'Niemand heeft ooit leven en werk in balans gekregen, en je komt er al helemaal niet als je je laat leiden door De Zes Dingen Die Heel Succesvolle Mensen Doen Voor 7 u 's Morgens. Er komt nooit een dag waarop eindelijk alles geregeld is, waarop de to-dolijstjes niet langer worden, waarop je je eindelijk kunt wijden aan de dingen waar het in het leven echt om draait. En dat is eigenlijk goed nieuws.' Hij windt er geen doekjes om, Oliver Burkeman. Als journalist schreef hij voor The Guardian jarenlang een column die beloofde om je leven te veranderen met wetenschappelijke, filosofische of psychologische inzichten. 4000 weken is een titel die lezers met hun neus op de feiten drukt: het leven is eindig. Een idee waar niet iedereen vrolijk van wordt. Vanwaar die keuze, vragen we hem via Zoom.
...

'Niemand heeft ooit leven en werk in balans gekregen, en je komt er al helemaal niet als je je laat leiden door De Zes Dingen Die Heel Succesvolle Mensen Doen Voor 7 u 's Morgens. Er komt nooit een dag waarop eindelijk alles geregeld is, waarop de to-dolijstjes niet langer worden, waarop je je eindelijk kunt wijden aan de dingen waar het in het leven echt om draait. En dat is eigenlijk goed nieuws.' Hij windt er geen doekjes om, Oliver Burkeman. Als journalist schreef hij voor The Guardian jarenlang een column die beloofde om je leven te veranderen met wetenschappelijke, filosofische of psychologische inzichten. 4000 weken is een titel die lezers met hun neus op de feiten drukt: het leven is eindig. Een idee waar niet iedereen vrolijk van wordt. Vanwaar die keuze, vragen we hem via Zoom. 'Het is waarschijnlijk zelf-selectief', lacht hij. 'Wie dat een morbide idee vindt, zal het boek waarschijnlijk niet kopen. (lacht) Ik was ook niet blij toen ik voor het eerst uitrekende hoeveel weken ik waarschijnlijk te leven had. Filosofen houden zich al eeuwen bezig met het feit dat ons leven te kort is. We hebben de geestelijke vermogens om bijna eindeloos ambitieuze plannen te bedenken, maar amper de tijd om ze ook effectief uit te voeren. Je zou dus denken dat we allemaal bezig zijn met timemanagement op levensniveau, met het uitzoeken van hoe we onze tijd het beste benutten voor een goed leven. Want de wereld is een wonderlijke plek, en we willen genieten van al die wonderbaarlijke dingen. We willen ook goed omgaan met anderen, met de maatschappij en de politiek en met de plek waar we wonen. Alleen, boeken over tijdsmanagement gaan vooral over overvolle mailboxen, op zondag koken voor de hele week en zo veel mogelijk taken uitvoeren in een zo kort mogelijke tijd. De essayiste Marilynne Robinson noemt dat vreugdeloze haast. Zelfs de meest bevoorrechten onder ons komen zelden aan de juiste, echt belangrijke dingen toe, omdat we altijd te druk bezig zijn.' Jij noemt het existentiële overweldiging. 'We hebben onrealistische ideeën over wat we gedaan krijgen, en daarom voelen we ons schuldig als we niet alles op ons to-dolijstje kunnen afwerken. En omdat we zo onrealistisch zijn, focussen we vaak eerst op de minder belangrijke dingen die opduiken en komen we niet toe aan de dingen die er echt toe doen. Die verschillen uiteraard voor iedereen, maar door de band genomen zijn dat de mensen om ons heen en de dingen waar we echt voldoening uit halen. Een van onze belangrijkste problemen is dus kiezen wat we doen en wat niet.' Nochtans hebben we vandaag in principe meer tijd dan ooit. 