'Zou ik durven?' Mijn vriend kijkt me angstvallig aan. 'Ja, zeg het hem! Het is belangrijk', spoor ik hem aan. 'Waarom doe jij het dan niet?' 'Omdat ik niet durf', geef ik schaapachtig toe. Hij raapt al zijn moed bij elkaar en buigt voorover naar de tiener die aan de overkant van het gangpad zit, mondmasker onder de neus. 'Hey, euh, sorry, maar het is eigenlijk belangrijk dat je ook je neus bedekt, anders heeft een mondmasker niet veel zin.' De jongen reageert geschrokken, maar trekt vriendelijk het blauwe stofje over zijn neus. Opgelucht zakt mijn vriend in zijn stoel, enkel achterblijvend met een ongemakkelijk gevoel.
...

'Zou ik durven?' Mijn vriend kijkt me angstvallig aan. 'Ja, zeg het hem! Het is belangrijk', spoor ik hem aan. 'Waarom doe jij het dan niet?' 'Omdat ik niet durf', geef ik schaapachtig toe. Hij raapt al zijn moed bij elkaar en buigt voorover naar de tiener die aan de overkant van het gangpad zit, mondmasker onder de neus. 'Hey, euh, sorry, maar het is eigenlijk belangrijk dat je ook je neus bedekt, anders heeft een mondmasker niet veel zin.' De jongen reageert geschrokken, maar trekt vriendelijk het blauwe stofje over zijn neus. Opgelucht zakt mijn vriend in zijn stoel, enkel achterblijvend met een ongemakkelijk gevoel. Het is niet evident om iemand aan te spreken op zijn gedrag. De sociale schroom die hiermee gepaard gaat, doet ons meestal de das om. We zouden nog liever elke ochtend zelf een poepzakje in de hand nemen, dan de buurman erop te wijzen dat hij de uitwerpselen van zijn hond moet opruimen. Maar het voorbije jaar werden we overspoeld door een virus dat ons dwong om elkaar allemaal wat meer in het oog te gaan houden. We moeten allemaal ons best doen, was het adagium, iemand daarop wijzen was dan ook geen probleem. Om de haverklap werd je aangemaand om een mondmasker op te zetten of jouw al verdroogde handen nogmaals met handgel in te smeren. Niet alleen door politieagenten die plots overal leken te zijn, maar ook door willekeurige voorbijgangers. Zo'n passant kon Frank (57) geweest zijn. 'Ik heb er geen moeite mee om anderen aan te spreken', vertelt de man zelfverzekerd. 'Iedereen moet zich aan de regels houden. Het wordt zelfs aanbevolen om andere mensen aan te spreken wanneer ze bijvoorbeeld hun mondmasker niet dragen.' Maar naarmate de maanden vorderden, doken er dagelijks artikels op over hoe de 'regel van 5' nu écht geïnterpreteerd moet worden, steeg de kritiek op de avondklok in Antwerpen en kwam de cultuursector op straat om de maatregelen aan te klagen. Tijdens de warmste dagen van het jaar smolt de eensgezindheid even snel weg als een bolletje ijs. 'Door dit gebrek aan consensus werd het moeilijker om anderen aan te spreken', zegt Emanuele Politi, onderzoeker sociale psychologie aan de KU Leuven. 'Je bent namelijk niet zeker dat jouw mening door iedereen gedeeld wordt. De angst om als 'de rare' bekeken te worden, weerhoudt je ervan om in te grijpen.' Het is deze angst die ervoor zorgt dat zelfs de meest mileubewuste mens zijn tong inslikt wanneer hij iemand passeert die zijn sigarettenpeuk op straat gooit. Deze angst leeft veel minder op sociale media. In jouw zogenaamde filterbubbel - nee, niet díé bubbel - krijg je door de onontkoombare algoritmes alleen inhoud te zien die overeenstemt met jouw wereldbeeld. Dit schept de indruk dat iedereen het eens is met jou. Daarom worden mensen op sociale media wél rechtstreeks aangesproken, of aangevallen, over een foute tweet of video die opduikt. De verhoogde anonimiteit op sociale media helpt hierbij ook een handje. Politi: 'Wanneer we ons uitspreken over iets, stellen we onszelf bloot. Online is het risico minder groot omdat je een virtuele persoon creëert die ietwat afgescheiden is van je echte zelf. Je kunt zelfs een nickname aanmaken zodat niemand weet wie je bent.' Wanneer je daarentegen op straat iemand terechtwijst, kun je je niet achter een blauwe avatar verstoppen. Als je al je moed bij elkaar hebt geraapt om toch iemand aan te spreken, hoe pak je dat dan het beste aan? Ik ga te rade bij etiquette-expert Isabelle Coppens. 