Burn-out is een van de meest voorkomende oorzaken van langdurige afwezigheid op de werkvloer. Iedereen kent wel iemand die ermee te kampen heeft gehad, en dat hoeft niet te verwonderen. Niet alleen is het werkritme de afgelopen jaren drastisch verhoogd, in tijden van economische onzekerheid gaan we steeds vaker onze grenzen opzoeken. 'De overheid zou moeten stoppen met mensen angst aan te jagen', zegt burn-outcoach Hilde Mariën. 'Politici willen stemmen winnen door onrust te creëren - 'er zal geen pensioen of werk meer zijn' - en dat leidt tot een angstreflex bij veel mensen, waardoor ze sneller over hun grenzen gaan. Daar moeten we echt vanaf.'
...

Burn-out is een van de meest voorkomende oorzaken van langdurige afwezigheid op de werkvloer. Iedereen kent wel iemand die ermee te kampen heeft gehad, en dat hoeft niet te verwonderen. Niet alleen is het werkritme de afgelopen jaren drastisch verhoogd, in tijden van economische onzekerheid gaan we steeds vaker onze grenzen opzoeken. 'De overheid zou moeten stoppen met mensen angst aan te jagen', zegt burn-outcoach Hilde Mariën. 'Politici willen stemmen winnen door onrust te creëren - 'er zal geen pensioen of werk meer zijn' - en dat leidt tot een angstreflex bij veel mensen, waardoor ze sneller over hun grenzen gaan. Daar moeten we echt vanaf.' Een terechte alarmkreet, want eens je een burn-out gehad hebt, is er vaak geen weg terug. 'Een burn-out gaat gepaard met depersonalisatie en dehumanisatie', zegt dokter Luc Swinnen, die verschillende boeken over het onderwerp schreef. 'Je voelt je een tijdje geen menselijk wezen meer. Dat kan zes maanden of langer duren, en je wordt nooit meer dezelfde. Na behandeling of rust herstel je weliswaar, maar je komt als een nieuw persoon in een nieuwe omgeving terecht, en het is niet altijd zo eenvoudig om je daarin te integreren.' 'Je bent absoluut anders na een burn-out', beaamt Jan, die bijna anderhalf jaar thuis moest blijven. 'De persoon die ik ooit was, is door die burn-out gestorven. Dat moet ook, want als je dezelfde blijft, loop je vroeg of laat toch weer in de val.' 'Ik heb een complete transformatie ondergaan', zegt ook Helena. 'Je gaat kapot in een burn-out, maar ik ben als een feniks uit mijn as herrezen.' Voor alle duidelijkheid: een burn-out is niet hetzelfde als een depressie. Dat laatste is een stemmingsziekte waar zinloosheid en het zogenaamde zwarte gat overheersen. Bij een burn-out is de energie simpelweg op. 'Het is een gevolg van stress die langere tijd aanhoudt, meestal een jaar of langer', legt Hilde Mariën uit. 'Bij burn-out is er aanhoudende druk, bij bore-out verveling omdat je te weinig werk hebt, onder je capaciteiten werkt of te weinig zingeving ervaart. Om van een burn-out te spreken moet aan drie voorwaarden voldaan zijn. Ten eerste voelen mensen een extreme vermoeidheid op lichamelijk, mentaal en emotioneel vlak. Er is ten tweede een gevoel van cynisme: mensen hebben te weinig impact op hun werk, omgeving en maatschappij en dat leidt tot afstand nemen en zure reacties. Ten slotte daalt het zelfvertrouwen: ze weten niet meer welke kwaliteiten ze hebben en waar ze voor staan.' Om daarvan te herstellen is een goed gestuurd genezingsproces een must. Dat is niet altijd even simpel. 'Het brein heeft twee secties: een deel waarin beslissingen instinctief en snel worden genomen en een deel waarin geduld nodig is', legt dokter Swinnen uit. 'Dat laatste deel wordt bij burn-out verstoord. We geven oefeningen om het weer te stimuleren, zodat patiënten opnieuw gedecideerd beslissingen kunnen nemen. Dat leerproces duurt maanden.' Tijd is dus een belangrijk gegeven. Mariën: 'Na twee weken heb je misschien wat meer energie, maar er is meer nodig om de lichamelijke schade ook neurologisch te herstellen. Als mensen er niet uit raken, komt dat vaak doordat ze te snel weer aan het werk gaan. Je moet eerst lichamelijk herstellen, slaap inhalen, het piekeren stoppen, aandacht besteden aan gezonde voeding, gaan wandelen in de natuur. Belangrijk is ook om je sociale contacten langzaam weer op te bouwen. In een derde fase ga je na wat je anders kunt doen om beter voor jezelf te zorgen. Op termijn bouwen we het zelfbeeld weer op, onderzoeken we wat zingeving creëert en wat de persoon in kwestie enthousiast maakt. Pas als dat achter de rug is, kun je er stilaan aan denken om je job weer op te nemen.' Kan de overheid iets doen? Zeker. 