Door zijn schizofrenie is hij vaak afhankelijk van anderen, maar de voorbije weken zorgde hij mee voor zijn ouders.
...

'Ik was achttien toen ik de diagnose kreeg. Ik interpreteerde gebeurtenissen anders dan mijn omgeving, hoorde stemmen en kreeg levensechte hallucinaties. Nog steeds verdwijn ik soms dagenlang in mijn eigen wereld. Dan schrijf ik gedichten en speel ik piano of trompet, maar ik zit wel in een cocon, een eenmanswereld zonder enige vorm van sociaal contact. Ik woon nu begeleid zelfstandig in Brussel en voel me daar goed, maar het weegt dat ik altijd de hulp van anderen nodig heb. Ik krijg respect en waardering van mijn omgeving en ook in mijn surfclub, maar aan een job moet ik bijvoorbeeld niet denken. Dat knaagt aan mijn zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde. Altijd is er die vrees dat mensen zullen zeggen: 'Wat een sukkelaar.' Leven met schizofrenie heeft me veel moeite gekost, maar de ervaring kwam de laatste weken van pas. Mijn moeder had net een zware heupoperatie achter de rug en moest door de quarantaine plots thuis revalideren, terwijl mijn papa eind maart Covid-19 bleek te hebben en dus echt in afzondering moest. Ik hielp hen door bijvoorbeeld boodschappen te doen, maar vooral op emotioneel en moreel vlak kon ik iets betekenen voor hen. Ik weet wat het is om op je tanden te moeten bijten en de moed niet op te geven, hoe moeilijk het is wanneer je medisch personeel en anderen niet kunt vertellen wat je ervaart, en ik ken de eenzaamheid die bij de quarantaine hoort: de woorden die hun steun konden bieden, waren snel gevonden. In de psychiatrie gaat het vaak over zelfredzaamheid, maar hier ging het ook om zorgen voor anderen, mijn eigen familie bovendien. In plaats van hulpbehoevend te zijn, kon ik mijn verantwoordelijkheid nemen als zoon, en zelfs iets terugdoen voor alles wat ik zelf gekregen heb. Ik weet nu dat ik dat kan, en dat ik er in de toekomst niet voor hoef terug te deinzen als iemand mijn hulp kan gebruiken.' 'Clara was nooit een probleemkind, maar we hebben allebei wel een licht explosief karakter. We zijn het dus niet altijd eens en werken elkaar weleens op de zenuwen. Toch heeft ze me tijdens de quarantaine aangenaam verrast. Van een leven waarin ze voortdurend omringd was door vrienden viel ze van de ene dag op de andere in iets heel anders: een opsluiting met haar ouders. Bovendien vond ik het in het begin moeilijk om het vaste ritme en de gewoonten thuis los te laten. Ik probeerde iedereen om acht uur 's ochtends aan het werk te zetten en beperkte ook tijdens de quarantaine haar tv-tijd en gebruik van de smartphone, maar dat leidde alleen maar tot spanningen. Zodra ik besefte dat al die dingen geen zin hadden, ging alles vanzelf. Clara vond zelfs de creativiteit uit haar kindertijd terug. Terwijl haar vrije tijd vroeger grotendeels om de telefoon draaide, begon ze opnieuw te schilderen, te tekenen en te naaien. 'Onder normale omstandigheden is het leven zo vermoeiend', zei ze me zelfs een keer. Tieners worden soms lui genoemd, maar mijn dochter toonde me dat daar niets van klopt, dat ze ook hun verantwoordelijkheid kunnen nemen. Ze had meer geduld met ons dan anders, vertelde ons wat er in haar omging en hielp ons om de moed erin te houden met haar opgewektheid en de piano, waarop ze vaak voor ons speelde. Het was fijn om samen zoveel tijd door te brengen, ook omdat ze nooit klaagde over de situatie. Die veerkracht van haar heeft me verbaasd. Ik begon mijn dochter met andere ogen te bekijken, meer als een echt mens. We zaten op hetzelfde moment en op dezelfde plaats precies in hetzelfde schuitje, een unieke ervaring.' 