"Salut, mon chéri... we zullen elkaar nooit meer terugzien." Het waren zijn laatste woorden toen de politie hem kwam halen.' De vrouw vertelt het met een aarzelend, gebroken stemmetje. Geruisloos rollen de tranen uit haar ooghoeken. Nog steeds is ze overweldigd door verdriet als ze eraan terugdenkt. Minutenlang heeft ze geaarzeld voordat ze haar verhaal begint te vertellen. Maar de andere vrouwen moedigen haar aan. 'We hebben allemaal verdriet. Je moet erover praten. Het helpt om verder te leven.'

Ik zit in Ndjamena, de hoofdstad van Tsjaad, op een bankje in de schaduw tussen een twintigtal vrouwen die klacht indienen tegen de vroegere dictator. Geen van hen is nog jong. Sommigen zijn gezette matrones, het zijn Afrikaanse mama's. Anderen lijken niet getekend door de jaren of het leed. Want dat hebben ze gemeen, hun verleden. Deze vrouwen uit verschillende stammen en clans willen zich niet tegen elkaar op laten zetten. 'Waarom zijn het allemaal vrouwen die klacht indienen?' vraag ik. 'Omdat wij sterk zijn. We hebben allemaal alleen onze kinderen moeten grootbrengen in doffe ellende. De mannen hebben afgehaakt. Ze zijn zwakker.'

Voordat ik vertrek, komen schoorvoetend enkele mannen mij ook iets toefluisteren. 'Wij mannen hebben ook geleden. Ikzelf heb drie jaar gevangengezeten.' Ik kijk naar mijn soortgenoot. Hij heeft gelijk. De mannen hebben ook een prijs betaald. Tienduizenden zijn vermoord, afgeslacht. Mannen branden op in een oorlog, vrouwen blijven achter. Het doet me denken aan Lisistrata, een theaterstuk van de oud-Griekse auteur Aristofanes. Stopt de oorlog pas als alle vrouwen de mannen hun bed ontzeggen? Dat zou pas een actie zijn met vrouwendag.

In Afghanistan is de dwingende mannencultuur allesoverheersend

Erger is het gesteld met Seema, een Afghaanse jonge vrouw. Ik tref haar aan in een safehouse in Jalalabad, Afghanistan. Ze leeft verborgen in de onderduikadres voor vrouwen. Als jong meisje werd ze uitgehuwelijkt aan een oude man. Ze had geen geluk, hij mishandelde haar en gebruikte haar naar zijn wensen. Jarenlang zat ze opgesloten in een hok, aan de ketting. Ze toont de littekens van de ketens aan haar enkel. Vaak is er kritiek op de Westerse interventie tegen de taliban in Afghanistan, maar een bijproduct van deze oorlog tegen de terreur is de verbetering van het lot van vrouwen. Met mondjesmaat, want de dwingende mannencultuur is allesoverheersend. Het meest hoopgevende beeld tref ik aan de schoolpoort. Honderdduizenden meisjes krijgen nu onderwijs, in de stad dan toch. Onderweg naar Kandahar, het vroegere bolwerk van de taliban, rijden we naast een taxi. Vooraan zitten twee mannen met dikke baarden. In de kofferbak zitten vier vrouwen gehurkt, verscholen onder een boerka. Sommigen noemen de taliban tegenwoordig een bevrijdingsbeweging. Leg dat eens uit aan die vrouwen, nu er sprake is van een akkoord. Vrede, maar voor wie?

Toch is er hoop. Die komt van de vrouwen zelf. Op onze eigen kleine redactie zijn de sterke vrouwen een meerderheid, oud, jong, eigenzinnig, met en zonder hoofddoek. Alles kan, zolang ze het maar zelf kiezen. Al tientallen teams van jonge reporters mocht de wereld intrekken om als nieuwe nomaden reportages te draaien. De helft ervan zijn vrouwen, met een eigen blik op de wereld. Ze zoeken verhalen die alleen zij kunnen brengen, maar ze brengen ook andere reportages over onrecht. Ze doen dit samen met jonge mannen, zonder onderscheid. Toch is er nog een weg af te leggen, wereldwijd. Want hoe groter de armoede, hoe meer oorlog, hoe moeizamer de weg is. Daarom is de Internationale Vrouwendag nog steeds brandend actueel.

