'Van het etiket 'rockfotograaf' kom ik waarschijnlijk nooit meer af', zegt Anton Corbijn aan de vooravond van zijn nieuwe tentoonstelling. Zijn eerste opdrachten in de jaren zeventig voor muziekbladen als OOR en New Music Express, de tientallen muziekiconen die voor zijn lens stonden, de ondertussen meer dan dertig jaar overspannende samenwerking met Depeche Mode en U2: de wapenfeiten maken de man.
...

'Van het etiket 'rockfotograaf' kom ik waarschijnlijk nooit meer af', zegt Anton Corbijn aan de vooravond van zijn nieuwe tentoonstelling. Zijn eerste opdrachten in de jaren zeventig voor muziekbladen als OOR en New Music Express, de tientallen muziekiconen die voor zijn lens stonden, de ondertussen meer dan dertig jaar overspannende samenwerking met Depeche Mode en U2: de wapenfeiten maken de man.Aan MOØDe, de retrospectieve die dit weekend van start gaat in het Cultuurcentrum Knokke-Heist, zal het alvast niet liggen: Corbijn woelde voor de expo en het bijbehorende boek zijn archief om en verzamelde beelden waarin kleding, accessoires en stijl een belangrijke rol spelen. Tussen de meer dan tweehonderd, vaak nooit eerder getoonde werken zitten campagnebeelden van onder meer Levi's en G-Star en portretten van topmodellen als Eva Herzigová en Helena Christensen, maar even goed Koningin Beatrix, skaters en Ethiopische schoolkinderen. 'We beslissen 's ochtends allemaal wat we die dag zullen aantrekken', zegt de Nederlandse fotograaf, 'al gaat het maar om een hoed of een zwart T-shirt. Mode wordt niet altijd in hoofdletters geschreven.'Intieme portretten van Dries Van Noten, Ann Demeulemeester, Rick Owens en talloze andere ontwerpers suggereren dat de nu 65-jarige Corbijn kind aan huis is in de modewereld. Toch twijfelde hij eraan of hij wel genoeg stof had voor zo'n thematische retrospectieve, bekent de domineeszoon. Zijn veelzijdigheid is onbetwistbaar: naast meer dan tachtig videoclips voor onder meer Nirvana en Coldplay en vijf langspeelfilms inclusief het in Cannes bekroonde 'Control' verzorgde hij als grafisch ontwerper platenhoezen, postzegels en het voormalige logo van de stad Den Haag. Als visuele duivel-doet-al van Depeche Mode ontpopte hij zich ook tot set designer. Toch stortte Corbijn zich nooit voluit op de modewereld: daaraan bracht hij af en toe slechts 'een bezoekje', om zich vervolgens weer terug te trekken in zijn eigen wereld. 'Op de modeweken liep ik ooit Mario Testino tegen het lijf. Toen ik hem vroeg waar hij aan werkte, viel hij uit de lucht: 'Darling, I ám fashion!' Helemaal terecht, maar dat soort fotograaf ben ik niet. Ik heb altijd in de eerste plaats mensen en hun persoonlijkheid gefotografeerd.'Ook voor modebladen ben je altijd een portretfotograaf gebleven. Kwam je dan niet in de verleiding om ook modereportages te schieten?'Dan had ik me teveel moeten bezighouden met dingen die me onbenullig leken: een strakke briefing, de kleding die goed te zien moet zijn, een haarlok die niet zus, maar zo moet vallen. Modefotografie is precisiewerk: je zet een foto op waarop alles perfect is, en daar doe je dan een halve dag over (lacht). Terwijl ik toch meer een kind van de documentaire fotografie ben, een genre dat zich in de jaren zeventig sterk ontwikkelde in Nederland. Toen ik de eerste jaren artiesten fotografeerde voor muziekbladen, kreeg ik ook altijd weinig tijd om die beelden te schieten. Op die manier is snelheid ook een belangrijk