'Kort na mijn vaders dood, in 2004, is hij bij mij op bezoek gekomen. Ik was voor een opdracht aan Cap Gris-Nez en deelde een kamer met mijn assistent. De volgende ochtend vertelde die hoe ik hem 's nachts wenend had vastgepakt. Hij was op dat moment de body waarin mijn vader naar mij terugkeerde. Die zei: 'Zeger, alles is goed met mij, zeg dat ook tegen mama, zet jullie levens gewoon verder.' Een pak van mijn hart.
...

'Kort na mijn vaders dood, in 2004, is hij bij mij op bezoek gekomen. Ik was voor een opdracht aan Cap Gris-Nez en deelde een kamer met mijn assistent. De volgende ochtend vertelde die hoe ik hem 's nachts wenend had vastgepakt. Hij was op dat moment de body waarin mijn vader naar mij terugkeerde. Die zei: 'Zeger, alles is goed met mij, zeg dat ook tegen mama, zet jullie levens gewoon verder.' Een pak van mijn hart. Sindsdien spreek ik nog veel met hem. Ik heb daar veel aan, want hij blijft mij raad geven, net zoals vroeger. Dan was ik god weet waar ter wereld aan het werk, ik zat in de shit, maar ik belde mijn vader en bam, vijf minuten later wist ik hoe ik het moest oplossen. Hij was een ongelooflijke vent: zeer intellectueel, las tien boeken tegelijk, schreef gedichten, schilderde, beeldhouwde. Mijn vrienden waren soms kwaad als ik in het weekend thuisbleef om met mijn vader in de tuin te werken, maar ik was gewoon graag in zijn gezelschap omdat ik zoveel van hem leerde. Ik had het gevoel dat ik van zijn drie kinderen een beetje zijn lieveling was. Misschien doordat hij mijn geboorte gemist had - hij was net te laat vertrokken van zijn legerdienst in Aarlen - en daarna zeker geen steken meer wilde laten vallen. Misschien omdat hij in mij de creatieve dromer herkende die hij zelf was. Hij gaf me mijn eerste camera en duwde me over de brug richting fotografie. In het begin wilde ik het als modefotograaf gaan maken in Parijs, New York, Milaan, en tegelijk hield een zin van mijn vader mij tegen: 'Het belangrijkste in je leven is je gezin.' Zo wilde hij me behoeden voor de blinde ambitie van kunstenaars. Hij wist dat die vaak leidde tot een eenzaam bestaan, en dat was het laatste wat hij wilde voor mij. Ik had al op mijn 27ste mijn eerste kind en hoewel mijn vrouw me de vrijheid gaf om in het buitenland te gaan werken, hield ik het altijd op reizen van maximaal veertien dagen. Wellicht speelde er ook heimwee mee en was ik nog niet zelfverzekerd genoeg om te mikken op de internationale top, maar ik dacht vooral aan mijn vaders gouden raad. Succes en roem, had hij mij op het hart gedrukt, zijn momenten van vreugde zonder blijvende bevrediging, terwijl je op de tijd met je vrouw en kinderen kunt blijven bouwen. Het klopt. Dan had ik die gedroomde opdrachten voor magazines beet, en dacht ik: en nu? Dan had ik dat zwembad, die motor, die boot, en voelde ik: so what? Ik word veel gelukkiger van mijn kinderen te horen zeggen dat we hun een echte thuisbasis gegeven hebben, van hen te zien stralen van liefde. Ik betwijfel wel of ik voor hen ooit de held word die mijn papa voor mij was. Ik keek zó naar hem op. Hij was ook vaak mijn redder. Op een van de moeilijkste momenten in mijn carrière vertelde ik hem hoe ik altijd omgeven ben door mooie vrouwen, en hoe ik soms voel dat er meerdere potjes en deksels bestaan. In een gedicht schreef mijn vader dat ik die verliefdheden moest loslaten als vlinders om ze dan terug te vangen voor de camera, dat leverde het strafste, maar ook zuiverste beeld op. Het hielp me in een wereld waarin ik anderen foute dingen zie doen. Ik ben dankbaar dat mijn vaders adviezen me gidsten naar een eerlijk en liefdevol leven.'