'Mensen komen soms vragen waar ze tickets kunnen kopen. Als je atelier in de oude loketruimte van het station van Zolder zit, word je soms aangesproken als stationschef. De mooie ruimte met een hoog plafond, veel licht en twee extra bergruimtes is ideaal. Rustig, maar niet afgesloten van de wereld. Ik kom hiernaartoe gefietst, trek de deur dicht en het is van mij. Ik werk met Klara op de achtergrond, ook dat zorgt voor een zekere rust. Als ik zelf muziek kies verstoort dat mijn concentratie. Radio zorgt voor afstand en is ook handig. Ik moet nergens aankomen met mijn vuile handschoenen.
...

'Mensen komen soms vragen waar ze tickets kunnen kopen. Als je atelier in de oude loketruimte van het station van Zolder zit, word je soms aangesproken als stationschef. De mooie ruimte met een hoog plafond, veel licht en twee extra bergruimtes is ideaal. Rustig, maar niet afgesloten van de wereld. Ik kom hiernaartoe gefietst, trek de deur dicht en het is van mij. Ik werk met Klara op de achtergrond, ook dat zorgt voor een zekere rust. Als ik zelf muziek kies verstoort dat mijn concentratie. Radio zorgt voor afstand en is ook handig. Ik moet nergens aankomen met mijn vuile handschoenen. Voor een vorig project, Het Klein Verzet, schilderde ik buiten. Ik ontdekte een Zwitserse kunstenaar die rondfietste met een draagbare schildersezel en dacht: dat wil ik ook. Ik vind het niet makkelijk om te beginnen, het witte blad of doek is een beetje intimiderend. Door te gaan fietsen, moest ik wel. Op een interessante plek maakte ik met acryl een vluchtige schets. Dat was een aanzet, ik nam ook foto's en liet de dingen verder in het atelier gebeuren. Of ik altijd inspiratie heb? Schilderen heeft weinig met inspiratie te maken. Het is iets wat je doet. De ideeën komen als ik ermee bezig ben. Soms weet ik echt niet waar ik aan begin, en niet alles lukt. Ik werk vandaag nat in nat, en dat moet vooruitgaan. Als het niets is, dan is het niets. Het is een manier van werken waarbij je je blootgeeft. Vroeger verstopte ik me achter lagen en lagen verf, nu is het opener. Het is goed of niet, in een trek. Take it or leave it. Dat voelt beter. Het is vermoeiend, schilderen. Je hoofd en je lichaam zijn aan het werk, en je loopt veel heen en weer. Als ik voel dat een werk af zou kunnen zijn, hang ik het op en maak er foto's van. Dat schermpje zorgt voor afstand, en als ik de foto's bekijk, zie ik andere dingen. Het is een soort check-up, soms zet ik het werk terug op mijn ezel. Tot het klaar is. Soms is dat een paar uur, soms duurt het langer. Een werk is nooit echt af, het is klaar als ik dat beslis. Voor de reeks waar ik nu aan werk vertrek ik van details van oude meesters. Ik download beelden op mijn telefoon, zoom uit en projecteer dat als aanzet. Soms is het originele werk herkenbaar, soms verdwijnt het helemaal. Dat hangt af van hoe het loopt. Het begon met Goya, ik heb een reeks rond de Vlaamse primitieven gemaakt, en ben nu met Courbet bezig. Het boeiende is dat ik die beelden ken, herontdek. Als schilder ben ik sowieso schatplichtig aan wat er voor mij kwam. Door ermee aan de slag te gaan, ga ik in conversatie met die oude meesters. Schilderen is altijd een vorm van communicatie. Het is heel direct, je geeft meteen uitdrukking aan wat je wilt. Ik laat dat vrij open. Soms is het figuratief, soms niet en dan zien mensen erin wat ze zelf willen. Dat is net boeiend, die reacties van mensen die er hun eigen verhaal in projecteren. Ik geef geen boodschap mee, maar wil gevoelens opwekken. Muziek speelt heel direct op je emotie, en het zou mooi zijn als mijn werken hetzelfde effect hebben als muziek. Maar dat is moeilijk.