'Vliegtuigen, computers en vaatwassers, we ontwikkelden veel technologie die ons tijd bespaart. Maar we worden er alleen maar veeleisender en ongeduldiger door. Het blijkt veel moeilijker om twee minuten op de microgolfoven te wachten, dan twee uur op een gewone oven. Omdat we meer gedaan krijgen in kortere tijd, willen we steeds meer. Onze cultuur en economie in combinatie met de menselijke aard, maakt ons het leven moeilijker.' Je schetst in je boek het verschil met onze voorouders, voor wie tijd gewoon het ding was waarbinnen het leven gebeurde. Seizoenen passeerden, je deed taken wanneer ze zich aandienden en tijd was niet iets wat je moest opvullen, het 'was' er gewoon. Wij zien tijd als iets abstracts, een hulpbron die je kunt kopen en verkopen en zo efficiënt mogelijk moet gebruiken. Het voelt, zoals antropoloog Edward T. Hall zegt, als een onstuitbare lopende band die nieuwe taken aanvoert zodra je de oude taken weet weg te werken. 'In dat kader ben ik niet de eerste die naar de economist John Maynard Keynes verwijst. Hij stelde dat een groeiende welvaart en betere technologie ervoor zouden zorgen dat we nog vijftien uur per week zouden werken. Ons grootste probleem zou zijn om al onze vrije tijd goed op te vullen. Maar hij had het mis, want zodra we geld genoeg verdienden om in onze basisbehoeften te voorzien, bedachten we nieuwe behoeften. We zijn steeds meer gaan werken, meer gaan consumeren en druk, druk, druk zijn is vandaag een statussymbool. Raar, want in de loop van de geschiedenis was het net een teken van rijkdom als je niet moest werken. We willen allemaal een zinvol bestaan, maar dat neemt afhankelijk van het tijdperk en de cultuur waarin je leeft andere vormen aan. Vandaag ligt onze focus op werk en productiviteit, zelfs hobby's en vrije tijd moeten nuttig zijn. Daarom lijkt het bijna rebels als je beslist om een paar dagen niets te doen. Het is ook niet makkelijk. Ik kan af en toe zeggen: 'Deze middag doe ik helemaal niets.' Maar omwille van de productiviteitscultus heb ik moeten leren om de vliegwielen te vertragen en te stoppen. Nietsdoen blijft voor mij persoonlijk een uitdaging, maar daarom is het net zo belangrijk. Vandaag zijn we eindeloos bezig klussen weg te werken om later tijd te hebben voor de fijne, belangrijke dingen. Soms doen we zelfs dat niet, soms gaat het over extra inkomsten, om spullen mee te kopen, waardoor we niet meer zijn dan een radertje in een economische machine. Dat zorgt voor die vreugdeloze haast, voor frustratie ook, omdat onze gemoedsrust eronder lijdt. Het komt erop neer dat we psychisch altijd in de toekomst leven: 'Straks, als mijn to-dolijst af is, dan kan ik...' Niet elk moment opvullen met iets nuttigs geeft ons meer autonomie, rust en misschien wat tijd om betere keuzes te maken.' De oplossing waar je in je boek voor pleit is een soort ongemakkelijk realisme. Aanvaard dat je niet alles kunt doen. Maak keuzes en compromissen, stel grenzen en ga voor de joy of missing out in plaats van de fear of missing out. Beperk afleiding, cultiveer geduld, omarm onzekerheid en geniet van wat je nu doet in plaats van altijd naar straks te kijken. 'Die dingen lijken op het eerste gezicht inderdaad ongemakkelijk, maar zijn vaak net bevrijdend. Het bizarre is dat we psychologisch collaboreren met het systeem dat ons ongelukkig maakt. We cultiveren een soort perfectionisme en stappen zelf op die lopende band, misschien omdat we zo de confrontatie willen vermijden met het feit dat we verre van perfect zijn en dat ons leven zo kort is. Wie druk bezig is, heeft geen tijd om na te denken. Vaststellen dat je niet sereen en gelukkig zult zijn als je je takenlijstje afwerkt, omdat dat nooit zal lukken, is een bijna existentiële kwestie. Het betekent niet dat je dat lijstje weggooit. Het is er nog, en je streept nog altijd taken weg, maar je gelooft gewoon niet meer dat het ooit afgewerkt zal zijn en dat geeft een soort vrijheid. Desillusie in de positieve zin