Ik was als kind al een eenzaat. De chiro en drukke mensenmassa's vond ik maar niets, ik zat liever thuis op mijn eentje wat te lezen. Ook misschien omdat ik enig kind was. Op dat vlak ben ik nauwelijks veranderd. "Hallo, ik ben sociaal gehandicapt", zeg ik soms wanneer ik mezelf moet voorstellen (lacht).
...

Ik was als kind al een eenzaat. De chiro en drukke mensenmassa's vond ik maar niets, ik zat liever thuis op mijn eentje wat te lezen. Ook misschien omdat ik enig kind was. Op dat vlak ben ik nauwelijks veranderd. "Hallo, ik ben sociaal gehandicapt", zeg ik soms wanneer ik mezelf moet voorstellen (lacht).Radio maken is me op het lijf geschreven. Ik besef dat een heleboel mensen meeluisteren, maar ik zie hen niet en zit rustig alleen in mijn hoekje. Presentatieopdrachten voor een groot publiek liggen me niet; zet me op een podium en ik sterf vanbinnen. Studio Brussel gaf me niet meteen een kans. Toen ik er voor de derde keer auditie deed, geloofde haast niemand er nog in - ikzelf inbegrepen. Achteraf bekeken ben ik natuurlijk blij dat ik de moed niet opgegeven heb. Die levensles wil ik ook mijn twee kinderen meegeven: geef je dromen niet te snel op en volhard, hoe moeilijk de weg ook is. Als werkende moeder ben ik net zo ambitieus als vroeger. Alleen ben ik dat nu op twee terreinen: in mijn job, en tegelijk in mijn gezinsleven. Vrouwen die de eerste jaren van hun moederschap wat gas terugnemen, krijgen snel te horen dat ze niet meer dezelfde drive hebben, maar dat is onzin. Bijdragen aan het geluk van mijn twee dochters, dat van mijn man en aan een vlot draaiend huishouden staat wat mij betreft op gelijke hoogte met eender welke professionele verwezenlijking. In het leven is niets perfect. Mijn oudste, te vroeg geboren, dochter is erg gespannen en angstig, en is in die zin anders dan andere kinderen. Dat is op zich geen lachertje - ik steiger wanneer mensen opperen dat iedereen tegenwoordig een 'speciaal' kind wil. Maar het is evenmin een reden om nu in zak en as te zitten. Wat telt, is dat ze gelukkig is en dat we er allemaal samen het beste van maken. Sowieso ligt er al genoeg druk op kinderen. Als een opdracht voor school even niet lukt, dan schrijf ik dat gewoon zo in hun agenda, wat anderen daar ook van mogen denken. Vroeger was mijn zelfstandigheid mijn grote trots. Toen ik als studente met anorexia kampte, kwam het niet in me op om hulp te zoeken, en ook na de gecompliceerde geboorte van mijn eerste dochtertje weigerde ik psychologische hulp. Een zwangerschapsvergiftiging, verschillende operaties, opnieuw leren lopen: ik moest het allemaal maar trekken, vond ik. Leven met chronische artritis en zware medicatie heeft me doen inzien dat het oké is om hulp te vragen, dat je tegenslagen niet alleen moet verwerken. Ik ontzie mijn familie en vrienden, maar ik ga op aanraden van mijn huisdokter nu wel naar een psychologe - een wijze beslissing. Ik leer stilaan om het rustiger aan te doen. Om mijn vierde dag op de week van thuis uit te werken, en om naar mijn lichaam te luisteren wanneer de medicatie me misselijk maakt of mijn energie wegzuigt. Dat gaat niet vanzelf: ik ben van nature een doorduwer en haat het wanneer ik een uitstap met de kinderen moet missen. Blijven gaan is echter geen optie. Dan zit ik over vijf jaar misschien in een rolstoel. Ik verplicht mezelf dus om een evenwicht te zoeken tussen wat ik hier en nu wil, en wat op de lange termijn goed voor me is. Ik ben streng voor mezelf. Ronald (Verhaegen, presentator op Radio 1) en ik hebben de gewoonte elkaars programma's te beluisteren en achteraf onze bedenkingen uit te wisselen. Maar door die strengheid voor mezelf is er van echte kritiek geen sprake. Als Ronald zegt dat een aankondiging beter kon, heb ik dat negen op de tien keer zelf al bedacht. Meestal kan ik hem gewoon gelijk geven. Als het me blij maakt, dan doe ik het gewoon. Door de medicatie zijn er al genoeg momenten waarop ik niet zo vrolijk ben. In die zin heeft mijn aandoening me ook veel positieve dingen bijgebracht. Het besef dat tijd kostbaar is bijvoorbeeld, en dat je je niet moet blindstaren op alles wat niet lekker loopt. Maar ook de zorgeloosheid om af en toe eens gek te doen. Toen ik laatst thuiskwam van de kapper was het resultaat van de kleuring een stuk feller dan ik dacht: niet roze, maar knalpaars (lacht).