element van mijn werk geworden. Voor mij zit het plezier in de spontaniteit van het moment. Als dingen te lang duren, raak ik verveeld.'Zit je protestantse opvoeding er ook voor iets tussen?'Ik ben wel opgegroeid met het idee dat een mens zich moet richten op belangrijke zaken in de wereld, en niet op uiterlijk vertoon. Ik groeide op in een besloten dorp op het Nederlandse eiland Hoeksche Waard en iedereen in de familie was een beetje dominee, aan die moralistische omgeving viel dus moeilijk te ontsnappen. Toen ik eind jaren negentig experimenteerde met fake paparazzi-foto's om te kijken of ik ook een keer nietszeggende wegwerpbeelden kon maken, lukte me dat niet: de foto's betekenden nog steeds iets. Nadien heb ik die drang naar een diepere doelstelling maar omarmd: dat is nu eenmaal wie ik ben.'Had je in je jeugdjaren zelf iets met kleding?'In ons dorp en bij ons thuis was van hippe of frivole kleding geen sprake, maar toen ik rond mijn negende The Beatles en vervolgens de rockmuziek ontdekte, heeft dat me wel beïnvloed: ik wilde er heel graag uitzien zoals de bandjes die ik in bladen als Muziek Expres zag. Niet omdat hun outfits modieus of stijlvol waren, daar had ik ook geen idee van, maar gewoon omdat ze me stoer leken. Wellicht was dat voor een stuk ook rebellie, me afzetten tegen die conservatieve omgeving, iets wat ik veel meer in mijn hoofd deed dan verbaal. Mijn twee jongere broers hadden wellicht een hekel aan mijn kleding - zij moesten die spullen later nog afdragen (lacht).'Muzikanten drukken zich ook uit aan de hand van hun kleding. Kreeg je als beginnend fotograaf dan al niet gauw te maken met mode en stijl?'De eerste jaren werkte ik alleen maar voor bladen en zonder enige budget voor kleding of stilisten. Misschien stelde ik een muzikant wel eens voor om een jas aan te trekken of eerder een zwart dan een rood T-shirt te dragen, maar voor de rest fotografeerde ik hen zoals ik ze ontmoette. Kleding en styling werden wel belangrijker toen ik begin jaren tachtig voor artiesten zelf ging werken. Mijn foto's en videoclips waren hun visitekaartje, dus bemoeiden ze zich ook met wat ze aan hadden. Daarnaast wilde ik als fotograaf ook visueel vertalen waar zij op muzikaal vlak voor stonden. Die bekende foto van Joy Division uit 1979 bijvoorbeeld, met de vier bandleden in donkere outfits in een felverlichte metrogang: dat is een visualisering van wat Joy Division op muzikaal vlak deed. Ik denk wel dat het altijd mijn foto bleef, wat ook het verhaal erachter was. In de tentoonstelling kun je de beelden van G-Star en Levi's herkennen, maar verder kun je niet zien wat ik voor mezelf heb gemaakt, voor een magazine of voor een platenmaatschappij. Een opdrachtgever betaalde me ook alleen maar om een Anton Corbijn-beeld te maken. Een fijne positie om te hebben, maar daar gaat een lange weg aan vooraf.'Je eerste foto's waren van rockbands, en in 1979 leidde je passie voor rockmuziek en post-punk je naar Londen, waar je uiteindelijk dertig jaar woonde en werkte. Kan de hedendaagse muziekwereld je nog begeesteren?'Ik ben gestart in een periode dat muziek cultureel toonaangevend was, maar die opwinding van toen ervaar ik niet meer. Ik kan op mijn leeftijd alles observeren, maar ik kan niet doen alsof ik nog steeds zestien ben. Ik was bij alles wat ik mijn eerste jaren deed omringd door mensen die dezelfde leeftijd hadden, en ik heb geen zin om mijn