Het oudste dochtertje van Céline (36) was een huilbaby

Het begon al op de kraamafdeling. Terwijl de meeste baby's de eerste dagen heel veel slapen, stopte mijn dochter bijna niet met huilen. Ze was zo onrustig dat de verpleging haar een nacht weggehaald heeft, zodat ik tot rust kon komen. Ik kreeg haar maar niet getroost, ondanks alle moederliefde die ik vanaf moment één voor haar voelde.
...

Het begon al op de kraamafdeling. Terwijl de meeste baby's de eerste dagen heel veel slapen, stopte mijn dochter bijna niet met huilen. Ze was zo onrustig dat de verpleging haar een nacht weggehaald heeft, zodat ik tot rust kon komen. Ik kreeg haar maar niet getroost, ondanks alle moederliefde die ik vanaf moment één voor haar voelde. Thuis ging het niet beter. Aan vaste blokjes slaap deed mijn dochter niet. Als ze al sliep, waren het korte hazenslaapjes. Het was alsof ze voortdurend hyperalert was. Van het minste werd ze wakker, waarna ze weer begon te huilen. Kreeg ik haar toch in slaap, dan had ik een heilige schrik dat ze wakker zou worden, omdat ik wist dat ze opnieuw zou gaan huilen en de rest van de dag niet meer zou stoppen. Toen mijn man na tien dagen vaderschapsverlof opnieuw ging werken, heb ik hem meermaals opgebeld met de vraag om nú naar huis te komen. Ik kon gewoon niet meer. Er zijn momenten geweest dat ik mijn dochter huilend in de box liet liggen en helemaal achteraan in de tuin ging staan. Ik dacht: als ik nog vijf minuten binnenblijf, gebeuren er ongelukken. Gek word je ervan. Tegelijkertijd voel je je machteloos: je wilt alles doen om je kind te helpen, maar slaagt daar niet in. Dat gevoel is verschrikkelijk. We zijn naar kinderartsen, osteopaten en manueel therapeuten gegaan. Niets hielp. Het was een eenzame periode. 'Een huiluurtje is normaal', zeggen mensen om je te troosten. Op zeker moment ben ik filmpjes beginnen te maken, als bewijsmateriaal. Dat klinkt erg, maar het was nodig om geloofd te worden. Om me heen zag ik alleen maar blije mama's en blije baby's - of zo leek het toch, want veel moeders houden de schijn op. Ik heb rondgelopen met mijn dochter op de arm terwijl ik dacht: ik kan dit niet. Ik was kwaad op mezelf omdat ik een roze wolk verwacht had, maar ook kwaad op mijn omgeving, omdat niemand me gewaarschuwd had. Ik had zo graag met andere moeders gepraat die rechtuit durfden te zeggen: ja, het is de hel. Nu voelde ik me gewoon een slechte moeder. Pas toen mijn dochter na vier maanden een ander soort melk voorgeschreven kreeg, verminderde het gehuil. Ineens was ik in staat om van mijn kind te genieten. Het was alsof ik een andere baby kreeg. Mijn dochter is nu zes en het heeft jaren geduurd voor ik die hele periode een plaats kon geven. Het is een litteken dat ik meedraag. Als ik moeders zie met rustige baby's, moeders die volop genieten van hun kraamtijd, ben ik oprecht blij voor hen, maar voel ik ook een steek van jaloezie. Ik heb dat nooit meegemaakt - ook onze tweede dochter was een pittige baby - en daar ben ik eigenlijk nog steeds om aan het rouwen. Ik probeer zo veel mogelijk te praten over mijn ervaringen, omdat ik weet dat het helpt. Ik wil zwangere vrouwen niet bang maken, maar ik wil wel eerlijk zijn. Ik zal tegen kersverse moeders nooit zeggen: 'Geniet ervan.' Ik weet als geen ander hoe vreselijk het voelt als dat niet lukt.' Schermpjes zijn de grootste bron van ergernis en ruzie in dit huis. Mijn dochters zijn dertien en vijftien en elke dag is er wel een woordenwisseling over hun gsm. Vooral mijn oudste is verslaafd, haar gsm betekent álles voor haar. Wanneer we afspreken dat er na acht uur 's avonds geen schermen meer op de slaapkamer mogen, smokkelt ze gewoon een tweede gsm mee naar boven. Haar telefoon afpakken omdat ze iets mispeuterd heeft, voelt voor haar hetzelfde als een fysieke straf. De hele dag door is ze bezig met instant messaging via Instagram, Snapchat, TikTok... Ze krijgt meer dan duizend meldingen per dag: dat zijn duizend bliepjes. De drang om met een te kijken is zo groot dat ze zelfs al fietsend op haar gsm zit te tokkelen. Levensgevaarlijk, maar als ik daar kwaad om word, haalt ze haar schouders op. Ze begrijpt niet waar ik me druk om maak. 