dus, een idee dat ik met dit boek wil bepleiten. Beseffen dat het er eigenlijk helemaal niet zoveel toe doet wat je in je leven doet en beslist, maakt het misschien makkelijker om keuzes te maken die ervoor zorgen dat je tijd hebt voor je geliefden, de natuur, een hobby of maatschappelijk engagement en dus een fijn leven leidt.' Dat klinkt plausibel, maar werkt ons brein wel zo? Aan het begin van de coronacrisis werd er gespeculeerd over hoe de pandemie ons leven voorgoed zou veranderen. Fastforward naar twintig maanden later en er blijkt niet veel veranderd. Het is niet omdat we weten dat de ratrace slecht voor ons is en dat eindeloze consumptie ons en onze planeet geen goed doet, dat we ermee ophouden. 'Ik denk dat de epifanie die deze crisis ons bracht echt is. We hadden tijd om na te denken en zagen dat sommige dingen radicaal anders kunnen als het moet. De vraag is: kunnen we die inzichten ook in de praktijk omzetten? In de VS spreekt men van The Great Resignation, omdat het lijkt alsof mensen op alle niveaus jobs waar ze geen voldoening in vinden verlaten. Maar stappen ze echt uit het systeem of zoeken ze gewoon een andere, iets fijnere job? We moeten realistisch zijn over dat soort veranderingen. Als de crisis van de afgelopen twee jaar mij een beetje meer bewust heeft gemaakt van mijn échte noden en als ik vijf procent van mijn leven kan veranderen, dan is het een succes. Ik woonde in Brooklyn toen de crisis begon, en had het gevoel dat ik deel uitmaakte van de metropool New York. Maar toen corona uitbrak, bleek dat alleen mijn lokale gemeenschap belangrijk was en dat het leven draaide om de mensen die je in het lokale park kon zien of die voor je naar de winkel gaan als dat nodig is. Ik ging mijn buurt meer waarderen en als ik daar vijf procent van meeneem, zal ik blij zijn. Weet je, uiteraard is deze crisis afschuwelijk, en loodzwaar voor wie ziek is, zijn inkomen ziet wegsmelten of geliefden verliest, maar ik zie ook een klein positief randje. Niet alleen doen we misschien persoonlijke inzichten op, het kan ons ook doen beseffen dat de toekomst onzeker is. We willen graag garanties voor de toekomst en bedotten onszelf door te denken dat er zoiets bestaat als zekerheid. Die is er niet. Alles is altijd onzeker en vandaag kunnen we dat niet negeren. Het is nuttig om rekening te houden met het feit dat je niet weet hoe het leven er volgende week, volgende maand of volgend jaar zal uitzien, want zo ga je de dingen appreciëren die je vandaag hebt.' Je verwijst daarvoor in het boek naar Martin Heidegger, de Duitse filosoof die vond dat de eindigheid van het leven ons menselijk bestaan definieert. 'Heidegger is een problematisch figuur omdat hij lang lid was van de NSDAP. Hij schrijft bovendien zo goed als onbegrijpelijk, wat zijn werk voor interpretatie vatbaar maakt. Maar volgens Heidegger is het verbazingwekkend dat de wereld überhaupt bestaat, en is het feit dat we hier maar een beperkte tijd zijn, de crux van wat wij als mens zijn. Iets wat ook de existentialisten zoals Sartre bezighield. We hebben keuzes in ons leven, meer zelfs, we zijn gedoemd om te kiezen. Maar we doen bijna alles om de confrontatie met dat feit uit de weg te gaan en blijven eindeloos dingen doen omdat ze van ons verwacht worden. Keuzes vermijden lijkt emotioneel vaak makkelijker, maar is het niet echt.' Aan je eigen dood denken, je geduld trainen, keuzes en compromissen maken, ongemak is iets wat vaak terugkeert in je boek. 'De bereidheid om ongemak te tolereren is iets zeer krachtigs, net als je eigen mortaliteit aanvaarden. Ik ben daar nog niet, maar dat gewoon van dag tot dag beseffen maakt mijn leven wel beter.' Beseffen dat je maar 4000 weken hebt houdt ook een valkuil in. Een bucketlist is alweer een lijstje dat afgewerkt moet worden. Stress! 