Uitvalsbasis: Brussel
...

'Mensen zijn vaak verrast wanneer ik hun over mijn sport vertel. 'Een homo die rugby speelt, allez serieus?'', lacht Carlo Strouven (36), speler en bestuurslid van 's lands enige inclusieve rugbyteam - lees: met homo-, bi- én heterospelers. 'Zulke reacties vind ik wel fijn, ook omdat ze aantonen dat we het beeld van homomannen verbreden. We zijn net zo divers als de samenleving in het algemeen, en dus zijn er homo's die dansen en zingen, en homo's met andere hobby's. Bij ons moet je uiteraard wel tegen een stootje kunnen. Rugby is een contactsport en we dragen enkel gebitsbescherming. Een blauw oog of schaafwonden hoort erbij.'Nog een misverstand: dat rugby alleen voor brede, stevige kerels is. 'In deze sport heb je allerlei types nodig', zegt Joey Vermue (26). 'Grote jongens om de bal naar voren te drukken, en smalle, snelle lopers die hard kunnen tackelen in de verdediging. Het motto achterin is squeeze the knees: pak de tegenstander laag, dan gaan de grootste bonken neer.'Met meer dan vijftien nationaliteiten en spelers uit het hele land weerspiegelt het team zelf zijn eigen boodschap van inclusiviteit en diversiteit, legt Joey uit. 'Ik voelde meteen dat ik in het plaatje paste, en dat was een verademing. Als tiener die nog in de kast zit doe je er alles aan om erbij te horen, maar later ontdek je dat de gay wereld ook bepaalde types en rollen naar voren schuift. Bij ons is er van dat denken in hokjes en normen geen sprake. Iedereen vult zijn identiteit in zoals hij dat zelf wil, en je hoeft je nergens voor te verontschuldigen.'Ook niet als je je geaardheid niet meteen aanvaardt, benadrukt Seif Sam (30). 'Ik stond op mijn 25ste nog steeds met één been in de gay scene, en met het andere eruit. Trots zijn, opkomen voor mezelf: dat deed ik allemaal nog niet. Maar zulke zaken hebben hier geen belang. Rugby spelen bij een inclusief team leerde me dat er verschillende manieren zijn om gay te zijn, en dat die allemaal oké zijn. Je mag je weg helemaal zelf uitstippelen.'Angst dat de rest van de rugbywereld minder breeddenkend is, is volledig onterecht, geeft Carlo mee. Zeker niet nadat de Belgische Rugby Federatie zich er in 2016 uitdrukkelijk toe verbond om homofobie en discriminatie te bestrijden. 'Competitie- en vriendschappelijke wedstrijden tegen straight teams zijn altijd rimpelloos verlopen. De enkele keer dat er smalende opmerkingen gemaakt werden, blokten de scheidsrechters dat meteen af. Sommigen zullen aanvankelijk vast gedacht hebben dat we makkelijk te verslaan waren, maar die weten nu wel beter.' (lacht)'We zijn een studentenclub zoals alle andere', zegt uittredend praeses en student psychologie Arno Fonteyn (21). 'We organiseren dus cantussen, een schachten- verkoop, fuiven, spelavonden en al die andere studentikoze activiteiten. Alleen delen we jongens en meisjes nooit in aparte groepen op en verkiezen we bijvoorbeeld geen bierkoning en -koningin, maar een beer queer. Kleine dingen, maar ze zorgen ervoor dat iedereen zich bij ons welkom en veilig voelt.'Dat is ook in het studentenmilieu niet altijd het geval, benadrukt Arno. 'Er zijn heel openminded studentenclubs. De andere verenigingen in ons stamcafé 't Kofschip bijvoorbeeld - daar werken we prima mee samen, en zo zijn er nog. Maar ook in ons eigen stamcafé worden we weleens geconfronteerd met afkeurende blikken of denigrerende opmerkingen van andere jongeren.'Voor echt activisme zijn er andere verenigingen, verduidelijkt de praeses. 'Wij willen in de eerste plaats warmte en plezier bieden. Acantha is een thuis voor mensen die nood hebben aan een familie van gelijkgezinden. Maar we zijn niet blind voor de plaats van LGBT's in de samenleving of andere studentenverenigingen. Veel clubs liggen niet wakker van diversiteit, respect voor andere geaardheden en genderneutraliteit. Waardoor er soms een sfeer hangt of dingen gezegd worden waar LGBT-studenten zich ongemakkelijk bij voelen, en ze dus op hun hoede zijn. Bij ons hoeft dat niet - bij Acantha wist ik meteen dat ik gewoon mezelf kon zijn.''Zingen brengt mensen gemakkelijk samen', zegt koorlid van het eerste uur Steven Gilis (36). 