Germaine Van Eesbeek (99): 'Geld maakt veel kapot'

'Met mijn man heb ik twintig jaar lang een buurtwinkeltje opengehouden in het hartje van Brussel en dat was de mooiste tijd van mijn leven. Als ik aan die periode terugdenk, voel ik enkel puur geluk. Nochtans, toen we oorspronkelijk het aanbod kregen om die winkel over te nemen, verklaarde ik mijn man gek. Wij, zelfstandigen? Nee, dat zag ik ons nooit doen. Toch is het gelukt. Soms moet je gewoon de kansen grijpen, ook al maken ze je doodsbang, ook al kan er zoveel mislukken. Je weet in het leven nooit hoe iets zal uitdraaien. We zijn het zo gewoon om van het ergste uit te gaan dat het beste vaak totaal onverwacht komt.'
...

'Met mijn man heb ik twintig jaar lang een buurtwinkeltje opengehouden in het hartje van Brussel en dat was de mooiste tijd van mijn leven. Als ik aan die periode terugdenk, voel ik enkel puur geluk. Nochtans, toen we oorspronkelijk het aanbod kregen om die winkel over te nemen, verklaarde ik mijn man gek. Wij, zelfstandigen? Nee, dat zag ik ons nooit doen. Toch is het gelukt. Soms moet je gewoon de kansen grijpen, ook al maken ze je doodsbang, ook al kan er zoveel mislukken. Je weet in het leven nooit hoe iets zal uitdraaien. We zijn het zo gewoon om van het ergste uit te gaan dat het beste vaak totaal onverwacht komt.''Door een winkel open te houden, heb ik ook nieuwe zaken over mezelf ontdekt. Dat ik bijvoorbeeld een kei ben in hoofdrekenen. Ik kon aan de kassa de moeilijkste sommen supersnel oplossen. Zelfs op mijn oude dag kan ik nog altijd zonder moeite de grootste getallen vermenigvuldigen, opsommen, delen en aftrekken. Wiskunde is een soort van supersport voor je brein.''Mijn man was een zeer genereus persoon, hij genoot ervan om mensen in de watten te leggen, cadeautjes te geven. Ook klanten stopte hij vaak wat extra's toe: meer groenten voor dezelfde prijs, dat soort dingen. Dat heb ik altijd aan hem bewonderd: die vrijgevigheid, die gulheid. Hij was een zeer liefdevolle man.''Onze dochter was zijn grote oogappel, hij zou alles voor haar gedaan hebben. Toen zij op haar vijftigste is overleden aan de gevolgen van een jarenlange strijd met leukemie, is er iets in hem geknakt. Hij was nooit meer dezelfde, was constant bezorgd, angstig dat er iets zou gebeuren met de mensen waar hij van hield. Een tijdje later moest ik naar het ziekenhuis voor een controle. Hij was bang dat er iets met mij aan de hand was. Ook toen ik 's avonds thuiskwam met het goede nieuws dat alles in orde was, kon hem dat niet kalmeren. De angst die mijn man voelde, dat hij na onze dochter ook mij zou verliezen, is hem fataal geworden. De volgende ochtend is hij overleden. Een hart dat breekt, dat is levensgevaarlijk, daar moet je echt voorzichtig mee zijn.''Na zijn overlijden heb ik serieus afgezien. Niet op de manier die je zou verwachten. Het huis dat wij samen gebouwd hadden na ons pensioen, het geld dat wij gespaard hadden... Bepaalde mensen uit mijn familie zagen daar een schone erfenis in. Ik ben onwaarschijnlijk slecht behandeld door mensen waar ik juist op zou moeten kunnen rekenen. Door die financiële disputen ben ik zelfs mijn huis verloren. Mijn droom is dat ik, voor ik sterf, dat huis ooit nog terug van mij kan noemen. Ik heb van mijn man geleerd om iedereen te vertrouwen en ik dacht dat het een goede eigenschap was. Maar heel laat in mijn leven heb ik ingezien dat je daar toch mee moet opletten. Niet iedereen heeft het beste met je voor. Geld maakt veel kapot. Dat is de enige zekerheid in het leven.''Zolang mogelijk met tweeën