Haar zussen Ann (51) en Katrien (52) waren ooggetuigen van haar leven en herinneren zich haarfijn de dag waarop Lies in hun gezin terechtkwam.

Katrien: 'Ik was veertien toen Lies als baby in ons gezin belandde. Het was 1980 en onze ouders hadden al drie biologische en twee adoptiekinderen. Een groot gezin met zowel witte als gekleurde kinderen was apart in die tijd, maar voor onze ouders kon er, hoe ongepland Liesjes komst ook was, nog wel iemand bij. Onze ouders waren in Rwanda, in het gezondheidscentrum van een zuster die ze kenden, toen Lies daar op een dag zwaargewond werd binnengebracht. Twee arbeiders hadden haar horen schreeuwen in een beerput en waren erin geslaagd haar daaruit te halen.'

Ann: 'In de aflevering van Heylen en de Herkomst, waarvoor Lies in 2015 met Martin Heylen terug naar haar geboorteland reisde, vertellen die twee mannen hoe ze haar in die put aantroffen, haar ogen en lijfje verbrand. En zo klein, amper een handvol.'

Ann, Katrien en Lies Lefever op zussenweekend in Nieuwpoort in 2017. © GF

Katrien: 'Drie weken lang werd Lies intensief verzorgd door een Afrikaanse verpleegster, tot de zuster van het gezondheidscentrum bij onze ouders polste of zij Liesje voor een halfjaar wilden verzorgen in België. Na lang twijfelen hakten ze de knoop door: Lies ging mee naar België, waar ze uiteindelijk voor altijd zou blijven. Wij logeerden op dat moment bij onze grootouders en ik herinner me heel goed dat er op een dag een brief aankwam, geschreven op luchtpostpapier. De brief was aan mij gericht, de oudste van het gezin. Mijn moeder schreef dat ze nog een kindje mee naar huis zou brengen om voor te zorgen en vroeg of we op zolder alle babykleertjes bijeen konden zoeken. Die openhartige houding van onze ouders hebben wij altijd heel goed begrepen. Zelf ben ik op mijn achttiende vrijwilligerswerk gaan doen in Rwanda, een ervaring die van mij een ander mens gemaakt heeft. En vandaag zijn we er allemaal voor Lies haar twee zonen, Wannes en Kobe.'

Ann: 'Ik zal nooit vergeten hoe we op de luchthaven van Zaventem onze ouders stonden op te wachten. Ze arriveerden met een rieten reiswiegje dat speciaal voor Lies gevlochten was. Daar lag onze zus in, een paar weken oud, met witte kleertjes aan. We namen haar mee naar huis, waar ze meteen de nodige zorgen en veel liefde kreeg. Omdat ze zoveel verzorging nodig had, slorpte ze alle aandacht op, maar dat vonden wij niet erg. Integendeel. Vóór haar eerste verjaardag was Lies al twaalf keer aan haar oogjes geopereerd en elke keer ging ik mee naar het ziekenhuis om haar te verzorgen. Toen ik al in het middelbaar zat, ging ik tussen de middag geregeld in de aangrenzende kleuterschool kijken hoe het met Liesje was. We deden alles voor haar. Ze had onze harten gewonnen.'

Vóór haar eerste verjaardag was Lies al twaalf keer aan haar oogjes geopereerd en elke keer ging ik mee naar het ziekenhuis om haar te verzorgen.

Katrien: 'Een ander sleutelmoment uit het eerste levensjaar van Lies vond plaats in Knokke-Heist. Daar huurden we elke zomer een herenhuis en toen Liesje voldoende aangesterkt was, gingen we daar met z'n allen naartoe. Op een dag liepen we voorbij de box waarin ze lag en opeens merkten we dat Liesje ons volgde met haar blik. Ze was al die tijd blind geweest en we gingen ervan uit dat ze blind zou blijven, dus dit was erg speciaal. We zijn toen wel honderd keer voorbij haar box gelopen, benieuwd of ze ons zou blijven zoeken met haar gekwetste oogjes. Het was een wonder. Niet dat ze vanaf die dag echt kon zien. Aan één oog is ze altijd blind gebleven, uit het andere zag ze voor dertig procent, maar Lies trok haar plan. Liep ze tegen een muur aan, dan huilde ze niet. Als volwassene wou ze ook absoluut geen witte of gele wandelstok. Dat was onze zus ten voeten uit: een plantrekker, maar ook een rebel. Als puber deed ze ook vaak stoute, ondeugende dingen en ergens stond het in de sterren geschreven dat ze zo plots uit ons leven zou verdwijnen.'

Ann: 'Vandaag staat op haar graf een rozenstruik, die bijna kapot was toen mama hem kocht, maar nu prachtig bloeit met grote, sterke rozen. Pas onlangs hebben we ontdekt dat die plant Queen Elizabeth heet, wat Lies haar originele naam was. Dat daar nu zulke sterke bloemen aan groeien, kan geen toeval zijn. Lies zal voor altijd bij ons zijn. We gunnen haar de rust waar ze zo naar verlangde.'