'Ik ben altijd angstig geweest. Als kind maakte ik me veel zorgen over de wereld, waardoor ik veel geruststelling nodig had van mijn ouders. Op school werd ik gepest, wat mijn onzekerheid nog versterkte. Vijf jaar geleden kwam alles in een stroomversnelling terecht. Mijn papa bleek de dodelijke zenuw- en spierziekte ALS te hebben en takelde snel af, terwijl mijn vrouw een tijdje in het ziekenhuis belandde. Ik kom uit een familie van problem solvers die ervan uitgaan dat er oplossingen zijn voor alles, maar een zware ziekte is een ander verhaal. Ik had geen controle over wat er gebeurde, stopte met eten en kreeg steeds vaker donkere gedachten. Bovendien was ik gestopt met werken om voor mijn vader te zorgen, waardoor het aanvoelde alsof ik mijn gezin in de steek liet. Toen hij in de zomer van 2016 overleed, leek ik op alle vlakken te falen. Ik ging me steeds meer isoleren en belandde in een zware depressie. Sindsdien kruip ik met vallen en opstaan weer uit het dal, met langdurige opnames op psychiatrische afdelingen en periodes van ambulante begeleiding. Fulltime werken blijft stresserend, dan laaien mijn onzekerheden en angsten algauw weer op. Begin dit jaar was ik ook met groepstherapie gestart, terwijl onder de mensen komen me nog altijd zwaar valt. Voor mij was de gedwongen onthaasting tijdens de quarantaine dan ook een verademing: plots vielen de opdrachten, de groepssessies en alle zorgen daarover weg en mocht ik weken aan een stuk op mezelf zijn. Ik kreeg veel tijd om tot rust te komen en na te denken, waardoor ik nu beter begrijp wat mijn angsten triggert. Me volledig isoleren lost niets op, ik moet vooral mijn grenzen bewaken en ruimte creëren om te vertragen. Een snelle terugkeer naar het gewone leven hoeft voor mij niet. Dan neemt ook de druk weer toe om mee te kunnen met de maatschappij, terwijl ik nu vooral naar mezelf wil luisteren. Ik heb de voorbije weken gemerkt hoeveel voldoening ik haal uit mijn gezinsleven, de zorg voor mijn zoontje en mijn kunstenaarsatelier - daar wil ik op focussen, niet op wat anderen van me verwachten.' 'Ik was diensthoofd van het universitair ziekenhuis Tivolo in La Louvière, waar ik gedurende veertig jaar voor kinderen zorgde, en uiteindelijk ook voor hun kinderen en zelfs hun kleinkinderen. Vier jaar geleden zou ik met pensioen gaan, maar ik had absoluut geen zin om te stoppen. Ik voelde me nog jong en vond dat ik nog een bijdrage kon leveren, de leegte van niets te doen maakte me bang. Ik bleef dus aan het werk, al klopte ik wel minder uren. In het begin van de quarantaine wilde ik zoals het hele medische personeel solidair zijn, maar dat vonden mijn jongere collega's onverantwoord. Ik behoor zelf tot een kwetsbare leeftijdsgroep, er was voor hen geen denken aan dat ik mee in de vuurlinie ging staan. Zo zat ik dus van de ene dag op de andere thuis en moest ik alles loslaten, iets wat ik nooit eerder heb gedaan. Niet meer die kinderarts zijn die voortdurend in de weer is, problemen oplost, regelt en vooruit plant - ik denk dat ik in twee dagen twintig jaar ouder ben geworden. Aanvankelijk vertelde ik mezelf dat het snel voorbij zou zijn, dat ik een maand later opnieuw zou beginnen. Mettertijd begon ik echter in te zien dat opnieuw gaan werken na maanden afwezigheid niet zo eenvoudig zou zijn, en misschien ook niet helemaal correct tegenover mijn collega's. Terug op het toneel verschijnen wanneer de storm was gaan liggen, leek me niet juist, ook niet ten opzichte van de kinderen die ik volgde. Na lang tobben heb ik begin mei de beslissing genomen om uit dienst te treden. Een ingrijpende keuze, maar op dat moment was ik me er ook bewust van geworden dat een ander, trager leven mogelijk is, dat mijn idee van tijd veranderd is en dat ik het werk stilaan loslaat. De breuk was pijnlijk, maar ze heeft me geholpen om na te denken over mezelf, me vragen te stellen waar ik anders nooit tijd voor maakte, en om een hoofdstuk af te sluiten.'