Ik heb geen nationalistische cel in mijn lichaam. Trots zijn op de plek waar je volledig toevallig geboren bent, heb ik altijd ietwat bizar gevonden. Voor trots moet je zelf iets gepresteerd hebben, en vermits ik Oostende noch Vlaanderen zelf gekozen heb, heb ik daar geen recht op. Maar in de loop van 2017 ging het toch een beetje patriottisch kriebelen, en wel door een koude Scandinavische wind.
...

Ik heb geen nationalistische cel in mijn lichaam. Trots zijn op de plek waar je volledig toevallig geboren bent, heb ik altijd ietwat bizar gevonden. Voor trots moet je zelf iets gepresteerd hebben, en vermits ik Oostende noch Vlaanderen zelf gekozen heb, heb ik daar geen recht op. Maar in de loop van 2017 ging het toch een beetje patriottisch kriebelen, en wel door een koude Scandinavische wind. Het begon met Hygge, het boek van Meik - what's in a name - Wiking, CEO van het Happiness Research Institute in Kopenhagen. Volgens hem is het veelbesproken dagelijks geluk waar onze Scandinavische medemens van geniet gans en volledig te wijten aan hygge, een van die Onvertaalbare Woorden. Je weet wel, woorden waar iedereen behalve wie Deens/Japans/Hebreeuws begrijpt, drie zinnen uitleg voor nodig heeft. Wie hygge toch probeert te vertalen, komt uit bij comfort, warmte, samenhorigheid, alledaagse pleziertjes, tijd met mensen die je graag ziet. Het is dat gevoel dat je krijgt als je met je beste vrienden samen eet en een goed gesprek hebt bij kaarslicht, lees ik op de flap. Om de een of andere reden vond ik het hele concept nogal meh. Vreemd, want hygge werd een wereldwijd fenomeen. Er werden meer dan 20 boeken over uitgegeven en kwaliteitskranten als The New York Times en The Guardian brachten er lang uitgesponnen artikels over. Prompt volgde er een hele rist Scandinavische termen. Lykke, dat doodgewoon het Deense woord voor geluk is, kreeg dezelfde kneuterige Wiking-boek-behandeling en omdat de Zweden niet voor hun zuiderburen wilden onderdoen, gooiden ze lagom in de strijd. Zweeds voor gematigd. Niet te veel, niet te weinig, gewoon goed, dat is het geheim voor een goed leven. Komt er een einde aan dat leven, dan doen de Zweden van döstädning, oftewel 'Opruimen voor je doodgaat', zo lees ik in een net verschenen boekje van Margareta Magnusson. Meik Wiking noemde het succes van deze boeken met bijbehorende kaarsen, wollen truien en koffiekoppen een tweede Viking-invasie, maar ik liep niet warm voor dit Scandinavisch geluksoffensief. Het duurde even voor ik mijn vinger op mijn gebrek aan enthousiasme kon leggen. Tot ik op zo'n lijst van onvertaalbare woorden tussen hygge en het Duitse Gemütlichkeit 'gezellig' zag staan blinken. Omschreven als: comfort, warmte, samenhorigheid, alledaagse pleziertjes, tijd met mensen die je graag ziet, maar dan zonder donkere winter. Dat was het dus. Ik ben niet gecharmeerd door hygge, want ik hou ontzettend van onze eigen versie ervan. Als Wiking in zijn boek uitlegt wat lykke anders maakt dan ons doodgewoon geluk, spint hij garen over goed met geld omgaan, gezond leven en samenwerken, wat mij doet vermoeden dat lykke Deens is voor 'het warm water uitvinden'. En dan is er lagom, iets wat wij al eeuwen kennen als 'doe maar gewoon, dat is al zot genoeg'. Vandaar mijn patriottische bui: don't believe the hype, eigen trendy woorden eerst. Je begrijpt, toen ik een boek op mijn bureau vond over het Japanse idee van kintsukuroi, heb ik diep gezucht. Een oosterse taalwind waar ik me aan zou ergeren? Toch niet, zo blijkt. Kintsukuroi, zo legt Tomás Navarro uit, is de techniek waarmee gebroken kopjes of vazen met vloeibaar goud weer aan elkaar gelijmd worden, waardoor de breuken het object echt uniek maken. Met mensen is het net zo, het zijn onze littekens die ons mooi en sterk maken. En prompt gooi ik de taalhanddoek in de ring. Geef toe, geen mens met ietwat gevoel voor esthetiek zal 'gepokt en gemazeld' verkiezen boven kintsukuroi.