Onlangs las ik in een geluiddicht hokje van drie meter op drie voor uit mijn nieuwste boek, Ooit gelukkig. Mijn uitgever wilde er een audioboek van maken en daar stond ik dan. Ergens op een verlaten industrieterrein, twee dagen lang, telkens vijf uur aan een stuk voor te lezen. Hoewel ik het verhaal zelf geschreven heb, is dat boek toen enorm hard bij me binnengekomen. Alsof ik daar in dat donkere hok pas besefte wat een verdrietige kuttijd ik achter de rug heb. Ik heb namelijk een boek geschreven over ellende: over de dood van mijn vader, het wegkwijnen van mijn moeder in een verzorgingstehuis, een reeks beroertes en paniekaanvallen die mij overkomen zijn en wat ik uit dat alles geleerd heb. Dat ik te lang een egoïstische lul ben geweest, bijvoorbeeld. Altijd maar lopen kwekken over mezelf.
...