'Ik schilder zonder bril. Ik wil namelijk niet dat mijn werk te gedetailleerd, afgelijnd of uitgewerkt is en zonder bril zie ik wazig. Als ik hem dan weer opzet, ben ik weleens verrast door wat ik zie. Vaak moet ik het schilderij dan toch nog een beetje bijwerken.
...

'Ik schilder zonder bril. Ik wil namelijk niet dat mijn werk te gedetailleerd, afgelijnd of uitgewerkt is en zonder bril zie ik wazig. Als ik hem dan weer opzet, ben ik weleens verrast door wat ik zie. Vaak moet ik het schilderij dan toch nog een beetje bijwerken. Mijn atelier zit op de zolderverdieping van ons huis, en na een drukke werkweek als technisch tekenaar sta ik vrijdagochtend altijd te popelen om te schilderen. Ik verdwijn dan het hele weekend. Schilderen is voor mij de beste manier om te ontspannen. Ik raak helemaal verzonken in mijn werk en ben compleet gefocust. Het lijkt een beetje op een trance. De deurbel die gaat, vriendenbezoekjes... het gaat allemaal aan mij voorbij. Als ik een werk echt niet van me af kan zetten, durf ik hier zelfs een nachtje te slapen. Er zijn maar drie dingen die me af en toe uit mijn atelier lokken. Hoofdpijn van de honger, mijn vriend die moppert dat hij me weinig ziet en het gejank van mijn stokoude kat. Krijsend als een kraai komt ze aan mijn deur staan als ze honger heeft. Een verschrikkelijk geluid dat door merg en been gaat. Het is hier vaak koud, dat maakt mij productiever en alerter. In de winter stop ik pas met schilderen als ik mijn vingers niet meer kan bewegen. Die koude zie je ook in mijn werken. Ik schilder dun, bijna doorschijnend, en alleen met koele kleuren: wit, blauw en roze. Meestal probeer ik een doorschijnend laagje op een beeld te leggen, als een dunne laag sneeuw. Ik betrek mijn vriend graag bij mijn werk. Als een schilderij af is, laat ik het eerst aan hem zien. We praten over wat ik heb gemaakt en zoeken bij een flesje wijn een passende titel. Al is die titel niet echt van belang. Het maakt een werk soms onnodig verhalend. Ik hou het graag vaag en dubbelzinnig. Als het beeld niet duidelijk genoeg is, moet er iets bij, maar als het te duidelijk is, haal ik weer iets weg. Daarom schilder ik vaak kinderen. Ze lijken onschuldig, maar kunnen grote geheimen met zich meedragen. Mijn eigen jeugd als rebelse tiener in een streng katholiek gezin geeft me inspiratie. Afgewerkte schilderijen zet ik uit het zicht. Maar ze zijn me ontzettend dierbaar en ik kan er moeilijk afstand van nemen. Ondertussen is mijn atelier echter zo volgestouwd, dat mijn werken ook de woonkamer, keuken en gang vullen. Ik berg ook werk op bij twee vriendinnen, zo kan ik mijn 'kinderen' af en toe toch nog eens bezoeken. Als ik nu aan een groot werk begin, span ik het op tegen de muur. Als het klaar is, rol ik het op, om het beneden op een frame te spannen. Alleen raakt het dan helaas nooit meer mijn atelier binnen. Eigenlijk is mijn atelier gewoon te klein geworden. Liefst zou ik deze zolder uitbreiden met een zwevend blok op palen. Met grote ramen ook, zodat ik meer naar de wereld om me heen kan kijken.'