'De administratie vooral minder complex maken', zegt Jan. 'Je moet langs verschillende diensten om ziek verklaard te worden: je arts, de VDAB, je werkgever, de vakbond, noem maar op. Elk van die stappen vergt twee, drie dagen van mentale voorbereiding. Dat zijn echt enorme uitdagingen als je ziek bent. Bovendien zou je van de overheid genoeg tijd moeten krijgen om het genezingsproces uit te zitten. Veel mensen moeten weer aan de slag zodra de fysieke symptomen verdwenen zijn, terwijl het analyseren en verwerken van de situatie nog niet eens begonnen is.' 'Het is een administratieve rompslomp', beaamt Helena. 'Het zou goed zijn als iemand de integrale zorg op zich zou kunnen nemen. Nu is die nog te veel verdeeld over verschillende instanties. Artsen en controleartsen zouden ook moeten leren hoe ze de persoon kunnen versterken in plaats van louter controles uit te voeren. Ik had twee halftijdse jobs, waarvan ik de ene liever niet opnieuw opnam. Wel, van de controlearts heb ik op een gegeven moment mijn ene job weer mogen oppikken, terwijl ik voor de andere nog ziekteverlof kreeg voorgeschreven. Dat heeft me echt geholpen. Leg ook niet de focus op burn-out als modefenomeen en vernauw het evenmin tot iets wat enkel met je werk te maken heeft. Dat is waar de burn-out zich in uit, maar dat is zeker niet het complete verhaal. De oorzaken gaan verder dan het puur professionele.' Jan kan dat bevestigen: 'Mijn job was de druppel, maar niet de oorzaak van mijn burn-out. Die zat in de manier waarop ik met stress omging. Ik legde mijn eigenwaarde in handen van anderen. Ik werkte opdat iemand anders zou zeggen dat ik het goed gedaan had. Zo creëer je uiteraard torenhoge eisen.' Wie genezen is, doet er goed aan om stapsgewijs weer op te starten. 'Je moet het gesprek met de werkgever aangaan en nagaan wat je graag anders wilt op de werkvloer', legt dokter Swinnen uit. 'Als er ruimte wordt genomen om te luisteren, komen er vaak oplossingen uit de bus. Maar je moet daar nuchter in zijn: soms is er geen oplossing mogelijk.' Dat heeft Tom ondervonden. 'Ik ben een halfjaar uitgevallen door een burn-out. Ik heb het opnieuw geprobeerd, maar een dik jaar later ben ik weer ziek geworden, waardoor ik weer enkele maanden thuis zat. Ik heb toen een gesprek gehad met mijn baas, waarin hij stelde dat het voor het bedrijf niet langer mogelijk was me in dienst te houden, zogezegd omdat de continuïteit niet langer verzekerd was. Dat was een koude douche, maar hoe clichématig het ook klinkt: ik ben daar sterker uit gekomen. Ik heb nu een job met veel autonomie en minder druk en dat helpt. Ik ben intussen bijna drie jaar volledig hersteld.' Bij Karel, die werkte met mensen met een mentale beperking, verloopt de aanpassing minder vlot. Zijn burn-out heeft zich drie jaar geleden gemanifesteerd, maar genezen wil hij zichzelf nog niet noemen. 'Ik heb nog altijd dagen dat het minder gaat. Een tijd geleden wilde ik halftime terug naar mijn oude job, maar dat wilde mijn werkgever niet. Dat was erg lastig. Bovendien waren er wat veranderingen op het werk die een terugkeer bemoeilijkten. Ik werk nog altijd niet, maar doe wel al vrijwilligerswerk. Dat ik iets zinvols doe, is belangrijk. Maar veel is dat toch niet. Ik ben intussen 56, dat maakt het ook niet makkelijk. Wel heb ik geen deadline voor mezelf gesteld, want dan zet ik mezelf weer onder druk.' Soms zoekt iemand na een burn-out een andere baan die beter bij de nieuwe levensstijl aansluit. Zoals Elke. 