'Het verschil zit voornamelijk in de manier waarop je het doet. Zodra je iets verwijtend of kwaad gaat verwoorden, is dit niet alleen onbeleefd, maar is de kans ook heel klein dat je daar effectief iets mee zult bereiken.' Dit zit namelijk in onze psychologie ingebakken. 'We gaan er vaak van uit dat mensen rationele wezens zijn. Maar eigenlijk weten we vaak wel dat dingen niet oké zijn of niet mogen, en doen we het toch. Dat creëert een onaangename spanning in ons hoofd', vult Politi aan. 'We gaan het gedrag daarom voor onszelf goedpraten zodat het overeenstemt met ons zelfbeeld. Als iemand ons dan aanspreekt op dat gedrag, is dat een persoonlijke aanval. Dat leidt tot defensieve reacties of zelfs geweld.' De talloze onlinevideo's van woedende mensen aan wie gevraagd wordt hun mondmasker op te zetten in een supermarkt zijn hier het bewijs van. Vanuit een superieure positie vertellen wat mag en niet mag zal dus niet veel uithalen. Maar hoe maak je dan duidelijk dat iets niet oké is? 'Een goede tactiek is het betrekken op jezelf. Dat is altijd een heel subtiele, vlotte manier', vertelt Coppens. 'Als iemand te dicht komt bijvoorbeeld, zet ik zelf een stap achteruit en zeg ik dat ik graag anderhalve meter afstand houd.' De meest ontmantelende manier zoeken om iemand terecht te wijzen is ook de specialiteit van de 31-jarige Arkasha. 'Bijvoorbeeld wanneer mensen plastic op straat gooien, dan doe ik alsof ze het per ongeluk hebben laten vallen: 'Oei, je hebt iets laten vallen.' Ze reageren dan een beetje beschaamd en rapen het op.' Een goede aanpak volgens Coppens. 'Subtiele opmerkingen zijn beter verteerbaar. Je kunt bijvoorbeeld ook aangeven dat als ze geen vuilbak vonden, je er tien meter verder een hebt gezien.' Een derde strategie is het verpakken van een opmerking in een vraag. 'Zo verlicht je vaak de inhoud. Hoewel het ook hier belangrijk is om de vraag niet belerend te formuleren', voegt Coppens toe. Ook Arkasha paste deze techniek al toe. 'Een paar maanden geleden was ik op een feestje en zag ik een ruziënd koppel op de dansvloer. De man begon erg te roepen tegen zijn partner en ik wou ingrijpen. Ik ben naar hem toegestapt en zei dat ik zag dat hij het wat lastig had en vroeg of ik ergens bij kon helpen. Deze bezorgde houding werkte, want zo kon hij even reflecteren over wat hij aan het doen was.' Maar heeft het aanspreken van anderen op hun gedrag eigenlijk wel zin? Je loopt namelijk het risico dat wanneer jij je rug draait, de persoon in kwestie toch opnieuw zijn papiertje op de grond gooit. 'Sociale controle of het idee dat je iets niet doet uit angst dat iemand anders je zal veroordelen, is daarom niet de meest effectieve manier om gedrag te veranderen', beaamt Politi. Dat de meeste mensen slechts even fronsen wanneer iemand te dicht bij hen staat te roken, is dus geen ramp. Maar er zijn veel situaties waarin je stem verheffen wél een verschil kan maken. Denk maar aan een groepje mannen dat een vrouw lastigvalt op straat, etnisch profileren door de politie of geweld tegen holebi's. Toch is tussenkomen zelfs dan niet zo simpel. Dit ervaarde Sofie (26) toen ze werd overvallen in de drukke Dansaertstraat in Brussel. 