Yolande Berbers haar onderzoek spitst zich toe op software voor ingebedde systemen. Dat zijn systemen waar het apparaat en de toepassing samen zitten. Yolande: "Vaak wordt dat door de gebruiker niet gezien als een computer. Er zit bijvoorbeeld heel veel software in je auto of televisie. In het algemeen kijkt mijn onderzoek naar kleine sensoren die overal de omgeving en de situatie in kaart brengen. Het is fijn als de software zich aan de context kan aanpassen. Een typisch contextelement is de locatie. De software moet zich kunnen aanpassen aan de situatie van de gebruiker. In auto's zit cruciale software die, als het niet werkt, ook ongelukken kan veroorzaken. Dus die betrouwbaarheid is belangrijk."

De perceptie van de gebruiker is dat een apparaat betrouwbaar moet zijn. Bill Gates heeft ons geleerd dat een blauw scherm normaal is, dat je gewoon moet heropstarten, en we hebben dat aanvaard. "Maar software maakt fouten", zegt Yolande, "Het excuus dat 'het aan de computer ligt' slikken we nog steeds gemakkelijk."

Dat mensen wantrouwig zijn tegenover technologie getuigen scifi-verhalen waarin de maatschappij wordt gecontroleerd door machines. Daar is Yolande zelf niet angstig voor. "Misschien ook omdat ik het beter begrijp", bedenkt ze zich, "Soms zijn mensen bang dat machines iets beter kunnen dan de mens. Op een gegeven moment kon een auto sneller bewegen dan een mens kon lopen. Dat vond men geen enkel probleem."

Soms zijn mensen bang dat machines iets beter kunnen dan de mens.

Het is inderdaad al heel lang zo dat machines zaken beter kunnen dan mensen. Maar nu komt kunstmatige intelligentie daar ook bij. "Neem nu bijvoorbeeld de zelfrijdende auto", duidt Yolande, "Volgens mij doen die het veel beter dan de wegpiraten die je tegenwoordig tegenkomt. Toch hoor je al snel het argument: 'Wat als zo'n zelfrijdende wagen een ongeluk veroorzaakt?' Maar hoeveel verkeersslachtoffers vallen er jaarlijks in België door menselijke fouten? Uiteraard zal een machine af en toe iets verkeerd inschatten, maar de kans is kleiner dan bij een echte chauffeur. Ik ben ervan overtuigd dat het een gigantische stap vooruit is voor de samenleving."

Technologie staat nooit stil.

Het is een werkveld waar je constant evolutie ziet. "Technologie staat nooit stil", knikt Yolande, "Zeker in mijn domein zie ik steeds meer bedrijven opkomen die interesse hebben in samenwerkingen. Vanuit de universiteit wordt er meer ondersteuning geboden voor startups in en rond de universiteit. De uitdaging is om voldoende mensen actief te krijgen in dit soort jobs. Dat is een grote bekommernis van bedrijven: dat ze niet voldoende geschoold personeel vinden."

Die mensen zijn te vinden in het onderwijs. Yolande geeft les aan de KU Leuven, waar ze steeds zo'n 15 tot 20 procent vrouwelijke studenten heeft. "Hoe dat komt, weet ik niet", bedenkt Yolande, "Ik denk niet dat deze sector niet geschikt is voor vrouwen, integendeel. Voor veel van de bedrijven waar mijn studenten terecht komen, vooral bedrijven die productgericht zijn, is het juist belangrijk dat zoveel mogelijk verschillende mensen meewerken omdat er ook een diversiteit aan gebruikers is. Het is jammer dat er een te eng publiek deze studies volgt."

Ik denk niet dat deze sector niet geschikt is voor vrouwen, integendeel.

Over hoe we vrouwen kunnen aansporen om voor een wetenschappelijke studie te kiezen is al veel inkt gevloeid. Volgens Yolande moeten we vooral in Noord-Europa de perceptie over de sector veranderen. "Wat je ziet is dat in Zuid-Europa en Azië veel meer vrouwen voor een studie informatica of technologie kiezen. Waar volgens mij het schoentje knelt is het moment waarop men jongeren begeleidt in hun studiekeuze. Vaak zijn ze dan al bijna 18 jaar oud, wat natuurlijk veel te laat is om de nieuwsgierigheid te prikkelen. Rond de puberteit gaan jonge mensen vooral op zoek naar wie ze zijn en waar ze voor staan. Dat is de geknipte periode om de interesse voor STEM-richtingen aan te wakkeren."

Waar volgens mij het schoentje knelt is het moment waarop men jongeren begeleidt in hun studiekeuze

Yolande is fan van een inclusief beleid, waarbij zowel jongens als meisjes de juiste aandacht krijgt. Maar toch vindt ze het goed dat we af en toe jonge vrouwen een hart onder de riem steken. "Ik zou mezelf met plezier een voorbeeld noemen voor hen, niet dat ik een grote voorvechter ben," vertelt ze, "Zoveel hindernissen heb ik in mijn opleiding en carrière niet moeten overwinnen als vrouw. In het begin van mijn studies, in 1977, had ik het er wel moeilijk mee dat ik vaak de enige vrouw in de klas was. Ik herinner me nog steeds een oefenzitting met een dertigtal studenten. Toen er op het bord een aantal resultaten neergeschreven moesten worden, werd ik geroepen omdat 'meisjes een mooier handschrift hebben'. Dat maakte me heel kwaad en ik ben buiten gelopen. Wat een onzin!

Ik zie een positieve evolutie voor vrouwen in STEM.

Later ben ik dat gedrag veel minder tegengekomen. Natuurlijk hoor ik het nog altijd wanneer ik in een zaal ben met collega's en we met 'beste heren' aangesproken worden. Maar ik word er niet meer opstandig in. Toen ik jong was, stond ik dan al eens op om te zeggen: 'Ik ben er ook nog!' Ik moet zeggen, dat is allemaal heel erg verminderd. Ik zie een positieve evolutie voor vrouwen in STEM."