'Ik had een job als coördinator in de zorgsector. Op een dag kreeg ik een telefoontje van mijn moeder met de vraag om hoe laat ik stopte met werken. Ik ben ingestort, beginnen te huilen en ben een week lang niet meer opgehouden. Na vier maanden rust ben ik veranderd van werk. Ik ben nu aan de slag in het taxibedrijf van mijn moeder. Dat is een pak minder zwaar. Ik kan in die job even op adem komen, terwijl je in de zorgsector voortdurend moet presteren. Ik heb ook geleerd om nee te zeggen. Vroeger zou ik hemel en aarde bewogen hebben, nu zal ik eerder toegeven dat iets niet zal lukken. Ik ben meer op mijn hoede.' Tijdens haar burn-out deed Elke zowaar mee aan een missverkiezing. 'Het verplichtte me om de baan op te gaan, want ik wou mijn sponsors en supporters niet teleurstellen. Dat heeft enorm geholpen.' Dokter Swinnen beaamt dat Elke zeker geen alleenstaand geval is. 'Dezelfde job blijven uitvoeren is vaak niet vanzelfsprekend. Om te beginnen moet je het werk geleidelijk aan hervatten, liefst in een andere afdeling omdat aan je eigen afdeling nog slechte herinneringen kleven. Die blijven erg aanwezig in het brein. Gebrek aan zekerheid is ook vaak een negatieve factor, ons brein heeft daar net nood aan. Verder is autonomie belangrijk, je moet een zekere vrijheid krijgen op het werk. In bedrijven waar aan micromanagement wordt gedaan, is het doorgaans moeilijker om de draad weer op te nemen. Je moet zelf beslissingen kunnen nemen in het werkproces. Als dat niet het geval is, is mislukking gegarandeerd. Daardoor is iemand in de eerste plaats ziek geworden.''Een vorm van eerlijkheid is ook noodzakelijk en die kan in kleine details zitten. Iemand met een burn-out wordt vaak wantrouwig bekeken en anders behandeld. Ook wanneer je te horen krijgt dat je niet mag mislukken én dat je goed in de gaten gehouden wordt omdat je werkgever het niet meer vertrouwt, wordt dat niet verteerd door het brein. Het kost pakken energie om daar overheen te raken en dus ligt mislukking ook hier op de loer.' 'Vaak is het opletten voor een nieuw dogma: ik mag me nooit meer slecht of moe voelen. Dat is uiteraard een illusie', zegt Hilde Mariën. 'Je moet ermee kunnen omgaan dat het leven soms moeilijk is en dat je niet voortdurend gelukkig kunt zijn. Bovendien moet je leren om de alarmsignalen van je lichaam te herkennen. Hoofdpijn als je lang onder stress staat, het afzeggen van privéafspraken zoals het pintje met de vrienden of het samen gaan trainen. Luister naar anderen als ze een verandering in je gedrag opmerken. Daar kan ik niet genoeg de nadruk op leggen. Voor werkgevers is het dan weer belangrijk dat ze de kop niet in het zand steken uit angst slapende honden wakker te maken. Het overgrote deel van bedrijfsleiders staat echt wel open voor die boodschap.' Een burn-out kan ook een positieve ommekeer teweegbrengen. Helena kan erover meepraten: 'Ik ben dankbaar dat ik een burn-out heb mogen meemaken, want ik heb echt leren doen wat goed is voor mij. De tijd nemen voor een onverwacht gesprek. De klok leren negeren, terwijl ik vroeger al flipte als ik twee minuten te laat was. Ik ben beginnen te zwemmen omdat het gevoel van gewichtloosheid zo fijn was. Ik heb water op een heel andere manier leren ervaren. Ik heb stilte leren toelaten. Omdat het moest. Ik had er niets mee, maar ik ben van stilte gaan houden. Ook ben ik onbevangen gaan luisteren naar anderen omdat je compleet aanwezig bent. Je kunt je met niets anders bezighouden. Door mijn burn-out ben ik spiritueler geworden. Ik heb het belang ingezien van de verbinding tussen hoofd en hart, terwijl ik vroeger veel rationeler was. Ik heb het belang van echtheid leren kennen, het is zoveel beter als je echt bent. En ik heb de kracht van kwetsbaarheid ontdekt. Dat heeft me enorm verrijkt in mijn professionele leven als docent en coach. Ik ben echt gegroeid. Ik heb een enorm potentieel in mezelf ontdekt.' Toch blijven er nog knelpunten, stelt Swinnen. 'Op het einde van het proces vragen patiënten zich vaak af wat hun rechten en plichten zijn en ook dat is belangrijk voor een goede herintegratie. Dat heeft soms nog meer waarde dan de behandeling op zich. Mensen zijn bang, want in België kun je iemand altijd ontslaan, op voorwaarde dat je die persoon wettelijk uitbetaalt. Dat had ik nog graag anders gezien.' Moraal van het verhaal: er is nog werk aan de winkel. Veel werk, zelfs.