zijn, dat is volgens mij het geheim van een lang en gelukkig leven. En ik heb het geluk gehad om twee keer getrouwd te zijn. Twee fantastische vrouwen die mij elk op hun manier gelukkig hebben gemaakt. Dat kan niet iedereen zeggen. Dat is ongelofelijk veel chance hebben. Na de dood van mijn tweede vrouw zijn veel van onze vrienden snel na elkaar gestorven. Dat kon ik moeilijk verteren, dat iedereen plots weg was en ik zo goed als alleen achterbleef. Eenzaamheid is een vies beestje. Het kruipt onder je huid.''Gelukkig ben ik een zeer sociaal persoon. Zelfs hier in het rusthuis had ik snel een vaste kliek waarmee ik nu elke dag een potje kaart of een praatje kan maken. Het zit in mijn bloed, noem mij gerust een grote mensenvriend. Ik lach graag en veel, ik geniet van een goede babbel. Dat lijkt zeer vanzelfsprekend, maar ik heb de maatschappij de laatste decennia drastisch zien veranderen.''Volgens mij is alle miserie begonnen met de komst van televisies in de huiskamers en meerdere auto's op de oprit. Vroeger zat iedereen op de stoep, en als je door de straat wandelde, kon je met alle mensen een gesprek aanknopen. Vreemden werden zo vrienden. Buren werden waardevolle toevoegingen aan je leven. Die connecties zijn verdwenen. Iedereen is bezig met zichzelf, ze willen zoveel mogelijk spullen verzamelen en in hun huis zitten met al die spullen, bang dat iemand het zal afpakken. Niemand praat nog met elkaar. Volgens mij is dat de oorzaak van veel problemen: dat we elkaar zijn gaan wantrouwen. We zijn gaan denken: "Wat ik heb, dat willen mensen sowieso van mij stelen." In plaats van in te zien: "Wat ik heb, kan ik met anderen delen. En zij kunnen wat zij hebben dan weer met mij delen."''Het is ook de reden waarom ik mij niet meer zo bezighoud met politiek. Mijn bloed kookt als ik politici steeds opnieuw hoor liegen. Als ik zie hoe zij beloftes aan de burger breken omdat het zo beter uitkomt. Als ik zie hoe zij constant van kamp wisselen, daar erger ik mij dood aan. Dus als ik jongeren op straat zie komen, nu met de klimaatmarsen bijvoorbeeld, stemt mij dat hoopvol. Politici zijn vergeten dat zij voor de mensen werken, niet omgekeerd. Dat de jeugd hen op het matje roept, dat zij massaal staken, dat is een goede zaak. Politici moeten altijd op hun verantwoordelijkheid gewezen worden, dat mogen we nooit vergeten doen.''Wat mij tegenwoordig zorgen baart als ik kijk naar hoe jongeren hun leven leiden, is de losse en vaak achteloze manier waarop ze met relaties omgaan. Ze hoppen van de ene partner naar de andere zonder al te veel om te kijken. Ik zie steeds meer dat koppels trouwen, aan kinderen beginnen en dan niet lang later toch uit elkaar gaan. Heb je dan wel goed nagedacht over de verbintenis die je aangaat wanneer je iemand het jawoord geeft? Ja op goede tijden, maar ook ja op moeilijke tijden.''Mijn man en ik, wij hebben een lang huwelijk gehad. Maar het is niet altijd even simpel geweest. We hebben wat stormen mogen doorstaan. Toen ik eind de twintig was, is er een incident geweest dat me zo hard heeft doen schrikken dat mijn haar van de ene dag op de andere wit is geworden. Toch zijn wij bij elkaar gebleven, al die tijd. Omdat ik van mening ben dat het beter is voor je kinderen om te vechten voor je huwelijk.''Mijn zoon zou het nooit te boven zijn gekomen, denk ik, mochten mijn man en ik van elkaar gescheiden zijn. Mijn zoon is sowieso altijd al een zorgenkindje geweest. Dat is nog zoiets: denk goed na voordat je aan kinderen begint. Die kinderen, dat is een levenslange bekommernis. Het stopt nooit, zelfs