Vorm is nooit het vertrekpunt van een ontwerp. Als wij een trein ontwerpen, beginnen we bij de breedte van de deuren en de lengte van het perron. Met de overgebleven ruimte kun je iets doen. Design is voor mij de balans tussen ratio en emotie. Het eerste is het fundament, het tweede de saus.
...

Vorm is nooit het vertrekpunt van een ontwerp. Als wij een trein ontwerpen, beginnen we bij de breedte van de deuren en de lengte van het perron. Met de overgebleven ruimte kun je iets doen. Design is voor mij de balans tussen ratio en emotie. Het eerste is het fundament, het tweede de saus. Toen ik begon als designer, konden mensen het woord niet eens schrijven. Dat was in 1970, jarenlang was ik een designmissionaris. De huidige generatie ontwerpers kampt met het omgekeerde probleem: er zijn er te veel. Eén goede raad: teken met potlood, niet op de computer. Op een scherm lijkt je ontwerp beter dan het is en de fouten vallen minder op. Ook de oude Grieken, Romeinen en Byzantijnen deden al aan industrieel design. De helm is wellicht het beste voorbeeld: geproduceerd in grote oplage, ergonomisch verantwoord en multifunctioneel, want je kunt er ook uit drinken. Bovendien toont de helm de militaire rang en schrikt hij de vijand af, kortom: communicatie en psychologie. Oorlogswapens ontwerpen zou ik nooit doen. Ik kreeg de vraag al, maar ethisch gezien gaat dat me echt te ver. Hoewel het vanuit semantisch en artistiek oogpunt zeker boeiend is. Mijn ouders gaven mij technische, culturele én commerciële bagage mee. Mijn moeders familie was kunstzinnig, die van mijn vader industrieel en zakelijk. Opgroeien in die symbiose was een genot. Mijn ouders hoopten dat ik advocaat werd. Maar ik ben leeslui en slecht met tekst. Als kind zat ik altijd te tekenen. Nog altijd ben ik heel visueel ingesteld. Ik kijk dan ook ontzettend veel televisie: van politieke debatten tot Game of Thrones, vooral voor de verbluffende decors. Mijn tweede droom was regisseur worden. Mijn zoon, Geoffrey, doet dat nu in mijn plaats. Na tien jaar bij de Antwerpse jezuïeten ging ik naar de designacademie in Eindhoven. Dat was een shock. De arrogantie, pretentie en vulgariteit druisten in tegen alles wat ik van huis uit had meegekregen. Toch was die shock zeer leerzaam. Mijn grootste professionele indruk kreeg ik tijdens mijn opleiding in Japan. Sindsdien ben ik gecharmeerd door zen en minimalisme. Al zie je dat niet in mijn vroege werk, in de booming jaren zeventig en tachtig moest alles blingbling zijn. Rebellie zegt me niks. In mei '68 was ik bezig met afstuderen, niet met protesteren. Ik knipte mijn haar af, kocht een pak en wilde me conformeren aan de industriële wereld. Beleefdheid vind ik een way of life: geen stoorfactor zijn. Daarom ben ik zo tegen tatoeages: onderscheid jezelf door je visie en je mening, niet door je lichaam te verminken. In mijn leven kreeg ik een paar vuistslagen. Mijn dochtertje stierf na twee maanden aan wiegendood, een allesverwoestend verlies dat me zelfs mijn huwelijk kostte. Later ben ik nóg een keer gescheiden. En op mijn twintigste overwon ik een ernstige ziekte. Van zulke tegenslagen word je sterker. Maar je leert er niets van. Als ik nu naar de wereld kijk, zou onze createur toch gebuisd zijn. Mensen, maar ook dieren, zijn onvoorstelbaar wreed voor elkaar. Maar als ze me morgen vragen om de wereld opnieuw vanaf nul te ontwerpen, zou ik vriendelijk bedanken. Als je rationeel nadenkt, is het beter om er niet aan te beginnen. Er is veel geluk in de wereld, maar nog veel meer ongeluk. De afstand tussen opvoeding en opleiding groeit. Ik zie veel slimme mensen zonder raffinement. Respect en beleefdheid, dat mis ik almaar meer. Net als humor. In een discussie worden mensen altijd kwaad. Terwijl je de boel beter kunt ontzenuwen met wat zelfspot. 'Les Esquisses et les pensées' in het Maurice Verbaet Art Center loopt van 9 juni tot 2 juli, en uitzonderlijk ook tijdens Museumnacht (5 en 6 augustus) en de Cultuurmarkt (26 en 27 augustus). Het boek wordt uitgegeven door Pandora Publishers. Verbaet.com