leven te herhalen door opnieuw achttienjarigen te fotograferen. Dan blijf ik me liever ontwikkelen en nieuwe dingen doen. Een ander punt is dat de mystiek van de muziekwereld verdwenen is voor mij. Als naïeve tiener leek een muzikantenbestaan me enorm avontuurlijk en romantisch, maar nadien heb ik die wereld jarenlang van binnenuit gezien: de opnamestudio's, de privéjets, hoe artiesten op dat niveau leven. Misschien dat ik daarom nu graag schilders fotografeer en hun ateliers bezoek, omdat de kunstenaarswereld wel nog die geheimen voor me heeft.'Ontwerpers, Hollywoodacteurs, muzikanten, politici: MOØDe wemelt van de grote namen. Tegelijk suggereren hun portretten een echte, ongekunstelde inkijk. Hoe doe je dat als fotograaf?'Ik heb geen truuken om mensen op hun gemak te stellen - meestal weet ik niet zo goed wat te zeggen (lacht). Sinds ik films maak en acteurs regisseer, ben ik meer betrokken bij wat er voor de camera gebeurt en geef ik meer aanwijzingen, maar ik denk wel dat het helpt dat ik meestal op mijn eentje werk, of met slechts één assistent. Mensen zien me zoals ik ben en zien wat ik doe, wat maakt dat ik geen bedreiging ben. Vroeger konden beroemdheden wel een bepaalde onzekerheid in de hand werken, maar dat is fel verminderd. Op een shoot met pakweg Bruce Springsteen wil ik ook niet naar hem opkijken, want dat is een heel slechte basis om samen te werken. Uiteindelijk moet je je toch staande houden tegenover zo'n persoonlijkheid. Niet dat de onzekerheid nu volledig verdwenen is: als je iets visueel probeert te maken, hoort dat gewoon bij het proces.'Is het bij doorwinterde topmodellen moeilijker om door de artificiële pose te breken?'Ik heb me lang erg oncomfortabel gevoeld bij het hele idee van uiterlijke schoonheid. Die bracht me vooral in verlegenheid: ik zag mezelf als iemand die met innerlijke schoonheid werkte, niet de uiterlijke, en wat kon ik nog toevoegen aan de schoonheid van zo'n model? Mijn geluk was dat ik de kans kreeg om modellen in een andere dan een modecontext te fotograferen, als persoonlijkheden. Als een model niet meer dan een façade is, zijn de mogelijkheden beperkt, maar modellen als Kate Moss, Naomi Campbell en Christy Turlington zijn stuk voor stuk sterke vrouwen met karakter, en daar kan ik iets mee. Die grote naaktfoto van Christy in de tentoonstelling bijvoorbeeld: ze was helemaal verkleumd van de kou en de regen, maar ze stond er wel voor open. De foto hangt nu op groot formaat in de expo, waardoor ik een prachtig detail als het kippenvel op haar huid onlangs pas voor het eerst opmerkte.'Hoe is het eigenlijk om in je archief te graven? Niet elke fotograaf loopt warm voor een retrospectieve. 'Ik heb er al enkele achter de rug. De dubbeltentoonstelling in Den Haag bij mijn zestigste verjaardag vond ik moeilijk, waarschijnlijk omdat die aan mijn leeftijd gebonden was. Maar op zich heb ik er geen moeite mee. Het is fantastisch om je werk te vieren, daar kun je gewoon niet over klagen. Je kunt massa's foto's hebben liggen in lades en kastjes, maar dan bestaan ze eigenlijk niet. Bovendien heb ik zo'n groot archief dat ik altijd wel iets nieuw vind. Foto's waarvan ik vaak wens dat ik ze anders had gedaan en die ik liever niet terugzie, maar af en toe toch ook iets dat echt de moeite waard was. Ik ben ook voor deze expo door de nodige dalen gegaan, maar het is alleen maar op die manier dat je de hoogtepunten kunt zien.'