'Ik heb het altijd fascinerend gevonden hoe simpele vormen en kleuren toch tot diepe reflectie kunnen leiden. Als student kunstgeschiedenis ervaarde ik dat bijvoorbeeld bij het werk van de Amerikaanse schilders Mark Rothko en Barnett Newman. Ik probeerde het zoveel mogelijk in het echt te zien door ieder jaar naar New York te reizen met gratis tickets van Sabena, waar mijn vader manager was geweest. Ook al was hij al gestorven op mijn achtste, ik bleef tot mijn 21ste recht hebben op die gratis vluchten.
...

'Ik heb het altijd fascinerend gevonden hoe simpele vormen en kleuren toch tot diepe reflectie kunnen leiden. Als student kunstgeschiedenis ervaarde ik dat bijvoorbeeld bij het werk van de Amerikaanse schilders Mark Rothko en Barnett Newman. Ik probeerde het zoveel mogelijk in het echt te zien door ieder jaar naar New York te reizen met gratis tickets van Sabena, waar mijn vader manager was geweest. Ook al was hij al gestorven op mijn achtste, ik bleef tot mijn 21ste recht hebben op die gratis vluchten. Maar wat pas echt bepalend was voor mijn manier van kijken naar kunst, was een conferentie in Brussel, begin jaren negentig, waar ook professor Konrad Oberhuber te gast was. Hij was toen curator in het prestigieuze Albertinamuseum in Wenen en gespecialiseerd in de bekende renaissanceschilder Rafaël. Ik werd aan hem voorgesteld en hoewel ik al bij Christie's werkte, sprak hij mij aan alsof ik een student was. Ik vond het niet erg, want hij bleek een aangename man, die me bovendien zeer belangrijk advies gaf. Hij zei: 'Concentreer je, verdiep je. Organiseer je reizen rond één kunstenaar.' In plaats van bijvoorbeeld in Rome alle musea af te werken, kon ik dus beter alleen de Caravaggio's bekijken, om daarna hetzelfde te doen in Napels, Malta en andere oorden waar de schilder was geweest. Zo zou ik zijn werk en zelfs leven kunnen binnentreden. Die aanpak was nieuw voor mij, maar bleek te werken toen ik 'm uitprobeerde met Rubens, van wie ik werken had zien veilen. Ik ging geconcentreerder naar zijn schilderijen kijken en in de tijd tussen die reizen las ik bij. Zo verdiepte mijn begrip van Rubens' stilistische en persoonlijke evolutie enorm. Ik werd meegevoerd naar de zeventiende eeuw door een van onze grootste kunstfiguren en zijn schilderijen werden veel meer dan sterke composities: ervaringen die me diep raakten. Oberhubers raad hielp me ook bij de begeleiding van kunstverzamelaars. Het vraagt soms tijd, maar ik probeer hun te laten inzien dat hoe groter je kennis van één artiest is, hoe groter de kans dat je in contact komt met zijn creatieve ziel en dat is precies wat goede collectioneurs zoeken. Mensen die kunst puur als investering kopen, eindigen vaak met oninteressante verzamelingen. Een boeiend parcours stippel je uit met passie die soms grenst aan obsessie. Dat maakt de conversaties die ik met zulke mensen heb zo boeiend. Ik kijk er dus alleen maar naar uit om voor Baronian Xippas private verkopen te organiseren, niet via een veiling, maar op een rechtstreekse en persoonlijke manier. De cirkel is ook mooi rond omdat ik terugkeer naar de hedendaagse kunst, waarmee het voor mij als student begon. Bij Christie's was er geen gelegenheid om ermee te werken, dus legde ik me toe op de oude meesters. Maar in mijn vrije tijd bleef ik contemporaine artiesten volgen. Deze zomer was ik nog zeer onder de indruk van Kara Walker's expo in Bazel. Na lange tijd in ons vak hebben sommige collega's alleen nog belangstelling voor dure werken en niet meer voor goedkopere kunst die intellectueel gezien rijker is. Net daarom blijf ik musea en galereën bezoeken: om te ontsnappen aan het prijskaartje en om het plezier te blijven vinden. Elke keer groeit mijn visuele woordenschat, waardoor ik nog beter kan beoordelen wat interessant is. Ik kom totaal niet uit een artistieke familie, maar dankzij advies als dat van Oberhuber vond ik sleutels tot een soms moeilijke toegankelijke, maar altijd inspirerende wereld.'