vandaag nog ben ik permanent aan mijn kinderen aan het denken: zijn ze wel oké? Zijn ze wel gelukkig? Dat stopt nooit, ook niet als je bijna honderd bent.''Of mijn man de grote liefde van mijn leven was? Ik voelde zeker liefde voor hem. Maar voor ik hem ontmoette, toen ik achttien was, werd ik voor 't eerst verliefd. Het was een intense romance, maar het liep verkeerd af. Ik denk nog elke dag aan die jongen. En mocht ik iets opnieuw kunnen doen, de tijd terugdraaien, dan zou ik nooit bij hem weggegaan zijn. Maar dat wil niet zeggen dat ik ontevreden ben over de keuzes die ik heb gemaakt. Spijt hebben over hoe het leven is gelopen, dat is pure verspilling van je tijd. Ik herhaal het regelmatig: "Je kunt niet kiezen." Het leven dat je hebt, dat is waar je het mee moet doen.''En ik heb ook wondermooie momenten meegemaakt in mijn huwelijk. Hij was zeeman, en we hebben samen veel rivieren bevaren en Europa doorkruist. Eén kerstavond kwam ik na de middernachtmis terug in onze kajuit. Hij had alles versierd en pannenkoeken voor mij gebakken. Zo'n simpel gebaar. Ik moet er nog steeds om glimlachen. De meest memorabele momenten zijn niet noodzakelijk groots of spectaculair. De alledaagsheid bijzonder maken, daar zit de magie.''Ik werkte voor de overheidsdienst van het leger. Elke ochtend nam ik voor zes uur de trein, en 's avonds was ik pas heel laat terug thuis. Rechtstreekse verbindingen bestonden toen nog niet, je moest langs ieder stationnetje passeren. Het was zeer vermoeiend, ik had nooit tijd om een sociaal leven op te bouwen. Ik woonde bij mijn moeder. Wij hebben samen de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Toen ze onze stad bombardeerden, zijn we alles verloren: ons huis, de foto's die daar aan de muren hingen... Alles. Ik had enkel een peper- en zoutvaatje kunnen mee grissen toen we in allerijl moesten vluchten. 'Nu ik terugkijk op die periode, vind ik het enorm jammer dat ik geen tastbare herinneringen heb aan mijn jeugd. Als ik één raad kan geven, is het dat: koester je foto's. Een foto, zelfs al is het een momentopname, is een soort van bewijs: dit is jouw leven, dit is wat voor jou het belangrijkste is. Daarom heb ik altijd foto's van mijn man naast mijn bed staan.''Ik ontmoette mijn man als late veertiger, hij was toen al een kranige zestiger. Hij was een professor bodemkunde. Via vrienden werden we aan elkaar voorgesteld, en het klikte meteen. Ik had nooit gedacht dat ik de liefde van mijn leven zou tegenkomen, laat staan op late leeftijd. Maar ineens was hij daar, en hij toonde mij een nieuwe wereld. Letterlijk, want voor zijn job mocht hij aan universiteiten in verschillende landen lesgeven. Ik heb overal gewoond: van Nieuw-Zeeland tot de Verenigde Staten. Soms woonde ik de lessen van mijn man bij en tijdens de pauzes nam ik alle studenten op sleeptouw met mijn moppen. Mijn man verliet zo eens de aula en samen met de studenten had ik een levendige discussie over schoonheidsidealen. Enkele namen van supermodellen werden opgesomd. Ik deed alsof ik poseerde: "Daar kun je mij niet mee vergelijken, maar ik doe het met wat ik heb!"''Toen mijn man op het einde van die dag vroeg wat er zo grappig was geweest - hij had het jolijt van op de gang gehoord - en ik hem erover vertelde, bleef hij plots in het midden van de straat stokstijf stilstaan. Hij zei, heel ernstig: 'Yolande, ik vind u de mooiste vrouw van de wereld.' Uiteindelijk maakt het niet uit hoe oud je bent, of je dik of dun bent, of je rimpels hebt of niet... Echte liefde maakt blind, op de beste manier die er is.'