'Iedereen doet dat', klinkt het dan. Op vakantie in Frankrijk leefde ze haast naast een wifi-point. Elke dag móést ze iets op Snapchat kunnen posten, want hoe actiever je bent, hoe meer punten je kunt verdienen. Post je een dag niets, dan kun je punten kwijtraken. Ze had zelfs haar paswoord doorgegeven aan een vriendin, voor het geval ze zelf niet online kon. Ze werd bijna gek van de stress. Oké, ik had haar gsm kunnen afpakken, maar dan had ze me de hele vakantie geen blik meer gegund en dat wilde ik niet. Het is voortdurend zoeken naar een balans. De smartphone is een onmisbaar deel van het sociaal leven van jongeren. Je kunt 'm niet meer wegdenken - en dat kan ik hen niet kwalijk nemen. De tijden zijn veranderd. Dit is nu eenmaal hun leefwereld, en daar moet ik me bij neerleggen, ook al maak ik me er vaak zorgen over. Een tijd geleden ontdekte ik dat ze een tweede Instagramaccount had, voor de 'coole' vrienden. Er stonden foto's van haar in sexy poses op, of terwijl ze aan het vapen was. De onderschriften bulkten van de woorden als 'hoer', 'bitch' en 'vuile slet'. Ik kon mijn ogen niet geloven. Ik was ook geen heilig boontje. Maar waar wij vroeger achter een hoekje gingen roken waar niemand het zag, kunnen die foto's nu je hele leven online blijven circuleren. Dat vind ik beangstigend. Ik zit zelf in de informaticawereld, ik weet hoe het allemaal werkt. Tegelijkertijd is dat ook de reden waarom ik niet té streng wil optreden, en open-minded probeer te zijn. Ik ben zelf graag en vaak bezig met nieuwe technologische snufjes. En mijn dochters kunnen onbeperkt mobiel surfen omdat ik betaal voor een family pack. Dus ja, misschien moet ik ook wel wat schuld bekennen.' Je hoort wel vaker dat de komst van een broertje of zusje voor jaloezie zorgt. Maar dat het zo erg zou zijn en zó lang zou duren had ik nooit verwacht. Bas was twee toen Lou geboren werd. Plots wilde hij weer in een klein bed slapen en moest ik hem - met een fopspeen in zijn mond - vasthouden als een baby. Helaas bleef het daar niet bij. Al in de eerste weken kon Bas zonder waarschuwing overschakelen van superbraaf naar superstout. Dan legde hij het deksel van zijn speelgoeddoos op het gezicht van zijn broer of smeet harde dingen in Lous bed. Eén keer heeft hij speelgoedauto's naar zijn hoofdje gegooid. We moesten Bas altijd in de gaten houden. Hij was nog te klein om het te beseffen, maar soms kon hij echt gevaarlijk zijn. Hoe meer je hem vroeg om flink te zijn, hoe stouter hij zich gedroeg. Tegelijkertijd was hij ook vaak lief. 'Dat is mijn broer hè', zei hij trots. Dat zijn gedrag zo onvoorspelbaar was, zorgde voor een soort permanente stress. Alle aandacht ging naar Bas en ik ben zelfs vroeger gestopt met borstvoeding geven. Elke keer als ik Lou aanlegde, kroop Bas op mijn hoofd of in mijn nek, haalde hij kattenkwaad uit... Het was gewoon niet doenbaar. Ik ben verschillende keren naar het Huis van het Kind geweest voor advies en sprak er ook over met vriendinnen, maar niemand van hen had er zo'n last van. Ik heb mezelf nooit iets verweten - mijn man en ik deden echt ons best om Bas exclusieve aandacht te geven - maar het vreet zo veel energie. Gelukkig was Lou rustig en een goede slaper. Ik weet niet hoe we die beginperiode anders doorgekomen waren. We zijn nu meer dan drie jaar verder en het gaat eindelijk beter, maar helemaal voorbij is het nog niet. We gebruiken regelmatig een