven van de natuur en hun het gevoel van ruimte en vrijheid geven waarmee ik zelf ben opgegroeid.

Er is geen mooier verhaal dan het leven zoals het is. Ik respecteer tv-makers die mensen in een groots opzet droppen en de spanning opbouwen in de montage, maar dat hoeft voor mij niet: gewone verhalen zijn op zich vaak confronterend genoeg. Denk aan de omwentelingen in het leven van kersverse ouders, de eenzaamheid van bejaarden in rusthuizen of mensen die zich belangeloos inzetten voor anderen: als dat geen boeiende verhalen zijn, wat dan wel?

Gewone verhalen zijn op zich vaak confronterend genoeg.

Bij Geronimo telde ik de dagen af tot ik een dertiger zou zijn. In meetings met tv-bonzen maakt dat zeker een verschil. Als jonge twintiger kom je gemakkelijker weg met wilde ideeën, maar je mist wel een stuk geloofwaardigheid. Zeker als je niet de platgetreden paden opzoekt. Ons geluk was dat we in 2013 genomineerd werden voor een International Emmy Award, en daarna gebeurde dat nog twee keer. De teleurstelling dat we die nominaties niet verzilverden, heeft niet lang geduurd: er moet altijd wat te verlangen blijven.

Goed kunnen ruziemaken helpt. Manu en ik zijn allebei in andere dingen goed en komen dus niet voortdurend in elkaars vaarwater, maar we zijn ook West-Vlaamse keikoppen. (lacht) Bovendien maakt gedrevenheid een mens niet geduldiger. Soms weet ik zo goed waar ik naartoe wil dat ik korter en prikkelbaarder ben tegenover medewerkers dan ik zou willen. Wat erg, denk ik achteraf, maar op het moment zelf neemt de passie het over.

De weidsheid van de zee en de polders brengen me tot rust. Volgens mij kent iedereen die daarmee is opgegroeid dat gevoel. Mijn ouders wonen in Sluis en als ik er ben, profiteer ik er altijd van om even tot aan het water te wandelen of de Burkeldijk af te rijden. Dan voel ik in elke porie dat ik thuis ben. Al moet ik zeggen dat het vaderschap ook vaak voor ontspanning zorgt. Meegaan in de verbeelding en verwondering van mijn kinderen - dan valt alle stress van me af.