Mijn ouders hadden een beenhouwerij in Turnhout. Een zaak waar mensen inkopen deden, maar ook hun hart luchtten en hun dagelijkse besognes deelden met andere klanten. Die sociale functie kwam voor mijn ouders op de eerste plaats. De telefoon stond ter beschikking van onze Marokkaanse buren, die er zelf geen hadden, en als iemand dringend naar het ziekenhuis gebracht moest worden, liet mijn vader de klanten staan en sprong hij zelf in de auto. Je moet echt geen beleidsmaker zijn om de wereld wat beter te maken.
...

Mijn ouders hadden een beenhouwerij in Turnhout. Een zaak waar mensen inkopen deden, maar ook hun hart luchtten en hun dagelijkse besognes deelden met andere klanten. Die sociale functie kwam voor mijn ouders op de eerste plaats. De telefoon stond ter beschikking van onze Marokkaanse buren, die er zelf geen hadden, en als iemand dringend naar het ziekenhuis gebracht moest worden, liet mijn vader de klanten staan en sprong hij zelf in de auto. Je moet echt geen beleidsmaker zijn om de wereld wat beter te maken. Oplossingen voor armoede kunnen niet alleen van professionals komen. Mensen in armoede zijn dankzij hun ervaring en kennis goed geplaatst om mee na te denken over de juiste aanpak. Maar je moet geen armoede gekend hebben om ze te bestrijden. Veel belangrijker is dat je een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel hebt en wantoestanden wilt aanpakken. Dat had ik al op de lagere school. Als andere kinderen gepest of uitgesloten werden, was ik de eerste om me ermee te bemoeien. Universiteiten zijn geen ivoren torens waarin kennis vanzelf opborrelt. Zeker onderzoekers van sociale kwesties moeten contact hebben met de wereld rondom hen en die toelaten in hun eigen instelling. Als ik groepsinterviews met mensen in armoede deed of getuigenissen verzamelde, nodigde ik de betrokkenen dus op de universiteit uit. Bovendien was ik voor mijn universitaire loopbaan sociaal werker, en hield ik ook contact met de mensen die ik toen begeleidde. Dat hielp me om de drempel laag te houden. Soms kwamen mensen zelfs spontaan hun grieven signaleren op de universiteit. Die klampten dan collega's aan in de gangen: "Waar is Danielle?" (lacht) Het zelfvertrouwen van jongeren wordt overschat. Velen lopen rond met het idee dat ze niet meetellen in onze samenleving en geen toekomst hebben. Een gebrek aan positieve rolmodellen in hun directe omgeving versterkt dat nog. Als andere familieleden nooit hogerop geraakt zijn, geen enkele leraar of begeleider ooit je talenten oppikte en je overal het deksel op de neus krijgt, dan is het niet verwonderlijk dat jongeren de moed verliezen. Al is ook de steun thuis van groot belang. "We zijn niet meer dan iemand anders, maar ook niet minder", zei mijn moeder vaak. Laat me maar een buitenbeentje zijn in de culturele sector. Dat is De Roma zelf ook. Qua muziekprogrammatie, activiteitenaanbod en publiek passen we in geen enkel hokje, en met meer dan vierhonderd vrijwilligers is de betrokkenheid van de buurt en stad nergens zo groot. Bovendien wil De Roma het maatschappelijke debat aanwakkeren en sociale thema's op de kaart zetten. Deze job is voor mij een uitdaging, maar wel een die vertrouwd aanvoelt. Ook waarheden hebben hun hiërarchie. Als universitair onderzoeker vertelde ik soms hetzelfde als toen ik sociaal werker was, maar vond ik wel makkelijker gehoor. Sensibiliseren rond armoede vergt dus veel verschillende stemmen. Sommigen zullen gevoeliger zijn voor sprekers met een zekere status of cijfermateriaal, anderen meer voor getuigenissen uit de praktijk, maar sensibilisering is altijd een en-enverhaal. Ergernis en frustratie helpen je zelden vooruit. Vooral niet in armoedebestrijding. Het probleem is niet dat beleidsmakers de armoede niet zien, of de cijfers en uitsluitingsmechanismen niet kennen. Waar het op aankomt zijn beleidskeuzes: kiezen voor herverdeling of niet, en dan ontbreekt het velen aan moed. Anderen blijven halsstarrig geloven dat armoede een kwestie van individuele verantwoordelijkheid is: de betrokkenen doen gewoon niet genoeg moeite. Toch zijn er altijd mensen die je wel in beweging kunt brengen - focus je daar dan op. Beter samenleven begint in onze eigen buurt. Ook daar neemt het individualisme toe. We gaan allemaal het liefst naar plekken die ons op het lijf geschreven zijn, niet naar plekken die ons misschien wel aangenaam zouden verrassen. Zo leidde ik als voormalige voorzitter van de wijkraad van Borgerhout ooit een vergadering in een Marokkaans theehuis op de Turnhoutsebaan. Daar kwamen zo goed als nooit vrouwen of blanke Vlamingen, maar er vond die avond toch een heel aangename ontmoeting van mensen plaats. Het enige wat je daarvoor moet doen, is je eigen eiland verlaten.