'De stem is een heel persoonlijk en expressief instrument, en hier vragen we ook niet meer van je. Je geaardheid, je privéleven, hoe je in het leven staat: dat heeft op zich geen belang. Wie zin heeft, gaat achteraf mee een pint pakken, maar niets hoeft. Als je maar toon kunt houden en graag zingt. Daardoor vinden sommigen makkelijker de weg naar ons koor dan andere LGBT-verenigingen. Zeker in Leuven, een stad die veel jonge mensen en internationale doctoraatsstudenten zonder vast netwerk aantrekt.'Het koor groeide uit enkele zomerse kampvuren van de Leuvense homomannenvereniging Driekant. De gemeenschappelijke liefde voor muziek leidde uiteindelijk tot zangworkshops en de oprichting van Cantarelli. Sindsdien komt het koor elke zondagavond samen in het Holebihuis Vlaams-Brabant om een gevarieerd repertoire in te studeren: Gregoriaans zangwerk en klassieke koorstukken, maar net zozeer klassiekers uit de pop- en musicalwereld.Dirigent Sam Verlinden (39): 'Zulke uitstapjes naar andere genres hebben koren als het onze niet uitgevonden. Anderen inspireren zich meer op gospel of wereldmuziek, maar haast elk koor legt zijn eigen accenten. Al stoppen we onze eigenheid uiteraard niet onder stoelen of banken. Soms sleutelen we aan teksten zodat ze over een samesex-relatie gaan of stellen we een programma rond een thema als homostereotypen samen. We zijn wellicht de enigen die zich aan Macho Man van de Village People of De beer van Annie M.G. Schmidt wagen.' (lacht)LGBT-evenementen zijn eerder zeldzaam in de agenda van Cantarelli, zegt Gilis. 'We hebben in het verleden al de religieuze viering van de Pride-manifestatie in Brussel opgeluisterd, maar we treden ook op in rust- en verzorgingstehuizen, tijdens festivals en wedstrijden voor het algemene koorcircuit en samen met andere koren of ensembles. Onze aanwezigheid heeft dan weleens prettige bijwerkingen. Zeker wanneer het andere koor of het publiek al wat ouder is en veel clichés en vooroordelen heeft meegekregen. Ik heb al meermaals meegemaakt dat mensen eerst wat terughoudend of verontrust reageren, maar na afloop helemaal fan zijn.''Ik ben altijd mezelf geweest bij de politie', vertelt Christa Poosen (51), commissaris in de lokale politiezone Sint-Truiden-Gingelom-Nieuwerkerken. 'Wanneer collega's of selectiecommissies naar mijn privé- leven informeerden, vertelde ik hun over mijn vriendin, en dat was het dan. Ik ging er gewoon van uit dat ik iets kon doen voor de samenleving en dat er hier een plek voor mij was. Van smakeloze grappen en pesterijen vanwege andere collega's heb ik me nooit veel aangetrokken - ik was op mijn achttiende thuis uit de kast gekomen en was al achtentwintig toen ik overstapte van de zorgsector naar de politie. Maar niet iedereen staat even sterk en mondig in zijn schoenen. Dan kunnen vernederingen volstaan om er de brui aan te geven.'De politie is niet meer de machowereld waarin zij midden jaren negentig haar weg zocht, benadrukt Christa. 'Destijds was er geen of nauwelijks aandacht voor diversiteit en werd homofobie in het korps niet aangepakt. Nu komen die thema's aan bod in elke basisopleiding van de politie en hebben veel politiezones een referentiepersoon die klachten over homofobie intern kan onderzoeken.'Initiatieven die er mee kwamen dankzij de inzet van de Rainbow Cops, de vereniging van LGBT-personeelsleden van de politie. 'Die heeft een onzichtbare groep binnen de politie een stem gegeven', zegt Christa, zelf ondervoorzitter van de vereniging. 'We zijn ook aanwezig op diverse Pride-evenementen. Een belangrijk signaal dat iedereen welkom is bij de politie.'Ook in het contact met de burger drukken de Rainbow Cops hun stempel. Zo werden met hun hulp nieuwe richtlijnen ingevoerd voor de registratie en opvolging van discriminatie en haatmisdrijven, en voor de omgang met transgenders. Inspanningen waarvoor de vereniging in december 2017 beloond werd met een prijs door de Circle of Police Leadership, de beroepsorganisatie voor hogere leidinggevenden van de politie. 'Een bewijs dat de politietop waardeert wat we doen.'Zijn alle problemen daarmee opgelost? 'Sommige collega's zitten ook nog steeds in de kast uit angst voor negatieve reacties. Maar als andere grote organisaties en de samenleving nog werk te verrichten hebben, dan kun je van de politie moeilijk iets anders verwachten.'