De mens is een speelbal van de gebeurtenissen. Mijn jongste zus overleed toen ik vier was, tien jaar later stierf mijn broer in mijn armen tijdens een verkeersongeluk. Nadien verloor ik ook mijn zoon en dochter, want het is niet omdat je al gegeven hebt dat het noodlot niet opnieuw toeslaat. Dat verlies zit in mijn lijf en blijft er, daar kun je enkel mee leren leven. Maar het stoïcisme biedt ook troost: waar je geen greep op hebt, moet je aanvaarden, maar je hebt wel controle over de keuzes die je maakt.
...

De mens is een speelbal van de gebeurtenissen. Mijn jongste zus overleed toen ik vier was, tien jaar later stierf mijn broer in mijn armen tijdens een verkeersongeluk. Nadien verloor ik ook mijn zoon en dochter, want het is niet omdat je al gegeven hebt dat het noodlot niet opnieuw toeslaat. Dat verlies zit in mijn lijf en blijft er, daar kun je enkel mee leren leven. Maar het stoïcisme biedt ook troost: waar je geen greep op hebt, moet je aanvaarden, maar je hebt wel controle over de keuzes die je maakt. Met een naaste verlies je ook de persoon die je zelf was. Mij overkwam het de eerste keer op een leeftijd waarop je nog niet weet wie je bent, waardoor ik dat eigenlijk nooit geweten heb. Dat onbehagen heeft me jarenlang achtervolgd: zo zeker van hun stuk als alle anderen leken, zo goed als zij wisten hoe ze zich moesten gedragen en praten, zo onzeker stond ik zelf op mijn benen. Alleen zijn daarentegen ging me goed af, dan hoefde ik niet naar een houding te zoeken. J.D. Salinger zei dat de oorlog hem als mens kapotmaakte, maar ook de schrijver creëerde. Zelf ben ik pas jaren later tot het besef gekomen dat de klappen in mijn kindertijd mee mijn karakter en parcours bepaald hebben. Mijn favoriete genre als schrijver was ook niet toevallig fictie: daarin moet je je niet neerleggen bij de werkelijkheid, je zet de wereld naar je eigen hand. In al mijn scenario's zaten ook personages, uitspraken of toestanden die uiteindelijk mijn waarheid uitdrukten. Anders kon ik het net zo goed laten, vond ik. Om het met Herman Teirlinck te zeggen: wie zichzelf niet geeft, geeft niets. Voor mij is de mens op zijn interessantst als hij over de schreef gaat. Als gerechtsjournalist bij de Gazet van Antwerpen ging er voor mij niets boven het drama van de gewone man, de huis-tuin-en-keukenmoorden zeg maar. Echte criminelen zijn weinig interessant, die doen gewoon hun werk, maar iemand die na jaren van opgekropte frustraties en woede een moord begaat? Dan draait het om het leven en de emoties achter de feiten en wordt het herkenbaar, want we zijn allemaal maar mensen. De meeste moorden zijn dan te vermijden, onder de juiste omstandigheden kan iedereen er een plegen. Kijkcijfers en tv-prijzen helpen je niet om een wit blad te vullen. Ik ben twee jaar geleden niet gestopt als scenarist omdat de ideeën op waren, integendeel. Een nieuw verhaal verzinnen en uitwerken, de puzzel leggen: dat was plezant. Maar dat verandert wanneer tv-makers een volledig seizoen bestellen en vervolgens nog een. Dan ben je niet meer aan het creëren, maar moet je gewoon leveren en wordt schrijven afzien. Na dertig jaar kon ik dat steeds minder opbrengen, en dan moet je eerlijk zijn met jezelf. Er de kantjes vanaf lopen, iets afleveren dat niet meer op niveau is: daar had ik te veel zelfrespect voor. Alles loslaten is een wonderbaarlijke ervaring. In onze samenleving krijg je daar amper nog de kans toe, maar ondertussen heb ik via het Antwerpse CptnZeppos wel twee keer meegevaren op een vrachtschip, een week naar Ierland en dan twee naar Istanboel. De vervulling van een jongensdroom, maar ook een manier om mijn hoofd eindelijk eens leeg te maken, weg van de wereld. Geen radio, tv of wifi, niet weten waar je bent, niets in de hand noch te doen hebben: dat wast je vanbinnen. Nadien was definitief stoppen met de scenario's ook een uitgemaakte zaak, in totale afzondering zag ik alles dubbel zo klaar. Van het oordeel van anderen lig ik niet meer wakker. Ook dat heb ik op zee ontdekt: dat je om gelukkig te zijn in de eerste plaats zelf je kwaliteiten en gebreken moet aanvaarden. Anders waren de brieven aan mijn stiefzoon ook niet in een boek beland, want die gaan voor een stuk over mijn eigen drankprobleem en andere zaken die ik vroeger niet met de hele wereld wilde delen. Daar heb ik me ondertussen over gezet. Pieter zei voortdurend dat ik er iets mee moest doen, dat mijn brieven iets konden betekenen voor andere mensen met verslavingsproblemen - al de rest is bijzaak.