Van mijn twintigste tot drieëndertigste was ik single', vertelt Marie, 'maar ik had het volste vertrouwen dat God mijn toekomstige op mijn pad zou brengen.'

Eddie voelde dezelfde zekerheid. 'Nadat m'n stiefmoeder me op mijn zeventiende uit huis had geschopt, stond ik alleen en zou ik crimineel geworden zijn, zoals mijn vrienden, was ik niet volgens de Bijbel beginnen te leven. Als snel gaf God me het diploma, werk en huis waar ik om gevraagd had.'

Eddie kwam langs in gospelkerk Refreshed, waar ik frontzangeres ben. In het begin dacht ik: o nee, een Congolees. In mijn pubertijd had ik helaas ondervonden dat het cliché over Afrikanen klopt: ze zien te veel vrouwen graag. Na ongeveer een jaar kreeg ik door dat Eddie anders is. Als hij bidt, klopt zijn hart vurig voor God. Dat trok me aan en uiteindelijk sprongen we samen in een relatie.'

'Maar we zijn zo verschillend - zij is bijvoorbeeld impulsief, ik beredeneerd - dat we heftige ruzies hadden. We zouden zeker uit elkaar gegaan zijn, mochten we niet aan elkaar gevraagd hebben: 'Geloof je dat God ons samenbracht?' en daar allebei 'Ja!' op geantwoord hebben. Sindsdien zien we in dat onze verschillen net verrijkend zijn.'

'Volgens het Bijbelse principe sliepen we niet met elkaar tot we drieënhalf jaar later trouwden.'

'Dat was lang', zucht hij. 'Vleselijk verlangen is sterk, maar we stopten altijd op tijd. We wisten: als we Gods manier volgen, zal zijn zegening van onze relatie veel groter zijn.'

'De eerste nacht was het wennen, maar zo speciaal', zegt zij. 'We hebben nu een bijna perfect huwelijk, met ons zoontje als kers op de taart. Ik vertrouw erop dat niets ons nog kan breken.'