"Salut, mon chéri... we zullen elkaar nooit meer terugzien." Het waren zijn laatste woorden toen de politie hem kwam halen.' De vrouw vertelt het met een aarzelend, gebroken stemmetje. Geruisloos rollen de tranen uit haar ooghoeken. Nog steeds is ze overweldigd door verdriet als ze eraan terugdenkt. Minutenlang heeft ze geaarzeld voordat ze haar verhaal begint te vertellen. Maar de andere vrouwen moedigen haar aan. 'We hebben allemaal verdriet. Je moet erover praten. Het helpt om verder te leven.'Ik zit in Ndjamena, de hoofdstad van Tsjaad, op een bankje in de schaduw tussen een twintigtal vrouwen die klacht indienen tegen de vroegere dictator. Geen van hen is nog jong. Sommigen zijn gezette matrones, het zijn Afrikaanse mama's. Anderen lijken niet getekend door de jaren of het leed. Want dat hebben ze gemeen, hun verleden. Deze vrouwen uit verschillende stammen en clans willen zich niet tegen elkaar op laten zetten. 'Waarom zijn het allemaal vrouwen die klacht indienen?' vraag ik. 'Omdat wij sterk zijn. We hebben allemaal alleen onze kinderen moeten grootbrengen in doffe ellende. De mannen hebben afgehaakt. Ze zijn zwakker.' Voordat ik vertrek, komen schoorvoetend enkele mannen mij ook iets toefluisteren. 'Wij mannen hebben ook geleden. Ikzelf heb drie jaar gevangengezeten.' Ik kijk naar mijn soortgenoot. Hij heeft gelijk. De mannen hebben ook een prijs betaald. Tienduizenden zijn vermoord, afgeslacht. Mannen branden op in een oorlog, vrouwen blijven achter. Het doet me denken aan Lisistrata, een theaterstuk van de oud-Griekse auteur Aristofanes. Stopt de oorlog pas als alle vrouwen de mannen hun bed ontzeggen? Dat zou pas een actie zijn met vrouwendag. Erger is het gesteld met Seema, een Afghaanse jonge vrouw. Ik tref haar aan in een safehouse in Jalalabad, Afghanistan. Ze leeft verborgen in de onderduikadres voor vrouwen. Als jong meisje werd ze uitgehuwelijkt aan een oude man. Ze had geen geluk, hij mishandelde haar en gebruikte haar naar zijn wensen. Jarenlang zat ze opgesloten in een hok, aan de ketting. Ze toont de littekens van de ketens aan haar enkel. Vaak is er kritiek op de Westerse interventie tegen de taliban in Afghanistan, maar een bijproduct van deze oorlog tegen de terreur is de verbetering van het lot van vrouwen. Met mondjesmaat, want de dwingende mannencultuur is allesoverheersend. Het meest hoopgevende beeld tref ik aan de schoolpoort. Honderdduizenden meisjes krijgen nu onderwijs, in de stad dan toch. Onderweg naar Kandahar, het vroegere bolwerk van de taliban, rijden we naast een taxi. Vooraan zitten twee mannen met dikke baarden. In de kofferbak zitten vier vrouwen gehurkt, verscholen onder een boerka. Sommigen noemen de taliban tegenwoordig een bevrijdingsbeweging. Leg dat eens uit aan die vrouwen, nu er sprake is van een akkoord. Vrede, maar voor wie? Toch is er hoop. Die komt van de vrouwen zelf. Op onze eigen kleine redactie zijn de sterke vrouwen een meerderheid, oud, jong, eigenzinnig, met en zonder hoofddoek. Alles kan, zolang ze het maar zelf kiezen. Al tientallen teams van jonge reporters mocht de wereld intrekken om als nieuwe nomaden reportages te draaien. De helft ervan zijn vrouwen, met een eigen blik op de wereld. Ze zoeken verhalen die alleen zij kunnen brengen, maar ze brengen ook andere reportages over onrecht. Ze doen dit samen met jonge mannen, zonder onderscheid. Toch is er nog een weg af te leggen, wereldwijd. Want hoe groter de armoede, hoe meer oorlog, hoe moeizamer de weg is. Daarom is de Internationale Vrouwendag nog steeds brandend actueel.