20 jaar geleden werd ik als geneeskunde-student opgeleid door een overwegend mannelijk artsen-professoren corps. Ik herinner me in die 7 jaren studie amper 3 vrouwelijke artsen-professoren vooraan in het auditorium. Logisch dus dat ik de mannelijke visie op en ervaring met ziektebeelden ingelepeld kreeg, iets wat ook wel eens ten nadele van de toekomstige mannelijke patiënten was.

De typische patiënt met een depressie, migraine of osteoporose was een vrouw en ik hoorde pas in mijn vervolgopleiding tot endocrinoloog dat er ook flink wat mannen met osteoporose zijn. We weten ondertussen ook dat hartinfarcten zich anders presenteren bij vrouwen dan bij mannen, maar die informatie kreeg ik 20 jaar geleden niet mee. De huidige studenten leren andere diagnostische testen aan, waardoor een hartinfarct bij vrouwen sneller wordt vastgesteld.

Gelukkig is het genderevenwicht in de geneeskunde ondertussen beter, zeker op studentenbanken, maar de strijd is op het niveau van professoren nog lang niet gestreden. Nu ik zelf lesgeef, let ik toch flink op dat mevrouw X en mijnheer Y niet de typische doorsnee Vlaamse patiënten zijn wiens ziektepresentaties bol staan van de medische clichés. Maar omdat het helaas ooit anders was, er is nog een flinke groep momenteel actieve artsen opgeleid in zo'n context.

Dat geneesmiddelen soms anders werken bij mannen of vrouwen is ondertussen gedocumenteerd

In de geneeskunde blijven man-vrouw verschillen relevant. Je geboortegeslacht bepaalt een en ander, net zoals je 'hormonale' geslacht, wat je genderidentiteit of -rol ook is. Daar is je dokter toch maar best van op de hoogte. Of neem geneesmiddelenonderzoek. Dat geneesmiddelen soms anders werken bij mannen of vrouwen is ondertussen gedocumenteerd. Het is bijvoorbeeld niet omdat een geneesmiddel niet bij mannen werkt, dat het niet bij vrouwen werkzaam kan zijn. Testosteron doet sommige medicatie sneller afbreken door de lever, waardoor de bloedspiegels lager zijn. Of omgekeerd, andere medicatie zoals de benzodiazepines van slaapmedicatie, werken langer door bij vrouwen dan bij mannen. Is dat de reden dat vrouwen de dag na het innemen van zo'n pil toch niet helemaal uitgeslapen zijn?

Er is geen simpel trucje, we kunnen vrouwen niet zo maar de helft van de dosis voorschrijven dan we aan een man zouden aanraden, bijvoorbeeld. Daarom is het goed om biologische verschil in onderzoek te blijven bewaken en daarin te investeren. Er is daarom in geneesmiddelenonderzoek extra aandacht nodig voor vrouwen, ook rekening houdend met de hormonale cyclus die testresultaten kan beïnvloeden.

3 februari, de geboortedatum van Elizabeth Blackwell (1821-1910), de eerste vrouwelijke arts van de USA, is sinds 4 jaar de 'National Women Physicians Day' op de kalender. Een mooi initiatief. De toenemende groep vrouwelijke artsen gaat nu en straks de geneeskunde aanzienlijk beïnvloeden. Zien we alsnog medicatie op de markt verschijnen met specifieke dosissen voor vrouwen? Zullen we zeker zijn dat de chemotherapie voor die bottumor even effectief is bij vrouwen als bij mannen? Zal er een vak gender-specifieke geneeskunde geïntroduceerd worden? Ik verwacht toch een kleine medische revolutie als we hierop meer de spotlights gaan richten. En zien we straks evenveel vrouwelijke als mannelijke professoren die geneeskunde onderwijzen? Ik mag het hopen. Daarom is Internationale Vrouwendag vandaag nog belangrijk.

20 jaar geleden werd ik als geneeskunde-student opgeleid door een overwegend mannelijk artsen-professoren corps. Ik herinner me in die 7 jaren studie amper 3 vrouwelijke artsen-professoren vooraan in het auditorium. Logisch dus dat ik de mannelijke visie op en ervaring met ziektebeelden ingelepeld kreeg, iets wat ook wel eens ten nadele van de toekomstige mannelijke patiënten was. De typische patiënt met een depressie, migraine of osteoporose was een vrouw en ik hoorde pas in mijn vervolgopleiding tot endocrinoloog dat er ook flink wat mannen met osteoporose zijn. We weten ondertussen ook dat hartinfarcten zich anders presenteren bij vrouwen dan bij mannen, maar die informatie kreeg ik 20 jaar geleden niet mee. De huidige studenten leren andere diagnostische testen aan, waardoor een hartinfarct bij vrouwen sneller wordt vastgesteld. Gelukkig is het genderevenwicht in de geneeskunde ondertussen beter, zeker op studentenbanken, maar de strijd is op het niveau van professoren nog lang niet gestreden. Nu ik zelf lesgeef, let ik toch flink op dat mevrouw X en mijnheer Y niet de typische doorsnee Vlaamse patiënten zijn wiens ziektepresentaties bol staan van de medische clichés. Maar omdat het helaas ooit anders was, er is nog een flinke groep momenteel actieve artsen opgeleid in zo'n context. In de geneeskunde blijven man-vrouw verschillen relevant. Je geboortegeslacht bepaalt een en ander, net zoals je 'hormonale' geslacht, wat je genderidentiteit of -rol ook is. Daar is je dokter toch maar best van op de hoogte. Of neem geneesmiddelenonderzoek. Dat geneesmiddelen soms anders werken bij mannen of vrouwen is ondertussen gedocumenteerd. Het is bijvoorbeeld niet omdat een geneesmiddel niet bij mannen werkt, dat het niet bij vrouwen werkzaam kan zijn. Testosteron doet sommige medicatie sneller afbreken door de lever, waardoor de bloedspiegels lager zijn. Of omgekeerd, andere medicatie zoals de benzodiazepines van slaapmedicatie, werken langer door bij vrouwen dan bij mannen. Is dat de reden dat vrouwen de dag na het innemen van zo'n pil toch niet helemaal uitgeslapen zijn? Er is geen simpel trucje, we kunnen vrouwen niet zo maar de helft van de dosis voorschrijven dan we aan een man zouden aanraden, bijvoorbeeld. Daarom is het goed om biologische verschil in onderzoek te blijven bewaken en daarin te investeren. Er is daarom in geneesmiddelenonderzoek extra aandacht nodig voor vrouwen, ook rekening houdend met de hormonale cyclus die testresultaten kan beïnvloeden. 3 februari, de geboortedatum van Elizabeth Blackwell (1821-1910), de eerste vrouwelijke arts van de USA, is sinds 4 jaar de 'National Women Physicians Day' op de kalender. Een mooi initiatief. De toenemende groep vrouwelijke artsen gaat nu en straks de geneeskunde aanzienlijk beïnvloeden. Zien we alsnog medicatie op de markt verschijnen met specifieke dosissen voor vrouwen? Zullen we zeker zijn dat de chemotherapie voor die bottumor even effectief is bij vrouwen als bij mannen? Zal er een vak gender-specifieke geneeskunde geïntroduceerd worden? Ik verwacht toch een kleine medische revolutie als we hierop meer de spotlights gaan richten. En zien we straks evenveel vrouwelijke als mannelijke professoren die geneeskunde onderwijzen? Ik mag het hopen. Daarom is Internationale Vrouwendag vandaag nog belangrijk.