Een kind komt niet met een handleiding als het geboren wordt. Maar heel moeilijk om er een te vinden, is het niet. Er worden de laatste jaren ontelbaar veel opvoedboeken geschreven. Alleen al op Amazon heb je de keuze uit ongeveer 50.000 boeken. Elke vraag die je als ouder hebt over borstvoeding, slaap- en zindelijkheidstraining of de gepaste schermtijd voor je peuter wordt goedbedoeld beantwoord. Alleen zijn die antwoorden vaak tegenstrijdig. Is samen slapen nu gevaarlijk of juist beter voor de emotionele ontwikkeling van je kind? En laat je je kind huilen voor het slapen of toch niet?

Een bestseller in het genre, en al maanden nummer één op Amazon in de categorie 'psychotherapie', is Het boek waarvan je wilde dat je ouders het hadden gelezen (en je kinderen blij zijn dat je het doet) van de Britse therapeute Philippa Perry. Anders dan de vele opvoedboeken met tips en trucs over hoe je je kind kunt 'programmeren' om te eten of slapen, houdt Perry zich meer bezig met de langetermijnvisie op ouderschap. 'Ik schreef een boek over het allerbelangrijkste dat ouders volgens mij moeten weten', zegt ze verder in dit blad: 'hoe ze een goede relatie opbouwen met hun kinderen'.

Opvoeden is, ongeacht wat sommige experts beweren, geen exacte wetenschap.

Ik heb zelf nog geen enkel opvoedboek gelezen. Wat niet wil zeggen dat ik geen vragen heb. Of dat ik het nooit zal doen. Ook mijn kinderen hebben moeilijke nachten, weigeren 's avonds meer dan eens hun bord leeg te eten of gooien zich krijsend op de grond omdat ik het licht in de living heb aangedaan en niet zij. Het leven van een drie- en eenjarige kan soms hard zijn. Toch heb ik de oplossing voor die (kleine) problemen nog niet in een boek gezocht. Ik luister liever naar mijn buikgevoel en dat van mijn lief, en naar mijn kinderen. Wat mijn driejarige met een driftbui me non-verbaal vertelt, is dat hij moe is van alle nieuwe indrukken die een hele dag lang op hem afkomen. En dus gaan we naast hem zitten, en wachten we samen tot het beter gaat.

Dat lukt niet altijd. Het geruis van het dagelijkse leven zorgt ervoor dat we onze innerlijke stem soms niet meer horen. In volle ochtendspits, terwijl we iedereen op tijd op de crèche, op school en op het werk proberen krijgen, nemen we soms niet de tijd om te gaan zitten en luisteren. We zijn ons ervan bewust dat we het soms anders hadden moeten aanpakken, en dat is oké. Of dat we het simpelweg niet weten, en dat is ook oké. Opvoeden is, ongeacht wat sommige experts beweren, geen exacte wetenschap. Ik geloof niet dat er maar één juist antwoord is. Dat het antwoord dat wij zelf geven er ook weleens naast zit. En dat alle antwoorden niet in één boek terug te vinden zijn. Wat werkt voor onze zoon, werkt niet altijd voor onze dochter. Waarom zou het dan werken voor alle kinderen?

Onze kinderen zijn ons dierbaarste bezit. Onze zwakke plek. Dat veel ouders vandaag naar boeken grijpen, is volgens mij geen teken van angst, maar van liefde. De drang om zo veel mogelijk informatie te verzamelen en het zo goed mogelijk te doen. Hetzelfde geldt trouwens voor de ouders die daarvoor geen boek raadplegen. Er leiden meerdere wegen naar Rome, en die hoeven niet perfect te zijn.