Mijn lief ging voor vier jaar in Londen wonen en plots kreeg ik er een tweede thuis bij. Sms'te ik hem op vrijdagavond 'bijna thuis', dan betekende dat een paar keer per maand dat ik op de Londense Overground richting Peckham zat, en niet in de file naar Antwerpen stond. Het duurde niet lang voor ik ook echt mijn draai vond daar aan de andere kant van de plas. Zo gauw ik wist welke bakker de beste almond croissants verkocht en ik in het centrum kon geraken, zonder op mijn metroplan te spieken, was ik op mijn gemak.
...

Mijn lief ging voor vier jaar in Londen wonen en plots kreeg ik er een tweede thuis bij. Sms'te ik hem op vrijdagavond 'bijna thuis', dan betekende dat een paar keer per maand dat ik op de Londense Overground richting Peckham zat, en niet in de file naar Antwerpen stond. Het duurde niet lang voor ik ook echt mijn draai vond daar aan de andere kant van de plas. Zo gauw ik wist welke bakker de beste almond croissants verkocht en ik in het centrum kon geraken, zonder op mijn metroplan te spieken, was ik op mijn gemak. Dat is best bijzonder, want van nature ben ik eigenlijk zo iemand die 's avonds liefst altijd naar dezelfde plek terugkeert. Lange tijd moest ik er niet aan denken om zonder een vast woonadres door het leven te gaan. Maar Londen doet wat met een mens en tijdens die vier jaar moest ik vaststellen dat thuis vooral een gevoel is. Ook een flat van veertig vierkante meter in een land waar ze links rijden kan een thuis zijn, zolang je lief er in de keuken staat en hij de sluitingsuren kent van de supermarkt om de hoek. Niet dat ik wil opscheppen, maar ook in Rome, Los Angeles en Madrid heb ik een tweede thuis. Allemaal zijn het plekken waar ik geregeld verblijf bij familie of vrienden die mij goed genoeg kennen om mij een huissleutel toe te vertrouwen. Plekken waar ik bovendien kan leven als in mijn eigen huis. Ik weet er hoe het koffieapparaat werkt en ken er de weg naar de dichtstbijzijnde supermarkt. Ik kan er leven als een local, waardoor ik mij meteen verbonden voel met een stad en haar inwoners. Het is mijn favoriete manier van reizen, vooral ook omdat zo'n onderdompeling in het dagelijkse leven abroad mij doet nadenken over mijn eigen leven. Waarom zijn groenten en fruit in de Amerikaanse Whole Foods supermarkten nooit in plastic verpakt, en in Belgische winkels vaak wel? En wat zou ik doen als ik in een stad als Rome woonde, waar ik zelfs met mijn Smartje geen parkeerplaats meer vind in de buurt van mijn huis? Het zijn bedenkingen die ik maak wanneer ik het buitenland ontdek met mensen die er thuis zijn, en die ik mis wanneer ik als toerist in hotelkamers slaap. Voor dit nummer gingen we op bezoek bij een aantal Belgen die in het buitenland een tweede thuis creëerden. Sommigen emigreerden voorgoed. Niet omdat ze België geen fantastische plek vinden, wel omdat ze pas in Chicago of Burkina Faso dat warme thuisgevoel vonden. Anderen vertrokken voor werk, zoals de jonge Cédric die naar Pucón verhuisde, een stad in Chili aan de rand van het Andesgebergte. Al twee jaar werkt hij er als zaalmanager van Vira Vira, een uitstekend restaurant in een prachtig hotel waar hij dagelijks met de grootste glimlach internationale gasten ontvangt. En Tim en Valerie, die vonden het dan weer zonde om zich op één plek in de wereld te vestigen. Ze leven daarom, samen met hun dochter, al drie jaar in een Amerikaanse schoolbus waarmee ze door Europa reizen. Hun motto luidt: home is where you park it. Dit is het nieuwe reisnummer van Knack Weekend. Voor zij die hun tweede thuis nog niet vonden en wel wat inspiratie kunnen gebruiken.