Op 2 november herdenken we officieel onze doden, maar ik doe dat tegenwoordig meerdere keren per dag. Ik heb er ook veel te herdenken. Enkele maanden geleden overleed mijn grootmoeder. Zij had alle levensvreugde verloren na het heengaan van eerst haar man, en kort daarna haar zoon. Ze was klaar om te sterven, tevreden over wat het leven haar had gebracht. Ook het afscheid van mijn grootvader, een halfjaar eerder, was in zekere zin een troost. Hij was 89 en al een poosje moeilijk ter been. Al dat gesukkel met looprekjes en luiers vond hij maar niks, hij was er klaar mee. De kerkelijke begrafenis, met veel liefde georganiseerd door zijn kinderen en kleinkinderen, was een ontroerend eerbetoo...

Op 2 november herdenken we officieel onze doden, maar ik doe dat tegenwoordig meerdere keren per dag. Ik heb er ook veel te herdenken. Enkele maanden geleden overleed mijn grootmoeder. Zij had alle levensvreugde verloren na het heengaan van eerst haar man, en kort daarna haar zoon. Ze was klaar om te sterven, tevreden over wat het leven haar had gebracht. Ook het afscheid van mijn grootvader, een halfjaar eerder, was in zekere zin een troost. Hij was 89 en al een poosje moeilijk ter been. Al dat gesukkel met looprekjes en luiers vond hij maar niks, hij was er klaar mee. De kerkelijke begrafenis, met veel liefde georganiseerd door zijn kinderen en kleinkinderen, was een ontroerend eerbetoon aan een rijk en gevuld leven. Toen mijn vader, geheel onverwacht, drie weken later overleed, was dat een heel ander verhaal. Hij was nog geen 65, zat nog boordevol plannen. Hij werd brutaal van ons weggerukt. Zijn afscheidsviering bracht geen loutering. Het was een burgerlijke dienst, daar hoefden mijn broer, zus en ik niet over te discussiëren. Mijn vader was vrijzinnig en ook nogal eigenzinnig. Dus mocht zijn begrafenis dat ook zijn, vonden we. We speelden zijn lievelingssongs, toonden veel foto's, zijn kleinkinderen musiceerden, op het doodsprentje stond een tekening van zijn hand, na afloop schonken we een frisse pint in plaats van de klassieke koffietafel. De begrafenisondernemer was daar niet zo verguld mee, en stelde zich weinig meelevend op. Hij vond het maar een raar gedoe. Maar voor ons, de kinderen en de familie, voelde het juist aan. Het rouwen begon pas nadien. Ik werd plots overspoeld door verwarrende gevoelens van woede, machteloosheid en eenzaamheid. Het was chaos in mijn hoofd en in mijn hart. Het toegeven aan mijn verdriet bleek nog het moeilijkste. Ik was de hele tijd oplossingen aan het zoeken: papierwerk in orde brengen, gas- en elektriciteitsmeters afsluiten, zijn spullen opruimen, zijn huis leegmaken. Het verdriet kwam meestal in vlagen en altijd onverwacht. Een terloopse gedachte of een plotse herinnering zorgden dan voor een acuut en intens gemis. Rouwen vraagt tijd, blijkbaar. Het allesverterende verdriet van de eerste weken houdt gelukkig niet heel lang aan. Maar toch: pas na vijfhonderd dagen ervaren rouwenden een keerpunt en gaan ze zich eindelijk weer beter voelen, leert Amerikaans onderzoek. Rouwen doe je ook vooral alleen. Ons onvermogen om om te gaan met verdriet en verlies is immens groot. We voelen ons er ongemakkelijk bij, weten vaak niet wat te zeggen, keren ons er onbewust van af. Overkomt het onszelf, dan trekken we ons terug, verbijten de pijn, proberen zo snel mogelijk de draad van het gewone leven weer op te pakken. Volgens Kristin Verellen, die haar man verloor bij de aanslagen van 22 maart in Brussel, is het veel beter om het verdriet onder ogen te zien en er met anderen over te praten als het nog vers en fragiel is. "Het is als een wonde die je niet meteen mag afdekken, ze heeft zuurstof nodig om te helen." Ze zei dat ze door het gemis en de pijn vreugde en geluk intenser kan voelen. Dat is ook precies hoe ik het ervaar. Hoe peilloos het verdriet ook is, het maakt tegelijkertijd de band met mijn familie en goede vrienden inniger. Ik had mijn vader vanzelfsprekend liever nog veel jaren bij mij gehad. Maar zonder hem verder moeten leven, ervaar ik heel langzaamaan niet langer alleen maar als een verlies.