keukenwekkertje zodat ze allebei exact even lang met een bepaald stuk speelgoed spelen. We hebben beurtrollen voor de meest dagelijkse dingen zoals handen wassen, omdat Bas anders niet aanvaardt dat Lou als eerste mag. Als we hen 's avonds in bed leggen, ziet Bas er nauwlettend op toe dat we even lang met hem knuffelen als met Lou. Soms neigt zijn jaloezie naar een minderwaardigheidsgevoel. Als ik iets positiefs zeg over Lou, wordt Bas kwaad 'omdat hij nooit iets goed kan doen'. Ik wik en weeg mijn woorden vaak, om toch maar geen woede-uitbarsting te veroorzaken. Sinds de geboorte van Bas werk ik niet meer voltijds, mijn man werkt sinds kort ook minder. We hebben een rustig leven, waardoor we ook tijd hebben om met dit soort explosieve situaties om te gaan. Ik ben er zeker van dat er anders véél ontploffingen zouden plaatsvinden in dit huis. Lou is intussen oud genoeg om zich niet meer op zijn kop te laten zitten door zijn oudere broer, waardoor ze weleens vechtend over de grond rollen. Maar ze spelen en lachen ook veel samen en delen zelfs een kamer. Het bad is een van de weinige plekken waar het nooit misloopt. Vanaf dag één gaan ze samen in bad en dat is altijd zonder problemen verlopen. Of hoe het soms allemaal niet te snappen is.' Onze zoon was lang een vrij introvert kind dat veel thuiszat. We hadden weinig last met hem. Toen ik op een dag een lege fles wodka in zijn kleerkast vond, was dat dan ook flink schrikken. We hebben hem erover aangesproken, en hij gaf toe dat hij die fles met enkele vrienden leeggedronken had voor hij naar een feestje ging. Hij was net zestien en begon uit te gaan. Door de drank had hij zich minder verlegen gevoeld en dat vond hij fijn. Sindsdien komt hij af en toe dronken thuis na het uitgaan. We doen ons best om daar open met hem over te praten. Over wat er leuk is aan alcohol, maar ook over de risico's. Mijn man en ik zijn zelf vrij hevige pubers geweest: ik ging veel uit en dronk graag, mijn man heeft veel joints gerookt. We weten dat je gevaarlijke dingen doet op die leeftijd. Dat mijn kind mogelijk onvoorzichtig is, is voor mij dan ook een grotere angst dan het feit dat hij experimenteert en de wereld ontdekt. Vorige zomer heeft hij 's nachts een ongeluk gehad met zijn fiets. Hij was dronken en werd aangereden. Dan slaat de schrik je toch om het hart. Op een bepaald moment vermoedde ik dat hij ook joints rookte. Hij deed er wat ontwijkend over, tot hij de eerste keer stoned thuiskwam. Ook daar waren we even niet goed van. Maar omdat we denken dat verbieden het omgekeerde effect zal hebben, hebben mijn man en ik duidelijke afspraken met hem gemaakt over wat kan en niet kan, zowel over het drinken als over het roken. We laten zeker niet zomaar alles toe. Als hij zich niet aan de afspraken houdt, heeft dat gevolgen en wordt hij gestraft. Zoals vorige zomer, toen hij de avond voor zijn herexamen stoned thuiskwam. Toen was ik zó teleurgesteld. Hoe dom kun je zijn?Ik weet dat er mensen zijn die vinden dat we te laks zijn. Sommigen zeggen dat zelfs rechtuit: waarom laat je toe dat hij dat doet? Dat is niet altijd fijn, nee. Niet omdat ik niet tegen kritiek kan, maar omdat het me toch doet twijfelen. Ik heb liever dat mijn zoon af en toe verkeerde keuzes maakt, maar eerlijk tegen ons is, dan dat hij stiekem dingen doet en een dubbelleven leidt. Dat is de weg die we gekozen hebben, maar wat als wij het fout aanpakken? We hebben als tiener precies hetzelfde gedaan en zijn allebei goed terechtgekomen, maar wie zegt dat het met onze zoon ook zo afloopt? Wat als hij wél verslaafd raakt, en ons later verwijt dat we niet streng genoeg waren? Ook al heb ik veel vertrouwen in onze zoon en in onze aanpak, ergens op de achtergrond sluimert die angst. Je weet het niet, en dat blijft het allermoeilijkste.'