'Structurele chaos, zo kun je mijn atelier omschrijven. Werk waar ik aan bezig ben, werk dat ik even weggezet heb om te laten rusten, er is altijd veel gaande. Ik weet alles liggen en er mag niemand anders aankomen. Dit is de plek waar ik alles kan laten sudderen. Waar ik kan verdwijnen, ook als het werk goed gaat. Hier ben ik verlost van Sam Dillemans 'het wezen'. Van die gewichtloosheid word ik een gelukkiger mens. Ik moet daar dus niet voor op vakantie, ik werk gewoon.
...

'Structurele chaos, zo kun je mijn atelier omschrijven. Werk waar ik aan bezig ben, werk dat ik even weggezet heb om te laten rusten, er is altijd veel gaande. Ik weet alles liggen en er mag niemand anders aankomen. Dit is de plek waar ik alles kan laten sudderen. Waar ik kan verdwijnen, ook als het werk goed gaat. Hier ben ik verlost van Sam Dillemans 'het wezen'. Van die gewichtloosheid word ik een gelukkiger mens. Ik moet daar dus niet voor op vakantie, ik werk gewoon. Hoe ouder ik word, hoe meer ik me thuis voel in dit atelier. Ik woon en werk hier al 28 jaar. Handig, want dan verlies ik niet te veel tijd. Ik slaap meestal tot een uur of 11, en in de namiddag sport ik. Ik boks. Een uur touwspringen, ik doe dat niet echt graag, maar het doet me goed. Ik raak fysiek uitgeput, maar na een halfuur kom ik in een soort zen-toestand. Dat is de beloning. Rond vijf uur begin ik te werken, meestal tot 's nachts. Soms werk ik iets heel secuur tot de laatste details af, soms knoei ik tot iets werkt, soms verknoei ik het, zet het opzij en ga iets anders doen. Aan het begin van de nacht, als ik al een uur of zes, zeven bezig ben, geef ik mezelf nog een cadeau. Voor ik ga slapen mag ik nog iets helemaal nieuws beginnen, gewoon voor het genot van het schilderen. In momenten van genade wordt dat iets verrassends, soms is het iets bevreemdends, soms werkt het totaal niet. Maar de nacht heeft iets. Het is een beetje stiekem, en daarom net ook schoon. Gezond eenzaam ook. Ik ben dankbaar voor dat solitaire werk, en al schilderend nooit echt eenzaam. Net voor ik ga slapen, vaak om twee of drie uur, eet ik nog een stevige maaltijd. Ik weet dat het ongezond is, maar het werkt voor mij. Op de achtergrond staat er altijd muziek op. Vaak dingen die ik van in mijn tienertijd goed vind. ABBA, bijvoorbeeld. Ik hou op dat vlak niet van verrassingen, dat leidt af. Maar soms raden vrienden me ook nieuwe dingen aan. Mercury Rev, Grandaddy, Radiohead. Lezen, muziek, vriendschap en schilderen, die dingen houden me overeind. Ik neem mezelf niet ernstig, maar mijn werk wel. Ik zie dat weleens, kunstenaars die aan de ernst ten onder gaan. Zo ben ik niet. Ik kan echt vrolijk zijn en gieren van het lachen met dingen die ik in dit atelier doe. Worstelen is een sport die ik niet beoefen. Ik ben geen getormenteerd schilder. Natuurlijk heb ik ups en downs, en zelfs hondsdagen. Natuurlijk vraagt het moed om door te gaan als het niet goed loopt, maar er is ook een constante werkkracht die voor vrolijkheid zorgt. Ik ben gebeten en dat is een godsgeschenk. En ja, ik ben heel productief, maar dat is omdat ik veel werk. Ik heb dat nodig. Als je veel schildert, is de kans groter dat er goede dingen tussen zitten. Ik wed op 100 paarden, niet op 2. Door veel te werken leer ik ook bij. Belangrijk, want schilderen is niet alleen tovenarij, het is ook een vak. Mijn lat ligt hoog. Ik kijk als een soort toerist naar mijn werk en vraag me af of het zal standhouden. Is het vernieuwend? Kun je het overal hangen? Werkt het ook ondersteboven? Wat gaat men er in 2045 van denken?'