'Ik wist dat ik een kind wilde, en dus bij mijn atelier wou wonen. We zijn op zoek gegaan naar een huis met een dubbele poort, want daar zit meestal iets interessants achter, en we vonden een woning met een groot achterhuis. Ik hou van eenzaamheid en wil dat de wereld hier buiten blijft, maar twee deuren verder is er altijd gezelschap. Mijn zoon is ondertussen vijf en weet dat dit mijn werk is, maar als hij geen aandacht krijgt van zijn papa, krijg ik weleens een frisbee tegen het raam. Dus ja, soms moet ik me verstoppen.
...

'Ik wist dat ik een kind wilde, en dus bij mijn atelier wou wonen. We zijn op zoek gegaan naar een huis met een dubbele poort, want daar zit meestal iets interessants achter, en we vonden een woning met een groot achterhuis. Ik hou van eenzaamheid en wil dat de wereld hier buiten blijft, maar twee deuren verder is er altijd gezelschap. Mijn zoon is ondertussen vijf en weet dat dit mijn werk is, maar als hij geen aandacht krijgt van zijn papa, krijg ik weleens een frisbee tegen het raam. Dus ja, soms moet ik me verstoppen. Als student weigerde ik te schilderen naar fotografie, ik wilde elke stap begrijpen en niet sneller gaan dan ik kon verwerken. Maar dat was niet vol te houden. Vlees bijvoorbeeld, ging na een paar dagen rotten en kreeg letterlijk pootjes. Daarom ging ik toch fotograferen. Elke vierkante meter waarop ik leef, geeft indrukken en soms blijft een beeld hangen. Een plastic beker op straat, een dood konijn in een toog, een spin in een hoek van mijn atelier, een merelnest in onze bamboe. Dat ga ik recreëren. Ik koop een konijn of een vis, maar verzamel ook dode insecten of vogeltjes en achter in in mijn atelier staat een tafel waar ik experimenten doe. Daar stop ik fruit of siervruchten in plexidoosjes om ze te laten rotten, of leg ik een dode muis onder een stolp. Een perzik deed er twee jaar over om langzaam een zwarte vlek te worden. Ik fotografeer de scène die ik wil schilderen meestal in een bak die mijn man in elkaar getimmerd heeft, maar heel mijn huis doet weleens dienst als ik op zoek ben naar licht of de juiste setting. Soms is de foto in een paar uur klaar, soms duurt het twee dagen. Dat is een deel van het creatieve proces. Door alles in scène te zetten, kleuren of kadrering te veranderen, bevries ik momenten. Ik haal de ruis weg, en schep duidelijkheid. En ja, als ik met een stolp of bokaal werk, zie je de ramen van het atelier weerspiegeld in de foto en dus ook in het schilderij.Ik heb het repetitieve nodig als ik werk. Ik wandel de hele tijd. Vooruit, achteruit. Zo krijg je een ander zicht en een andere touch. Mijn dag is vrij gestructureerd, dat kan niet anders met een kind. Maar hoe meer tijd je hebt, hoe meer je ermee morst, weet ik uit ervaring. Ik regel het zo dat ik niet veel daglichturen kwijtspeel. Daarom hou ik van de zomers. Meer tijd, en beter licht. En als mijn zoon in bed ligt, werk ik aan mijn computer. Dingen opzoeken, beelden bewerken, mails beantwoorden. Ook dat hoort erbij. Ik maak ook houtskooltekeningen. Een plakkerige boel met veel stof, dus dat vraagt planning. Ik bundel het werk, dek alles af, construeer een soort kartonnen kot en teken drie maanden. Achteraf maak ik elke tegel schoon met white spirit. Als ik het gevoel heb dat een werk klaar is, hang ik het op om te drogen. Ik heb graag dat ze hier maanden hangen. Vaak hebben de werken ook met elkaar te maken en is het goed om ze samen te zien. Zo vergeet je het grotere geheel niet en voorkom je dat werken gaan botsen. Maar het moet wel weg, mensen moeten het zien, en erop reageren. Fred Bervoets leerde me: ga naar huis, maak een ander en beter.'