Als Liesbeth bij mij is, draai ik liedjes van Clouseau. Daar gaat ze is haar lievelingsnummer. Op de trouw van mijn zus hebben we samen gedanst.' Liesbeth en Peter leerden elkaar kennen bij Theater Stap, een theatergezelsc...

Als Liesbeth bij mij is, draai ik liedjes van Clouseau. Daar gaat ze is haar lievelingsnummer. Op de trouw van mijn zus hebben we samen gedanst.' Liesbeth en Peter leerden elkaar kennen bij Theater Stap, een theatergezelschap voor mensen met het syndroom van Down, waar ze allebei spelen. Samenwonen doen ze nog niet, maar ooit willen ze trouwen. 'Ik blijf altijd samen met Peter, dat is de afspraak', zegt Liesbeth. 'Maar het is te vroeg om al te trouwen. We wonen bij onze ouders en af en toe doen we leuke dingen samen. We zijn eens iets gaan eten. Een tête-à-tête, met een kaarsje in het midden van de tafel.' 'Voor we trouwen moeten we nog heel veel leren: samen naar de koksschool om te leren koken. Al kunnen we ook eten in de microgolf opwarmen. We zouden samen de wasmachine vullen en samen in de tuin werken. En kindjes adopteren. Eentje om mee te beginnen.' 'Ik kan geen kindjes meer krijgen,' verduidelijkt Liesbeth, 'ze hebben in het ziekenhuis iets gedaan aan mijn navel.' 'Maar we kopen zeker een hondje', belooft Peter. 'Eigenlijk zijn wij nooit ongelukkig. Liesbeth is altijd blij als de zon.'