'Mijn hele studio werd vorig jaar in mei geïnventariseerd en ontmanteld, om in het Museum van Schone Kunsten in Gent weer opgebouwd te worden. Je kunt Het Sigarenkistje daar nu gaan bekijken. Het was spannend om dat te zien verhuizen. Vijf, zes maanden vol energie. Een avontuur, eigenlijk.
...

'Mijn hele studio werd vorig jaar in mei geïnventariseerd en ontmanteld, om in het Museum van Schone Kunsten in Gent weer opgebouwd te worden. Je kunt Het Sigarenkistje daar nu gaan bekijken. Het was spannend om dat te zien verhuizen. Vijf, zes maanden vol energie. Een avontuur, eigenlijk. Mijn studio was een soort schatkamer van vijf meter bij vier, waar ik dertig jaar lang in gewoond heb. Ik heb daarin de wereld bestudeerd, geschematiseerd, gecatalogiseerd en op mijn manier in kaart gebracht. Het was een heel intense omgeving, waar al die kennis van al die jaren precies geordend was. Als ik er binnenkwam, voelde dat als binnenwandelen bij mijn beste vrienden. Ik hoorde de dialogen, alles sprak met elkaar. Maar na dertig jaar was het vol, er kon niets meer bij. Dan is het zoals met een reiskoffer. Als je er niets meer bij kunt proppen, moet je een nieuwe kopen. Nu is mijn studio thuis dus fysiek leeg, ik heb niets meer. De muren zijn wit, er staat alleen nog een stoel en een tafel. Maar mijn hoofd zit nog redelijk vol, met herinneringen en kennis. Ik draag alles mee en kan opnieuw beginnen. Van 1979 tot '84 heb ik in een zelfgebouwd overlevingsmeubel gewoond. De Living Box. Het was een architect, Paul Robbrecht, die gefascineerd was door wat ik deed en voorstelde om het in zijn geheel te presenteren. Zelf had ik daar nooit aan gedacht. Andere mensen zijn daarom belangrijk. Ik word graag geleefd door anderen, en vind het prima dat ik niet zelf mijn ritme en behoeften kan controleren. Ik ben huisman. Ik heb altijd voor mijn kinderen gezorgd, zij bepaalden hoe mijn dag eruitzag. Ik stond vroeg op, bracht hen naar school en probeerde dan een aantal uren te studeren. Tot halfvijf, want dan moest ik hen gaan ophalen en voor eten zorgen. Mijn kinderen liepen mijn studio in en uit, iets wat andere bezoekers soms vreemd vonden omdat het zo vol stond. Maar voor hen was dit geen atelier of studio, maar gewoon een van de kamers van hun huis. Ze zijn ondertussen 22 en 24. Mijn bestaan heeft iets anarchistisch, er is niemand die zegt wat ik moet doen. Om dan iets gedaan te krijgen, heb je zelfdiscipline nodig. Daarom probeer ik op het einde van de dag te bepalen wat ik 's anderendaags wil doen, zodat ik weet waar ik aan kan beginnen als ik 's morgens start. Maar een strikt schema is dat niet, ik 'moet' nooit iets. Het is een soort startpunt. 95% van mijn werk bestaat uit studeren, 5% is echt fysiek resultaat. Het is horizontaal werk. Ik zie het als een kleurboek. De studie is het uittekenen van de zwarte lijnen, die ik zo scherp mogelijk wil. Het inkleuren, het eigenlijke materiële, gebeurt vrij cru. Als de installatie klaar is, heb ik er eigenlijk niets meer mee. Hier staat dan ook geen werk van mij. Als het af is, wordt het meteen opgehaald en ik ben altijd blij dat het weg is.' zeno-x.com