Sanne (29)

Sanne (29) © Sanne Zurne

'Het overkwam me zomaar ineens. Midden in mijn afstudeerperiode kreeg ik vage oogklachten. De dokter kon niks vinden en na een maand paniek en steeds maar weer terug naar de dokter, zei hij: 'Misschien heb je een angststoornis.' Vanaf dat moment betekende elke kleine klacht meteen dat ik kanker had. Alles heb ik me al ingebeeld, van melanomen tot leukemie. Toen ik laatst hoofdpijn kreeg en ervan overtuigd was dat ik een hersentumor had, was ik zelfs opgelucht, want dan was die pijn in mijn borst tenminste geen borstkanker. Je kunt het immers niet allebei tegelijk hebben, toch?

Zelf kwam ik er niet meer uit en dus heb ik hulp gezocht. Therapie om te leren hoe de ziekte werkt, daarna om handvatten te zoeken om ermee om te kunnen gaan. Iets wat ik nu bijvoorbeeld doe is positief googelen. Bij hoofdpijn niet zoeken op 'hoofdpijn tumor', maar op 'hoofdpijn stress'. Dan krijg je heel andere resultaten.

Toen ik zestien was, overleed mijn vader aan kanker. Zie je wel, dacht ik: je kunt zomaar ziek worden en doodgaan. Voor die tijd dacht ik nog dat je het leven onder controle kunt hebben. Niet dus. En daar ligt de bron van mijn hypochondrie.

Inmiddels weet ik wat het is, waar het vandaan komt en hoe ik ermee om moet gaan. Het is naar de achtergrond verdwenen, maar soms is het terug. Pijn in mijn buik, te veel koffie? Nee, dit moet kanker zijn. En nu echt.'

Tristan (38)

Tristan (38) © Sanne Zurne

'Ik heb altijd een beetje smetvrees gehad, maar vijftien jaar geleden veranderde dat plots in iets ergers. Ik werd bang dat ik hiv had. Of eigenlijk wist ik het zeker, terwijl er nul komma nul aanleiding toe was. Die specifieke angst verdween langzaam naar de achtergrond, maar ik begon op alles te letten. Overal dacht ik ziek van te kunnen worden en als ik ook maar iets voelde, wist ik zeker dat ik iets ernstigs had.

Het meeste zorgen maak ik me momenteel over alles wat mijn lijf ingaat. Van straling van telefoontjes tot de lucht die ik inadem en wat ik eet en drink. Ik barbecue graag, maar als ik dat nu doe, zit ik daarna drie dagen binnen, doodsbang voor de kankerverwekkende stoffen in houtskool.

Inmiddels bepaalt het mijn leven. Ik ga van dokter naar dokter, heel België door. Als ik weer een scan laat maken en alles blijkt goed, dan geloof ik het niet. Ze zeggen dat ik niet meer moet googelen, maar ik doe het toch - het is sterker dan mezelf.

Nu sta ik op de wachtlijst bij een psycholoog. Ik hoop dat hij me anders kan leren denken. Ik moet ermee om leren gaan, maar genezen? Dat lukt niet meer. Mijn hypochondrie is voor het leven. Ermee leren leven is het enige wat ik nog kan doen.'

Marloes (52)

Marloes (52) © Sanne Zurne

'Het is een heel pakket bij mij: dwanggedachten, hyperventilatie, paniekaanvallen en hypochondrie. Allemaal hangt het samen. Toen ik ermee bij de huisarts kwam, werd ik meteen doorgestuurd naar een psycholoog. Een hele goede gelukkig; ik heb het redelijk onder controle gekregen.

Maar weg is het niet. De gedachte aan iets ergs kan altijd zomaar opkomen. En dan is het weer met angst en beven naar de huisarts. Alleen het bellen al. Ik bel de hele wereld, maar een afspraak met de dokter maken vind ik vreselijk. Ik doe het alleen omdat de angst dat er iets mis is nog groter is dan de angst voor dat bellen. In de wachtkamer schiet vervolgens mijn hele leven aan me voorbij en heb ik in mijn hoofd de begrafenis al geregeld. Tot de dokter weer zegt: 'Nee hoor, niks aan de hand.' Dan ben ik gerustgesteld. Even dan.

Google? Denk je dat ik zelf iets ga opzoeken? Echt niet! Alleen het intikken al! Brrr, nee hoor. Als ik er nu niet gerust op ben, ga ik naar de huisarts. Ik heb nu een strenge, daar moest ik even aan wennen, maar het werkt goed. En ik probeer er af en toe om te lachen. Daardoor maak ik het bespreekbaar. Een taboe op hypochondrie is nergens voor nodig. Het is al moeilijk genoeg.'

Priscilla (28)

Priscilla (28) © Sanne Zurne

'Ik was vier maanden bevallen van mijn derde toen ik begon met de prikpil, een anticonceptiemiddel vol hormonen. Of dat nu de oorzaak was of alleen de druppel die de emmer deed overlopen weet ik niet, maar toen ging het in ieder geval mis. Onder de douche kreeg ik een enorme paniekaanval. Hyperventileren, geen adem meer kunnen halen: ik dacht dat ik doodging. Ik wist zeker dat het een hartaanval was. Daar begon mijn hypochondrie. Constant was ik bang dat er van alles scheelde. Ik durfde niks meer. Niet naar buiten, niet slapen, niet eten. Kilo's viel ik af. Dit moet kanker zijn, dacht ik. Maar het kwam natuurlijk doordat ik niks meer at.

Hele nachten was ik op internet aan het zoeken naar wat er allemaal mis kon zijn. Pijn in je kleine teen betekent ook kanker als je maar lang genoeg zoekt. Het duurde even voor ik van de dokter wilde aannemen dat ik een angststoornis had. Maar nu ik weet wat het is, kan ik ermee omgaan. Via Facebook heb ik contact met lotgenoten en langzaam gaat het nu beter. Voordat ik hypochondrie kreeg, wist ik niet eens wat het was. Nu weet ik bijna niet meer hoe het zonder is.'