"Het is een lieve jongen." Toen een kennis onlangs de nieuwe vriend van haar dochter zo omschreef, trok iedereen in het gezelschap de wenkbrauwen op. Hij is saai, concludeerden we collectief. En dat is opvallend, want als je er een woordenboek op naslaat, betekent lief vriendelijk, goed, aardig en meer van dat soort positieve dingen.
...

"Het is een lieve jongen." Toen een kennis onlangs de nieuwe vriend van haar dochter zo omschreef, trok iedereen in het gezelschap de wenkbrauwen op. Hij is saai, concludeerden we collectief. En dat is opvallend, want als je er een woordenboek op naslaat, betekent lief vriendelijk, goed, aardig en meer van dat soort positieve dingen. De slechte reputatie van liefheid heeft volgens On Being Nice, een nieuw boekje van The School of Life, verschillende oorzaken. Eerst en vooral is er het christelijke geloof, dat we misschien niet meer zo massaal aanhangen als in het verleden, maar dat onze maatschappij toch nog vorm geeft. In de Bijbel wordt de loftrompet geblazen van de goede, vergevingsgezinde en empathische medemens, maar dat heilige boek suggereert ook herhaaldelijk dat wie lief is, waarschijnlijk niet economisch succesvol is. Lief is voor losers, dus, maar als compensatie mogen ze wel linea recta de hemel in. Een idee dat door het kapitalisme nog een duwtje in de rug kreeg. De vrije markt is een intens competitieve plek, waar het recht van de sterkste/rijkste/sluwste geldt. Met liefheid vergaar je geen miljoenen, zo lijkt het. Alsof dat nog niet erg genoeg is, blijkt lief inderdaad vaak synoniem voor saai. On Being Nice wijst beschuldigend richting de romantiek, en haar voorkeur voor heroïsche figuren die hun hart volgden en hun mening luid verkondigden. Flashy, intens en creatief, dat was het ideaal, en soms moest een mens dus al eens arrogant of zelfs onbeleefd zijn. De romantiek is als kunststroming al ongeveer een eeuw ingehaald, maar onze bewondering voor mensen die 'gewoon hun gedacht zeggen' is blijven hangen. Lief is daarom bepaald onsexy. Je vindt zelfhulpboeken over jong blijven en rijk worden, carrière maken en daten, maar niet over hoe je een aangenamer, vriendelijker of toleranter mens wordt. En toch is dat wat we nodig hebben, lees ik in On Being Nice. Bedrijven beconcurreren elkaar dan wel, maar zijn pas succesvol als er binnenskamers goed wordt samengewerkt en zo'n uitgesproken toeterende betweter is entertainend op televisie, maar je wilt er niet mee samenwonen of -werken. Zelfs kritische schoonmama's prefereren een lief lief voor hun dochter boven een gemeen exemplaar. We zijn tenslotte kleine, fragiele wezens in een grote wereld, overgeleverd aan de natuur en de grillen van anderen. We kunnen wat vriendelijkheid gebruiken. Misschien is het een semantisch probleem. Lief klinkt halfzacht. Plakkerig. Het heeft ook iets neps. Vaak geloven we niet in zoveel zeemzoeterigheid. On Being Nice biedt een Engels alternatief. Kindness, een combinatie van vriendelijkheid, generositeit en zorgzaamheid. Niets slappe handjes of melige complimenten, wel een goed hart en een open geest. Wie kind is, denkt er vaak heel on-lief het zijne van, maar voelt niet de behoefte om dat te delen met de wereld. Hij tolereert veel van zijn medemens, omdat hij weet dat we allemaal hoogst feilbaar zijn. Hij maakt het onderscheid tussen wat mensen doen en wat hun intenties waren, en weet dat die laatste meestal niet monsterlijk zijn. Hij beseft dat we er allemaal naar verlangen om nuttig te zijn en daarvoor geapprecieerd te worden door anderen en geeft complimenten over dingen waar we zelf trots op zijn. Hij is, met andere woorden, de ideale schoonzoon.