'Een collectie opstarten vind ik nog elke keer stressy omdat ik weer van dat witte canvas moet vertrekken. Die onzekerheid verdwijnt zodra ik op de pop volumes vorm en snijd. Ik doe dat in baalkatoen waardoor ik geen elegantie kan halen uit een stof die vanzelf prachtig valt, maar voel welke twist of draai mooi uitkomt. Dan weet ik: het komt goed.
...

'Een collectie opstarten vind ik nog elke keer stressy omdat ik weer van dat witte canvas moet vertrekken. Die onzekerheid verdwijnt zodra ik op de pop volumes vorm en snijd. Ik doe dat in baalkatoen waardoor ik geen elegantie kan halen uit een stof die vanzelf prachtig valt, maar voel welke twist of draai mooi uitkomt. Dan weet ik: het komt goed. Ik kreeg die ongelooflijke houvast in 1998, het derde jaar van mijn studie, toen Hieron Pessers als gastdocent drapagetechnieken kwam geven. Ik zie hem nog voor me, die magere Nederlander met zijn eeuwige sigaret. Hij vertelde de sappigste anekdotes, want hij had jaren voor Parijse modehuizen gewerkt en zei dan bijvoorbeeld over Yves Saint Laurent: 'Dat ontwerp is niets, zijn draden liggen verkeerd.' Hij liet ons dat volume dan namaken op de pop, waardoor we de fout inzagen. Hij leerde ons dat een goed kledingstuk logisch is, dat het draadrichtingen heeft die de stof volgen, en een achterkant die voortvloeit uit de voorkant. 'Laat je handen leiden door die logica,' zei hij, 'dan ontstaat het kledingstuk vanzelf.' Klinkt simpel, maar door het te zien, besefte ik hoe essentieel dit is. Pessers en ik hadden een klik. Hij was streng, maar dat heb ik graag, dat daagt uit. En ik zag zijn gouden vingers. Ze dansten met het katoen, als een beeldhouwer. Toen ik het zelf mocht proberen, vond ik het meteen fantastisch. Het was een openbaring, want ik was negentien en zoekend naar wat ik met mode wilde vertellen. Dankzij Pessers wist ik: ik moet gaan voor dat metier. Had ik in zijn lessen mijn hand niet gevonden, dan was ik misschien al lang geen ontwerper meer. Dan zou het me te 2D geweest zijn, of te vluchtig. Dat vind ik het gevaar van de mode vandaag: alles draait rond imago, hot zijn. Daarin mis ik échte metier-mensen als Pessers. Zijn passie blijft me sterken. Net omdat het couturegevoel nu minder actueel is, lijken mijn collecties soms niet de meest commerciële, maar ik weet dat ik moet vasthouden aan het ambacht. Dat is mijn DNA. Ik heb altijd spijt gehad dat Pessers vroeg overleden is, nog voor zijn zestigste, maar hij had nog net mijn eerste collectie gezien en complimenteerde me zonder veel woorden. Sindsdien begon ik geen enkele opdracht of collectie zonder zijn techniek toe te passen. Ik zeg het ook altijd tegen stagiairs: niet trekken aan de stof, die heeft zijn eigen waarheid. Volg die en je ontdekt dingen die je op papier nooit te weten was gekomen. Hetzelfde met inspiratie: vul niet op voorhand alles in, maar laat je leiden door beelden die op je afkomen, voel of er logica in zit. Zelfs voor het vaderschap geldt het. Ons zoontje is nog geen drie, maar heeft al zijn karaktertje. Ik ontdek dagelijks hoe belangrijk het is dat te volgen. Begeleid het kind, geef het regels, maar trek er niet aan. Zo bieden wij nu het potje aan, maar zonder te forceren. Wel, dat gaat vanzelf goed. Net als Jeoffrey, mijn partner, zoekt ons zoontje avontuur. Onlangs wilde hij in een zwembad mee met zijn grote neefjes van de glijbaan. Vroeger zou ik hem beschermd hebben, maar nu dacht ik: oké, we proberen het samen. Nadat hij in het diepe was geland, zei hij: 'Nog!' Pessers' raad werd een levenswijsheid: durf te volgen en alles valt in zijn plooi.'