Corona is een teletijdmachine. Acht maanden heb ik door De Maatregelen mijn nichtje niet kunnen zien en floep, ze is in een vrouw veranderd. Of toch een veelbelovende aanzet daartoe. Ik bekijk haar uitgebreid, probeer te raden welke gedroomde versie van zichzelf deze vijftienjarige naar voren wil schuiven. Seventies flodderbroek. Wilde haren, de voorste lokken voor de oren getrokken. Geen make-up. 'Je reist de wereld rond in een camper en schrijft je eigen liedjes op de gitaar', gok ik. Nichtje straalt. Niet dat ze gitaar speelt. Maar een arty look is het streefdoel. 'Ik vind mijn kleren wel nog niet speciaal genoeg.'
...

Corona is een teletijdmachine. Acht maanden heb ik door De Maatregelen mijn nichtje niet kunnen zien en floep, ze is in een vrouw veranderd. Of toch een veelbelovende aanzet daartoe. Ik bekijk haar uitgebreid, probeer te raden welke gedroomde versie van zichzelf deze vijftienjarige naar voren wil schuiven. Seventies flodderbroek. Wilde haren, de voorste lokken voor de oren getrokken. Geen make-up. 'Je reist de wereld rond in een camper en schrijft je eigen liedjes op de gitaar', gok ik. Nichtje straalt. Niet dat ze gitaar speelt. Maar een arty look is het streefdoel. 'Ik vind mijn kleren wel nog niet speciaal genoeg.' Drie dagen breng ik door met mijn zus en haar gezin, in een huis aan zee, waar de duinen erbij liggen alsof virussen een verzinsel zijn. Het voelt als weldadige verwennerij, waarbij mijn identiteit vlotjes verandert van saaie thuiswerker naar Tante, met een hoofdletter. Een rol met een zekere cool. Tante zíét wel dat er te veel suikerwafels worden gegeten, maar zorgt dat ze het bij één ironische opmerking houdt. Tante is de persoon met wie je meewarige blikken uitwisselt als je moeder in de Aldi een spuuglelijk maar 'perfect winddicht' jack uit de promobak vist. Aan Tante laat je je schetsboek zien, waarin je poezen, een slapende heks, maar ook wulpse vrouwenlijven hebt geschilderd. Ach nichtje, je moest eens weten hoe Tante verweekt als ze je hoort neuriën, terwijl je zoet de kamer stofzuigt, op je lange benen met donshaartjes. Hoe haar hart samenkrimpt als je foto's van meisjes uit je klas toont, die zichzelf 'high class' noemen met hun puntige nepnagels, hun gebleachte tanden en hun decolleté dat aan betaalsites doet denken. Op dag twee trekt Tante een hogetaillejeans aan. Ze vertelt aan je moeder dat een low waist skinny exemplaar nu echt niet meer kan. Ze heeft je respect. 'Het is zo'n braaf kind, het is moeilijk om haar iets te weigeren', zegt mijn zus. Beroesd door de zeelucht en elkaars gezelschap liggen we op de bank. De laatste dag alweer. Nichtje draait rond haar as in een pas gekregen outfit; een laagjesjurkje met roze bladmotief. 'Cottagecore', legt ze ons uit. Een nieuwe stap in haar transformatie. Onder haar schrijdende passen verandert de living in een zonovergoten bloemenveld; zo moet het gevoeld hebben toen de jonge Lodewijk XIV voor het eerst een balletdans opvoerde in zijn gouden zonnepak. 'Dit is pas high class!' roep ik uit. 'Mij zou het niet staan', zegt mijn zus. Ik wijs hoofdschuddend naar mezelf. Nichtje komt tot stilstand. De ogen wijd van verwijt. 'Wat denken jullie wel niet? Natuurlijk is dit niks voor jullie. Jullie zijn oude mensen. Als jullie zoiets aantrekken, zie je een bejaardentehuis! Dat is gewoon afschuwelijk!' Even is het stil. Dan lost mijn zus een lach; dit zijn dingen die ze gewend is. Bij mij steken er dwaze zinnen in mijn keel. Ik ben de jongste van de twee! Zij heeft meer grijs haar dan ik! Bejáárd, Tánte toch niet? De zonnekoningin heeft twee stappen achteruitgezet, huiverend bij de gedachte aan twee verdorde vrouwen in bloemetjesjurk. De deur tot het dodenrijk waar deze schimmen uit ontsnapt zijn, dient genadeloos gebarricadeerd. Later die middag zal ze me vertellen dat de aquareltekening waar ik een 'slapende heks' in heb gezien, eigenlijk 'mama op de bank' voorstelt. Ik zal besluiten nooit meer in het schetsboek te bladeren. Bang voor wie ik daar nog aantref.