'Klopt. Bucketlists zijn geen goed idee, net als je focussen op hoe je in je laatste momenten op je leven zult terugkijken. Je uiterste best doen om echt alles uit het leven te halen is alweer een poging om controle te krijgen over de dingen. Het leven is dan wel kort, maar ik heb tenminste fantastische ervaringen. Het ding is: voor elk fantastisch ding dat je doet, doe je er duizend andere niet. Dat soort urgentie helpt dus niet, het is veel beter om gewoon met het nu bezig te zijn. Wat heb je vandaag al gedaan, waar werd je blij van, wat vond je waardevol, wat was een mooi moment. Urgentie is wel goed als het ervoor zorgt dat je gewoon geniet van de vakantie die je geboekt hebt, zonder dat het iets is wat je moet afvinken op je lijstje of dat je leven zal omgooien. Alles draait om een balans vinden. Op je 55ste beseffen dat je maar 25 jaar meer te gaan hebt kan je verlammen, of je net aansporen om als een gek alles op je lijstje af te werken. Beide zijn stresserend. Realisme is de gulden middenweg. Besef dat je volgende week naar honderd mooie plekken zou kunnen reizen, dat twintig daarvan misschien een impact op je leven zullen hebben, en dat je er waarschijnlijk maar vijf ook echt van zult bezoeken. Geniet van je volgende reis om wat ze is, een fantastische ervaring met zijn eigen waarde. We denken vaak dat een leven pas waardevol is als je een bepaalde lijst van dingen afwerkt, als je op de een of andere manier impact hebt gehad of zelfs de geschiedenis veranderd hebt. Maar misschien gaat het doodgewoon over waar we persoonlijk iets aan hebben.' Het is allemaal een zootje, het leven is raar, ongemakkelijk en onzeker, en we hebben nergens controle over. Dat klinkt negatief, maar toch was jouw boek dat niet. Beperkingen aanvaarden geeft je vrijheid, is de boodschap. 'Twee plus twee vijf laten zijn, dat is wat wij vandaag collectief proberen te doen. Iets wat eigenlijk onmogelijk is dus, en ik pleit ervoor om gewoon op te geven. Als je je nederlaag aanvaardt en niet meer bezig bent met lijstjes afwerken, kun je gewoon gaan leven. Je hoeft niet meer bang te zijn om te falen, want je hebt eigenlijk al gefaald, dus nu kun je tijd wijden aan de dingen die jij echt waardevol vindt. Wat een opluchting, toch? Kijk, ik pleit er niet voor om met z'n allen uit de ratrace te stappen, maar ik denk wel dat het een goed idee is als we beseffen dat zo veel van wat we doen eigenlijk niet echt belangrijk is. Zo maak je misschien betere keuzes. Psychoanalyticus James Hollis stelt voor dat je je bij elke beslissing de vraag stelt of die keuze je groter of kleiner maakt. Maak je een keuze omdat het je angst bedwingt, omdat het van je verwacht wordt, omdat je er moeilijke dingen mee uit de weg kunt gaan... Soms is ongemak gewoon dat. Een toxische werkomgeving, een partner die je een slecht gevoel geeft, dat is het soort ongemak dat je wel degelijk moet wegwerken, want het maakt je kleiner. Maar ongemak omdat iets je je grenzen doet verleggen, omdat het je iets bijleert, omdat het je een risico doet nemen dat weleens goed zou kunnen uitpakken, dat is goed ongemak dat je groter en blijer maakt. Dat moet je opzoeken. Ik krijg van lezers weleens de opmerking dat mijn boek hun de toestemming heeft gegeven om gewoon te zijn wie ze zijn en te doen wat ze doen. Dat het hun geleerd heeft dat hun aanwezigheid op de planeet al gerechtvaardigd is gewoon omdat ze geboren zijn. Niets moet en dus kunnen ze gewoon met hun leven doen wat ze willen. Daar word ik blij van. Want het is, laat me eerlijk zijn, ook de conclusie die ik voor mezelf heb getrokken.' (lacht)