'Ik liep met mijn fiets aan de hand op het trottoir toen er plots iemand mijn schouder greep. Toen ik me omdraaide, probeerde hij mijn handtas los te trekken.' Maar Sofie loste niet en werd meer dan dertig meter vooruit getrokken aan haar handtas. 'Ik riep luidkeels om hulp, maar niemand greep in. Uiteindelijk kwamen er mensen uit een winkel om te kijken wat er gebeurde, waarop hij losliet en zich uit de voeten maakte.' 'Dit is een klassiek voorbeeld van het omstandereffect, een bekend psychologisch fenomeen', duidt Politi. 'Hoe meer mensen aanwezig zijn, hoe kleiner de kans dat iemand te hulp zal komen.' Als de anderen niets doen, waarom zou jij dan ingrijpen? Achteraf bleek dat het meest choquerende voor Sofie. 'Je denkt dat je elkaar hebt, maar eigenlijk ben je helemaal alleen als je echt hulp nodig hebt. Het feit dat niemand heeft geholpen, is traumatiserender dan het voorval zelf.'Dit gevoel wordt gedeeld door slachtoffers van discriminatie en racisme. 'Soms doet het zwijgen van omstanders zelfs nog meer pijn dan de discriminatie zelf. Het slachtoffer kan zich erg in de steek gelaten voelen of aan zichzelf gaan twijfelen', staat te lezen op de campagnewebsite Kom op Amsterdam. Om deze reden riep Stad Amsterdam een antidiscriminatiecampagne in het leven. Op posters, videoschermen en online wordt opgeroepen om als omstander op te komen voor iemand die het slachtoffer is van discriminatie. 'Zeg iets, grijp in! Wees geen zwijgende omstander.' Maar wat zeg je dan? Doen alsof iemand per ongeluk een racistische opmerking maakte of subtiel laten merken dat het lastigvallen van een vrouw niet door de beugel kan, is zo goed als onmogelijk. 'Dan is het belangrijk om heel concreet en duidelijk te zijn', zegt Coppens. 'En onthoud dat het ook bij onbeleefd gedrag meer impact heeft om op een respectvolle manier te reageren.' Dit probeerde Brecht (29) ook te doen bij het zien van vrouwonvriendelijk gedrag. 'Op de Gentse Feesten aan de Vlasmarkt zat een groepje zeventienjarige jongens. Ze hadden er een spelletje van gemaakt om voorbijgaande vrouwen op de meest ongepaste plaatsen aan te raken.' De jongens zagen er niet zo schrikwekkend uit, dus stapte de bijna twee meter lange Brecht er samen met een vriend op af. 'We vroegen hun wat ze aan het doen waren en vertelden dat het dit soort fratsen zijn waardoor vrienden van ons zich niet meer comfortabel voelen op de Vlasmarkt.' Of het effectief impact heeft gehad? 'Geen idee. Ze lachten ons wat uit, maar zijn uiteindelijk wel gestopt en weggegaan.' Hoewel jouw betoog alleen dus iemands gedrag niet zal veranderen, kan het een deel zijn van het bewustmakingsproces dat iemand doormaakt. 'Het intrinsieke proces, wanneer iemand op basis van informatie en reflectie zelf tot de conclusie komt om een bepaald gedrag te stellen, is effectiever dan sociale controle', concludeert Politi. 'De persoon gedraagt zich dan op een bepaalde manier, niet omdat het zo hoort, maar omdat hij of zij effectief gelooft dat dit de juiste weg is.' In dat opzicht zal een eenduidige communicatie van experts over het nut van mondmaskers meer effect hebben dan een mondmaskerplicht. Onderzoek wijst ook uit dat andere mensen zien helpen, inspirerend werkt om zelf uit je kot te komen, een soort omgekeerd omstanderseffect. Sofie neemt zich sinds de overval dan ook voor om steeds in te grijpen. 'Als één persoon had geholpen, waren er waarschijnlijk meer mensen toegesneld. Daarom heb ik mezelf voorgenomen: als ik ooit iets zie gebeuren dat niet door de beugel kan, zal ik ingrijpen.'